vonnis RECHTBANK ROTTERDAM Team handel en haven zaaknummer / rolnummer: C/10/678274 / HA ZA 24-365 Vonnis van 28 mei 2025 in de zaak van 1. SCHEEPVAARTBEDRIJF CAMARO B.V., gevestigd te Lage Zwaluwe, 2. TVM VERZEKERINGEN N.V., gevestigd te Hoogeveen, eiseressen in conventie, verweersters in reconventie, advocaat mr. J. Blussé van Oud-Alblas te Rotterdam, tegen DE STAAT DER NEDERLANDEN (Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat, Directoraat-Generaal Rijkswaterstaat), gevestigd te Den Haag, gedaagde in conventie, eiseres in reconventie, advocaat mr. A.C.M. Remmé te Utrecht. Eiseressen zullen hierna Camaro, TVM en (gezamenlijk) Camaro c.s. genoemd worden. Gedaagde zal hierna RWS genoemd worden. 1De zaak in het kort 1.1. Camaro is de eigenaar van het schip de ‘Camaro IV’, TVM is de (casco)verzekeraar. RWS is de eigenaar en beheerder van de Nieuwe Botlekbrug. Op 28 december 2016 omstreeks 04:45 uur is het schip ‘Camaro IV’, vlak nadat zij onder de geopende Oude Botlekbrug door was gevaren, met haar stuurhut tegen de gesloten Nieuwe Botlekbrug aan gevaren. Zowel de ‘Camaro IV’ als de Nieuwe Botlekbrug hebben daardoor schade opgelopen. 1.2. Camaro c.s. vinden dat de brugwachters van de Oude en de Nieuwe Botlekbrug fouten hebben gemaakt en dat RWS in overwegende mate aansprakelijk is voor de ontstane schade. RWS vindt dat de schipper van de ‘Camaro IV’ zelf fouten heeft gemaakt en dat daarom de ‘Camaro IV’ 100% schuld heeft aan de schadevaring. 1.3. De rechtbank beslist in deze zaak dat de gedragingen van zowel de schipper van de ‘Camaro IV’ als van de brugwachter van de Oude Botlekbrug hebben bijgedragen aan het plaatsvinden van de schadevaring van de ‘Camaro IV’ tegen de Nieuwe Botlekbrug. De onderlinge schuldverdeling stelt de rechtbank vast op 60-40 in het voordeel van RWS. De rechtbank motiveert in dit vonnis hoe zij tot dit oordeel is gekomen. 2De procedure 2.1. Het verloop van de procedure blijkt uit: - de dagvaarding van 19 april 2024, met producties 1 tot en met 15; - de conclusie van antwoord, tevens eis in reconventie, met producties 1 tot en met 8; - de oproepingsbrief van deze rechtbank van 29 augustus 2024 op grond waarvan partijen voor de zitting zijn opgeroepen; - de conclusie van antwoord in reconventie, tevens van wijziging van eis in conventie, met producties 16 tot en met 23; - de spreekaantekeningen van partijen, die zij op de zitting hebben voorgedragen (in de spreekaantekeningen van Camaro c.s. is een gecorrigeerde eiswijziging opgenomen); - de mondelinge behandeling van 26 november 2024, waarvan de griffier aantekeningen heeft gemaakt. 2.2. Vervolgens is vonnis bepaald. 3De feiten 3.1. Het schip ‘Camaro IV’ is een binnenschip van 135 meter lang en 11,33 meter breed. De ‘Camaro IV’ vaart met een hydraulisch in hoogte verstelbare stuurhut die zich op de achterzijde van het schip bevindt. 3.2. De ‘Camaro IV’ is eigendom van Camaro. TVM is de cascoverzekeraar van de ‘Camaro IV’. 3.3. De Nieuwe Botlekbrug was en is in eigendom en beheer van RWS. 3.4. De Oude Botlekbrug is inmiddels gesloopt, maar was in december 2016 nog – naast de Nieuwe Botlekbrug – in functie. De Oude Botlekbrug bevond zich op een relatief korte afstand (van circa 30 tot 100 meter) van de Nieuwe Botlekbrug en was destijds in beheer bij het Havenbedrijf Rotterdam (“HBR”). Schepen die via de Oude Maas richting het zuiden voeren, voeren in die tijdelijke situatie eerst onder de Oude Botlekbrug door en vervolgens onder de Nieuwe Botlekbrug. De (uit het politiedossier afkomstige) afbeelding hierna illustreert de feitelijke situatie op 28 december 2016. 3.5. De Nieuwe Botlekbrug en de Oude Botlekbrug hadden elk hun eigen brugwachter. De brugwachter van de Oude Botlekbrug bediende deze brug vanuit het bedieningshuis ter plaatse. De brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug bevond zich op de verkeerspost in Rhoon. Voor het openen van de Oude Botlekbrug en Nieuwe Botlekbrug moesten passerende schippers de brugwachter van de Oude Botlekbrug oproepen met de marifoon via VHF kanaal 18. Op 28 december 2016 was dat brugwachter de heer [brugwachter A] (‘de brugwachter van de Oude Botlekbrug’). De brugwachter van de Oude Botlekbrug voerde alle communicatie met de schippers via de marifoon. Als de Nieuwe Botlekbrug (ook) moest worden geopend, gaf de brugwachter van de Oude Botlekbrug dat via de C2000 portofoon door aan de brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug. 3.6. De opening en sluiting van de verderop gelegen Spijkenisserbrug verliep via de brugwachter van de Spijkenisserbrug. 