Rechtbank Rotterdam Team straf 3 Parketnummers: 10/376179-24, 10/310138-24 en 10/115599-25 Parketnummers vordering TUL VV: 10/045453-24 en 10/139698-23 Datum uitspraak: 2 juni 2025 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats 1] ( [geboorteland] ) op [geboorteplaats 2] 1994, ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres: [adres 1] , [postcode] te [woonplaats] , ten tijde van het onderzoek op de terechtzitting preventief gedetineerd in de Penitentiaire Inrichting [naam PI] , locatie [detentielocatie] , raadsvrouw mr. S. Pershad, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzittingen van 7 maart 2025, 28 april 2025 en 19 mei 2025. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen met gevoegde parketnummers 10/376179-24, 10/310138-24 en 10/115599-25. De tekst van de tenlastelegging is als bijlage I aan dit vonnis gehecht. 3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. X.C. van Balen heeft gevorderd: bewezenverklaring van het in de zaak met parketnummer 10/376179-24 onder 1 primair en 2 ten laste gelegde, van het in de zaak met parketnummer 10/310138-24 ten laste gelegde en van het in de zaak met parketnummer 10/115599-25 onder 1 en 2 ten laste gelegde; veroordeling van de verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 8 maanden met aftrek van voorarrest, waarvan 3 maanden voorwaardelijk, met oplegging van de bijzondere voorwaarden, zoals door de reclassering in het rapport van 28 februari 2025 is geadviseerd, te weten een meldplicht bij de reclassering, deelname aan ambulante behandeling, verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan controle op middelengebruik, en de dadelijke uitvoerbaarheid van die bijzondere voorwaarden; afwijzing van de vordering tot tenuitvoerlegging in de zaak met parketnummer 10/045453-24 en van de vordering in de zaak met parketnummer 10/139698-23, met verlenging van de proeftijd van de voorwaardelijk opgelegde straffen in beide zaken. 4Waardering van het bewijs 4.1. Bewezenverklaring zonder nadere motivering (parketnummer 10/376179-24 onder 2) Het in de zaak met parketnummer 10/376179-24 onder 2