3.7. De doorvaarthoogte van de Oude Botlekbrug was op het moment van de schadevaring 7,90 meter boven NAP. 3.8. De doorvaarthoogte van de Nieuwe Botlekbrug was op het moment van de schadevaring 13,20 meter boven NAP. 3.9. De doorvaarthoogte van de Spijkenisserbrug was op het moment van de schadevaring 12 meter boven NAP. 3.10. Op 28 december 2016 even na 03:00 uur is de ‘Camaro IV’ vanaf de Maasvlakte gaan varen met een lading lege containers, die vier breed en vijf hoog over het ruim waren verdeeld, tot een hoogte van circa 12,4 meter (vanaf het wateroppervlak tot aan de bovenkant van de containers), met bestemming Antwerpen via de Oude Maas. De navigatie werd verzorgd door [schipper] en [stuurman] . 3.11. Het was donker en door de dichte mist was het zicht (zeer) beperkt. De stuurhut van de ‘Camaro IV’ die, met de radarmast, desgewenst geheel achter de containers kon worden neergelaten, stak ten behoeve van het gebruik van de radar boven de lading uit, tot een hoogte van circa 15,5 meter boven het wateroppervlak. 3.12. De ‘Camaro IV’ voer op 28 december 2016 achter de ’Nassaukade’ over de Oude Maas. Omstreeks 04:34 uur heeft [schipper] de brugwachter van de Oude Botlekbrug verzocht om (zoals te lezen is in onderstaand verslag) ‘een opening voor beide bruggen’. Daarbij heeft [schipper] aan de brugwachter doorgegeven dat zijn kruiphoogte 12,5 meter was. De brugwachter heeft de Oude Botlekbrug geopend voor de ‘Nassaukade’ en heeft aan [schipper] gecommuniceerd dat de ‘Camaro IV’ met deze brugopening achter de ‘Nassaukade’ aan kon varen. De brugwachter heeft geen instructie gegeven aan de op de verkeerspost in Rhoon aanwezige brugwachter om de Nieuwe Botlekbrug te openen. De Nieuwe Botlekbrug werd dus niet geopend. Rond 04:43 uur is de stuurhut van de ‘Camaro IV’ in aanraking gekomen met de Nieuwe Botlekbrug. Een poging van de bemanning van de ‘Camaro IV’ om de stuurhut vlak voor de schadevaring met spoed te laten zakken, was tevergeefs. 3.13. In het proces-verbaal van de politie is onderstaand marifoonverslag opgenomen. In het verslag zijn [schipper] , de brugwachter van de Oude Botlekbrug, de ‘Nassaukade’ en de brugwachter van de Spijkenisserbrug achtereenvolgens CAM, BB, NAS en SPB genoemd. 04:33:55 CAM Botlekbrug, de Camaro Vier. 04:33:58 BB Camaro Vier, goeie morgen. 04:34:00 CAM Ja, hele goeie morgen… achter de Nassaukade de Camaro Vier, met twaalf en een halve meter hoogte. Wij hadden graag ..eh.. voor beide bruggen een opening. 04:34:12 BB Ja, dat is ontvangen, alleen de ..eh.. de ouwe en de Spijk? 04:34:18 CAM Ik heb u niet verstaan, wat zegt u? 04:34:23 BB Ik zeg Nieuwe is veertien meter op NAP op moment een waterstand van tachtig plus. 04:34:29 CAM Ah, met dit weer wil ik de Spijkenisserbrug ook een opening alsjeblieft 04:34:34 BB Ja, dat zei ik ook. Van de Ouwe Botlekbrug en de Spijkenisserbrug. Niet van de Nieuwe van de Botlekbrug. 04:34:48 BB Binnenvaart voor je uit, Camaro Vier, die gebruikt ook, maakt ook gebruik van de opening 04:35:04 CAM Riep jij Nassaukade? 04:35:08 BB Nee, hoor Nassaukade, ik..eh, eh.. ik riep de Camaro Vier 04:35:15 CAM Ja, hier de Camaro Vier 04:35:22 BB Ik heb u niet horen roepen Camaro Vier de…. 04:35:24 CAM Ja, ah, oké [naam] , dank je […] […] […] 04:36:39 BB Nassaukade, brug loopt open 04:36:43 NAS Brug loopt open, Oké, wij gaan vaart maken, dank je wel 04:36:46 BB Camaro Vier, Botlekbrug 04:36:49 CAM Camaro Vier. 04:36:50 BB Brug loopt open, Lichies (spreek taal) rood, groen. 04:36:54 CAM Oké, dan komen we door 04:36:56 BB En roep gelijk ook even de Spijkenisserbrug op, dat u een opening wenst, over 04:37:03 CAM Welk kanaal is dat? Ook achttien? Nee, dat andere kanaal hè? 04:37:07 BB Nee achttien, je had het goed 04:37:10 CAM Ah, toch, Spijkenisserbrug, Camaro IV 04:37:15 SPB Camaro Vier, Spijkenisserbrug, goeie morgen. 04:37:18 CAM Hele goeie morgen. Wij komen zo meteen door de Botlekbrug, met een opening en we hadden graag bij u ook graag een opening., eh.., over. 04:37:26 SPB Ja, Camero.., Camaro Vier dat is ontvangen, door de Spijkenisserbrug. Ik hoor u graag als u in de Botlekbrug bent. 04:37:33 CAM Ja, ik roep als ik in de brug zitten. Tot zo. 04:37:39 BB Brug staat open, Nassaukade. Lampie groen. 04:37:40 NAS Ja, dank je wel. 04:37:46 BB Camaro Vier, ook meegekregen? 04:37:46 CAM Camaro Vier, meegekregen, lampies zijn groen. […] […] […] 04:44:08 BB Wat raak je nou Camaro? 4Het geschil in conventie 4.1. Camaro c.s. vorderen na wijziging van eis om bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad: voor recht te verklaren dat RWS in overwegende mate, voor ten minste 75%, aansprakelijk is voor de aanvaring en gehouden is de door Camaro c.s. geleden en nog te lijden schade te vergoeden; RWS te veroordelen om aan Camaro te betalen een bedrag van (ten minste 75% van) € 7.963,56 wegens niet onder de verzekering vergoede cascoschade, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf 28 december 2016 tot de dag der algehele voldoening, en RWS te veroordelen tot betaling van (tenminste 75% van) de door Camaro geleden stilligschade van € 117.542,99, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover ingaande het einde van iedere verlette dag tot aan de dag van volledige betaling; RWS te veroordelen om aan TVM te betalen een bedrag van (ten minste 75% van) € 141.877,17, wegens cascoschade en € 9.983,30 aan expertisekosten, alles te vermeerderen met de wettelijke rente daaover vanaf 28 december 2016, althans 7 juni 2018, althans datum dagvaarding tot aan de dag van volledige betaling; RWS te veroordelen tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van € 3.193,71; RWS te veroordelen in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover voor zover voldoening ervan uitblijft vanaf 14 dagen na het vonnis. 4.2. RWS voert verweer en concludeert tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vorderingen van Camaro c.s., met veroordeling van Camaro c.s. in de proceskosten, te vermeerderen met de wettelijke rente daarover vanaf de 14e dag na het vonnis. in voorwaardelijke reconventie 4.3. RWS vordert – samengevat – een verklaring voor recht dat Camaro als eigenaar van het schip aansprakelijk is voor de door RWS aan de Nieuwe Botlekbrug geleden schade vanwege schuld van het schip althans onrechtmatig handelen jegens RWS, onder veroordeling van Camaro c.s. in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente met ingang van 14 dagen na het vonnis. 4.4. Camaro c.s. voeren verweer en concluderen tot niet-ontvankelijkverklaring dan wel afwijzing van de vorderingen van RWS, met veroordeling van RWS in de kosten van het geding, te vermeerderen met de wettelijke rente als deze kosten niet binnen 7 dagen na het vonnis zijn voldaan. het verzoek ex artikelen 843a, 85 en 22 Rv 4.5. In hun conclusie van antwoord in reconventie hebben Camaro c.s. de rechtbank verzocht om, zowel op grond van artikel 843a Rv als op grond van de artikelen 85 en 22 Rv, RWS te bevelen om de volledige OSBI (Object Specifieke Bedien Instructie) zonder weglakkingen in het geding te brengen, zulks op straffe rechtens. Op de zitting hebben zij het verzoek om de volledige OSBI over te leggen herhaald en aangevuld met het verzoek om RWS ook te bevelen de bijlagen bij de OSBI en de gebruikshandleiding in het geding te brengen. De aanleiding voor dit verzoek is het beroep van RWS op paragrafen 6.3 en 6.4 van de OSBI, die volgens RWS zien op de bijzondere onderlinge (werk)afspraken tussen RWS en HBR voor de duur van de tijdelijke situatie waarin de beide Botlekbruggen naast elkaar in gebruik waren. Camaro c.s. vinden dat RWS de gehele OSBI in het geding moet brengen, zodat zij de stellingen van RWS op juistheid kunnen controleren en kunnen weerspreken. 4.6. RWS heeft volledige inzage/overlegging in/van de OSBI geweigerd, omdat de overige inhoud van de OSBI voor het geschil tussen partijen volgens RWS niet relevant is en Camaro c.s. geen rechtmatig belang hebben bij overlegging van de volledige OSBI. 5De beoordeling inleiding 5.1. De vorderingen van Camaro c.s. en RWS over en weer gaan in essentie over de vraag welke partij in welke mate aansprakelijk is voor de schadevaring tussen de ‘Camaro IV’ en de Nieuwe Botlekbrug op 28 december 2016. 5.2. Camaro c.s. menen dat de ‘Camaro IV’ voor hooguit 25% schuld heeft aan de schadevaring en dat RWS voor minimaal 75% aansprakelijk is voor de door de schadevaring veroorzaakte schade. Zij nemen de volgende standpunten in: RWS is aansprakelijk voor de schade ontstaan door de onrechtmatige gedragingen van de brugwachters (artikel 6:162 in verbinding met 6:170 BW). Deze onrechtmatigheid bestaat volgens Camaro c.s. uit 1) de onzorgvuldige en verwarrende marifooncommunicatie van de brugwachter van de Oude Botlekbrug en het vervolgens niet tonen van de juiste brugverlichting en 2) bedieningsfouten van de brugwachter van de Oude Botlekbrug. Ook de brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug is tekort geschoten in de zorgvuldige uitvoering van zijn taak, nu hij meeluisterde met zijn collega van de Spijkenisserbrug op kanaal 18 en het verzoek van de ‘Camaro IV’ om een opening van beide Botlekbruggen en de bevestiging daarvan door zijn collega heeft kunnen (en had moeten) horen. RWS heeft met de inrichting en de gekozen bedieningswijze van de Botlekbrug niet voldaan aan haar verplichting als beheerder en exploitant van de brug voor een veilige bediening van de bruggen (artikel 6:162 in verbinding met 6:174 BW). Daarbij wijzen Camaro c.s. kort gezegd op de gebrekkige inrichting van de bediening van de bruggen en het gebrek aan duidelijke protocollen. 5.3. RWS betwist dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug haar ondergeschikte is en dat zij voor zijn gedragingen aansprakelijk is. Verder betwist RWS dat de brugwachters onzorgvuldig hebben gehandeld en/of een fout in de bediening van de brug(gen) hebben gemaakt. Ook betwist RWS de door Camaro c.s. gestelde aansprakelijkheid als beheerder en exploitant voor de bruggen. RWS stelt zich op het standpunt dat de schadevaring volledig aan de schuld van de ‘Camaro IV’ is te wijten, omdat de schipper van de ‘Camaro IV’ meerdere fouten heeft gemaakt. 5.4. RWS vordert op haar beurt een verklaring voor recht dat Camaro aansprakelijk is voor de aan de Nieuwe Botlekbrug toegebrachte schade. Tussen partijen is niet in geschil dat deze vordering is verjaard, maar RWS beoogt een eventuele toegewezen vordering van Camaro c.s. met haar eigen vordering vanwege schade aan de Nieuwe Botlekbrug te verrekenen. RWS heeft haar tegenvordering voorwaardelijk ingesteld. Dit betekent dat daaraan pas wordt toegekomen als de rechtbank van oordeel is dat de vordering van Camaro c.s. (deels) moet worden toegewezen. 5.5. De rechtbank zal hierna eerst de vorderingen van Camaro c.s. beoordelen. in conventie de aansprakelijkheid van RWS voor fouten van de brugwachters 5.6. De eerste vraag die voorligt is of RWS kan worden aangesproken voor (eventueel nog vast te stellen) fouten van de brugwachters. 5.7. Camaro c.s. stellen dat RWS in eerste plaats op grond van artikel 6:170 BW als werkgever althans als gezaghebbende en verantwoordelijke, verantwoordelijk is voor fouten van de brugwachters. Voor een buitenstaander als Camaro is niet in te zien bij wie iemand in dienst is en dit kan RWS dan ook worden aangerekend. 5.8. RWS heeft weersproken dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug haar ondergeschikte is. Zij betoogt dat zij onterecht is gedagvaard en dat Camaro c.s. HBR hadden moeten dagvaarden, omdat de brugwachter in dienst was bij HBR. 5.9. De rechtbank overweegt als volgt. Om de (risico)aansprakelijkheid op grond van artikel 6:170 BW te doen intreden, is vereist dat voldoende verband bestaat tussen de fout van de ondergeschikte en de aan hem opgedragen taak. Hieraan is in beginsel voldaan als de kans op de fout door de opdracht tot het verrichten van deze taak is vergroot en de werkgever juridische zeggenschap had over de gedragingen waarin de fout was gelegen. Tussen partijen is niet in geschil dat aan het eerste vereiste, te weten de kanseis, is voldaan nu de brugwachter van de Oude Botlekbrug de door Camaro c.s. gestelde fouten beging toen hij in functie was als brugwachter. Partijen zijn wel verdeeld over de vraag of voldaan is aan het vereiste dat sprake was van zeggenschap van RWS over de brugwachter van de Oude Botlekbrug. 5.10. De rechtbank stelt voorop dat het begrip zeggenschap ruim moet worden opgevat, in de zin van een juridische gezagsverhouding. Er hoeft geen sprake te zijn van een dienstbetrekking uit een arbeidsovereenkomst. In het geval van in/uitlening van een werknemer kan sprake zijn van een cumulatieve aansprakelijkheid van zowel de formele werkgever als de feitelijke werkgever. Zodra degene in wiens dienst de ondergeschikte stond bevoegd is om ten aanzien van de werkzaamheden waarbij de ondergeschikte de fout heeft gemaakt enige instructies te geven, is sprake van een ondergeschiktheidsverhouding. Daarbij is niet beslissend of die instructiebevoegdheid een rechtstreekse is, of dat daarvan vaak gebruik wordt gemaakt. 5.11. Vast staat dat HBR de formele werkgever was van de brugwachter van de Oude Botlekbrug en dat de brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug in dienst was van RWS. RWS was als beheerder / eigenaar verantwoordelijk voor de wijze waarop de Nieuwe Botlekbrug werd bediend en maakte voor deze bediening gebruik van de inzet (en samenwerking) van de brugwachter van de Oude- en de brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug. In de door RWS opgestelde OSBI staan instructies die aan beide brugwachters voorschrijven hoe zij de bediening van de Oude- en Nieuwe Botlekbrug dienen uit te voeren en op elkaar af dienen te stemmen voor de duur van de tijdelijke situatie waarin de beide Botlekbruggen naast elkaar in gebruik waren. RWS had als werkgever dan ook (in ieder geval) de bevoegdheid om deze instructies te geven aan de brugwachter van de Oude Botlekbrug. Daarmee is de ondergeschiktheid van de brugwachter van de Oude Botlekbrug aan RWS gegeven en is RWS op grond van artikel 6:170 BW aansprakelijk voor een fout van deze brugwachter. 5.12. De brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug kwalificeert vanwege het dienstverband met RWS reeds als ondergeschikte van RWS in de zin van 6:170 BW en dit is tussen partijen ook niet in geschil. De aansprakelijkheid van RWS voor gedragingen van de brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug blijft hierna echter buiten beschouwing, omdat deze brugwachter (zoals hierna wordt gemotiveerd) geen fout heeft gemaakt. heeft de brugwachter van de Oude Botlekbrug onzorgvuldig gehandeld en/of bedieningsfouten gemaakt?- het 843a Rv verzoek van Camaro c.s. 5.13. Camaro c.s. stellen zich op het standpunt dat de schipper van de ‘Camaro IV’ duidelijk heeft verzocht om een opening van de Oude Botlekbrug en de Nieuwe Botlekbrug en dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug de beide Botlekbruggen had moeten (doen) openen. Volgens hen heeft de brugwachter van de Oude Botlekbrug onzorgvuldig gehandeld danwel bedieningsfouten gemaakt en daartoe voeren zij (samengevat) aan dat: de brugwachter van de Oude Botlekbrug onduidelijk en verwarrend heeft gecommuniceerd over de marifoon. Onder verwijzing naar het RAINWAT-akkoord en Handboek radiocommunicatie binnenvaart voeren Camaro c.s. aan dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug in strijd met de regels voor marifooncommunicatie de ontvangst van berichten niet heeft geverifieerd en niet helder en bondig heeft gecommuniceerd; de brugwachter van de Oude Botlekbrug de brugverlichting aan had moeten passen. De Oude Botlekbrug toonde bij het passeren vier groene lichten. Bij het gesloten blijven van de Nieuwe Botlekbrug, hadden twee groene lichten en twee gele lichten (rondjes of wybertjes) moeten worden getoond. Door niet de juiste lichten te tonen heeft de brugwachter bijgedragen aan de onzorgvuldige communicatie; de brugwachter van de Oude Botlekbrug ten onrechte geen gehoor heeft gegeven aan het verzoek om beide Botlekbruggen te openen. Ondanks de doorgegeven kruiphoogte van de ‘Camaro IV’ was de brugwachter van de Oude Botlekbrug verplicht om gevolg te geven aan het verzoek van de schipper van de ‘Camaro IV’ en om de Nieuwe Botlekbrug te (doen) openen. De brugwachter van de Oude Botlekbrug mocht hierin niet zelf een afweging maken op basis van de waterstand en de gecommuniceerde doorkruiphoogte. Ter onderbouwing van deze stelling verwijzen Camaro c.s. naar artikel 6.26 Binnenvaartpolitiereglement 2016 (BPR 2016), de Richtlijnen Vaarwegen 2011 met daarin opgenomen de richtlijnen voor bediening van kunstwerken 1996, het Bedienhandboek en de OSBI; de Nieuwe Botlekbrug en de Oude Botlekbrug in tandem bediend hadden moeten worden, omdat deze bruggen zich op een korte afstand van elkaar bevonden, hetgeen blijkt uit de Richtlijnen Vaarwegen 2011; de brugwachter van de Oude Botlekbrug had moeten schouwen. 5.14. RWS betwist dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug onzorgvuldig heeft gecommuniceerd of bedieningsfouten heeft gemaakt. RWS betoogt daartoe (hoofdzakelijk en voor zover relevant) dat: de schipper van de ‘Camaro IV’ niet aan de brugwachter van de Oude Botlekbrug heeft gevraagd om (ook) de Nieuwe Botlekbrug te openen; het verzoek van de schipper van de ‘Camaro IV’ om ‘beide bruggen te openen’ betrekking had op een opening van de Oude Botlekbrug en de Spijkenisserbrug; de brugwachter van de Oude Botlekbrug heeft gecommuniceerd dat de Oude Botlekbrug zou worden geopend en de Nieuwe Botlekbrug niet en dat de schipper van de ‘Camaro IV’ de marifoon (kennelijk) niet goed heeft uitgeluisterd of verkeerd heeft geïnterpreteerd; de schipper/bemanning van de ‘Camaro IV’ is vergeten de stuurhut te laten zakken om het schip in overeenstemming te brengen met de opgegeven doorkruiphoogte van 12,5 meter, met welke doorkruiphoogte het schip onder de gesloten Nieuwe Botlekbrug door had kunnen varen. 5.15. De rechtbank overweegt als volgt. De Regional Arrangement on the Radiocommunication Service for Inland Waterways (het RAINWAT-akkoord, hierna: de Regionale Regeling) is volgens de daarin opgenomen preambule ontstaan met het doel om gemeenschappelijke principes en regels vast te stellen voor verbeterde veiligheid in de binnenvaart. Met name de harmonisatie van de radiocommunicatie moet volgens de preambule bijdragen aan een veiligere binnenvaart. In ‘Resolution N°.1’ van de Regionale Regeling is onder meer vastgelegd “that the Central Commission for the navigation of the Rhine (CCNR) and the Danube Commission (DC) shall prepare a Guide concerning radiotelephone service on Inland Waterways according to an uniform model and publish it” en “that Administrations shall take the necessary steps that the Guide is carried on board ships”. 5.16. Het ‘Handboek voor de radiocommunicatie in de binnenvaart’ (afkomstig van de Centrale Commissie voor de Rijnvaart) is gebaseerd op Resolutie 1 van de Regionale Regeling. Het bepaalt over de marifooncommunicatie, voor zover relevant: “4.1.2 Marifoongespreksdiscipline In de categorieën schip-schip, nautische informatie en schip-havenautoriteiten mogen alleen berichten worden uitgewisseld die uitsluitend betrekking hebben op de bescherming van het menselijk leven, de navigatie of de veiligheid van schepen; dit geldt niet voor de schipschipkanalen die voor communicatie van sociale aard zijn voorzien. Ten behoeve van een vlotte afwikkeling van het marifoonverkeer moeten een aantal eenvoudige maar belangrijke algemene regels in acht worden genomen: • eerst uitluisteren, dan zenden; • kort en bondig, langzaam en duidelijk spreken; • geen uitzending zonder identificering; • beperken tot noodzakelijke gesprekken; • volgens de procedureregels handelen; • de spreekknop niet langer dan noodzakelijk ingedrukt houden; • het zendvermogen in de categorie nautische informatie zo gering mogelijk houden, teneinde storing van andere verbindingen te vermijden; • de ontvangst van een aan een scheepsstation gerichte melding moet worden bevestigd.” 5.17. Deze voorschriften bevatten breed gedragen uitgangspunten voor de marifooncommunicatie in de binnenvaart, allemaal bedoeld om miscommunicaties zoveel mogelijk te voorkomen. Dat hebben Camaro c.s. bepleit en is in zoverre niet door RWS weersproken. De rechtbank betrekt deze voorschriften dan ook bij haar oordeel over de gevoerde marifooncommunicatie. 5.18. De schipper van de ‘Camaro IV’ heeft de brugwachter van de Oude Botlekbrug opgeroepen en gezegd dat hij graag een opening voor beide bruggen had (04.34.00). De rechtbank stelt vast – en dat blijkt ook uit de eigen stellingen – dat de schipper bedoeld heeft om een brugopening voor beide Botlekbruggen te vragen. Dat een bemanningslid van de ‘Nassaukade’ heeft verklaard dat hij de ‘Camaro IV’ niet heeft horen verzoeken om een brugopening voor de Nieuwe Botlekbrug, zoals RWS aanvoert, neemt niet weg dat dit wel de bedoeling van de schipper kan zijn geweest. De rechtbank acht het vanuit het perspectief van de schipper van de ‘Camaro IV’ niet onbegrijpelijk dat hij de brugwachter van de Oude Botlekbrug, die ook de regie had over de Nieuwe Botlekbrug, heeft verzocht om beide bruggen te openen. Vanuit zijn perspectief was dat verzoek om die reden helder. Voor een opening van de Spijkenisserbrug moest de schipper van de ‘Camaro IV’ immers de brugwachter van de Spijkenisserbrug oproepen. Vervolgens bevestigt de brugwachter van de Oude Botlekbrug de ontvangst van het bericht en vraagt hij ‘alleen de (…) ouwe en de Spijk?’ (04.34.12). Daarop vraagt de schipper van de ‘Camaro IV’ om het bericht te herhalen, omdat hij het niet had verstaan, waarna de brugwachter van de Oude Botlekbrug niet zijn boodschap herhaalt, maar doorgeeft wat de waterstand op dat moment was (04.34.23). Daarop reageert de schipper van de ‘Camaro IV’ dat hij ook een opening van de Spijkenisserbrug wil (04.34.29), waarop de brugwachter vervolgens om 04.34.34 zegt: ‘Ja, dat zei ik ook. Van de Ouwe Botlekbrug en de Spijkenisserbrug. Niet van de Nieuwe van de Botlekbrug’. Op dat bericht komt geen reactie van de schipper van de ‘Camaro IV’. Tegen de achtergrond van de hiervoor vermelde voorschriften en uitgangspunten over heldere marifooncommunicatie, had de brugwachter van de Oude Botlekbrug uitdrukkelijk moeten verifiëren of de schipper van de ‘Camaro IV’ zijn berichten had begrepen. Daar was te meer reden toe, omdat de brugwachter van de Oude Botlekbrug zelf ter sprake bracht of de Spijkenisserbrug ook moest worden geopend. Aan RWS kan worden toegegeven dat de brugwachter twee keer in de marifooncommunicatie navraagt of de gevraagde opening ziet op de Oude Botlekbrug en de Spijkenisserbrug en dat zijn berichten op zichzelf – als die ook door de schipper van de ‘Camaro IV’ zijn verstaan – duidelijk zijn. Mede gelet op de bijzondere tijdelijke situatie waarin hij ook de door schippers te benaderen persoon was voor een opening van de Nieuwe Botlekbrug en dat de Spijkenisserbrug niet onder zijn verantwoordelijkheid viel, had hij echter moeten nagaan of de schipper van de ‘Camaro IV’ zijn berichten had ontvangen en had begrepen dat alleen de Oude Botlekbrug zou worden geopend. Deze handelswijze heeft bijgedragen aan de miscommunicatie met de schadevaring tot gevolg. Dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug er vanwege de doorgegeven kruiphoogte van 12,5 meter (die niet bleek te kloppen, omdat de kruiphoogte inclusief de stuurhut die omhoog bleef circa 15,5 meter was), de hoogte van de Nieuwe Botlekbrug en de waterstand vanuit is gegaan dat de Nieuwe Botlekbrug niet hoefde te worden geopend, omdat de ‘Camaro IV’ er onderdoor had kunnen varen, doet niet af aan het belang van heldere en zorgvuldige marifooncommunicatie. 5.19. De rechtbank komt voorts tot het oordeel dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug, zoals Camaro c.s. hebben gesteld, niet de juiste verlichting heeft getoond of heeft gecommuniceerd bij de Botlekbruggen. Niet weersproken is dat alle brugverlichting op groen stond op het moment dat ‘Camaro IV’ de Botlekbruggen ging passeren. Bovendien volgt uit het marifoonverslag dat dit ook is gecommuniceerd. De brugwachter van de Oude Botlekbrug bericht om 04.37.33 aan de ‘Nassaukade’ ‘lampie groen’ en vraagt vervolgens aan de schipper van de ‘Camaro IV’ ‘ook meegekregen?’ (04.37.46). In reactie daarop meldt de schipper van de ‘Camaro IV’: ‘meegekregen, lampies zijn groen.’ Op grond van paragraaf 6.4 tweede alinea van de OSBI geldt dat in het geval waarin alleen de Oude Botlekbrug wordt geopend, de onderdoorvaartlichten zo moeten worden aangepast dat het passeren van de gesloten brug kan plaatsvinden volgens de geldende regelgeving. In lijn met artikel 6.26 lid 4 sub h BPR 2016 had naast het groene licht dan ook geel licht getoond moeten worden aangezien de doorvaart voor de Nieuwe Botlekbrug slechts was toegestaan voor schepen van een beperkte hoogte. Het gegeven dat – zoals RWS stelt – de brugwachter van de Oude Botlekbrug had besloten dat de ‘Camaro IV’ makkelijk zonder opening onder de Nieuwe Botlekbrug kon doorvaren, maakt niet dat daarom alle lichten op groen mochten worden gezet. De rechtbank komt dan ook tot het oordeel dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug niet de regels voor het tonen van de juiste doorvaartverlichting heeft nageleefd waarmee – zoals Camaro c.s. stellen – is bijgedragen aan de onzorgvuldige communicatie. 5.20. De rechtbank volgt Camaro c.s. niet in de stelling dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug een fout heeft gemaakt, omdat hij de Nieuwe Botlekbrug en de Oude Botlekbrug niet in tandem heeft bediend. Als de verplichting om de bruggen in tandem te bedienen al uit de Richtlijnen Vaarwegen 2011 zou volgen – hetgeen RWS betwist – dan maakt dit nog niet dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug een fout heeft gemaakt. Deze richtlijnen dienen immers als kader voor gebruik door en voor RWS waar onder omstandigheden van mag worden afgeweken en leggen aan de brugwachter geen (rechtstreekse) verplichtingen op. Gezien het hoogteverschil tussen de Oude- en de Nieuwe Botlekbrug ligt het niet voor de hand dat de bruggen in tandem bediend moesten worden, omdat het juist de bedoeling van de hogere Nieuwe Botlekbrug was dat die minder vaak hoefde te worden geopend voor passerend scheepvaartverkeer en het wegverkeer minder werd gestremd. De brugwachter handelde in lijn met de instructies die hij had gekregen (die zagen op de situatie dat de bruggen niet in tandem werden bediend): indien nodig contact opnemen met de brugwachter van de Nieuwe Botlekbrug teneinde hem te verzoeken die brug (ook) te openen. Dat deze werkwijze ook bij Camaro c.s. bekend was blijkt onder andere uit hun stelling in de dagvaarding dat er voor het scheepvaartverkeer slechts de Botlekbrug was, bestaande uit twee bruggen, met één brugwachter op te roepen op kanaal 18 voor een opening van één, of een opening van beide, bruggen. 5.21. De rechtbank gaat niet mee in het argument van Camaro c.s. dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug had moeten schouwen – hetgeen betekent dat hij volgens Camaro c.s. vooraf had moeten controleren of het veilig was om de Oude Botlekbrug wel, maar de Nieuwe Botlekbrug niet te openen. Met RWS is de rechtbank van mening dat het ‘schouwen’ zoals dit is omschreven in het Bedienhandboek waar Camaro c.s. naar verwijzen niet is bedoeld om te beoordelen of een brug moet worden geopend, nog daargelaten dat schouwen praktisch weinig nut had, omdat het zicht zeer beperkt was door de dichte mist. 5.22. Het standpunt van Camaro c.s. dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug bedieningsfouten heeft gemaakt en, zonder een eigen afweging te maken op basis van de gecommuniceerde doorkruiphoogte van 12,5 meter, verplicht was om gehoor te geven aan het verzoek om opening van de beide Botlekbruggen van de schipper (5.13 derde gedachtestreepje) is gebaseerd op hun veronderstelling dat de brugwachter van de Oude Botlekbrug ook daadwerkelijk heeft begrepen of moeten begrijpen dat het verzoek van de schipper van de ‘Camaro IV’ inhield dat een opening werd verzocht voor beide Botlekbruggen. Uit het marifoonverkeer zoals dit is weergegeven in het marifoonverslag onder 3.13 blijkt echter niet (objectief) dat de schipper om een opening van de Oude- en de Nieuwe Botlekbrug heeft verzocht en bovendien, zoals hierna onder 5.35 nog wordt overwogen, mocht de schipper er ook niet zo maar van uitgaan dat allebei de bruggen zouden worden geopend. Nu de veronderstelling waarop dit standpunt van Camaro c.s. is gebaseerd (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.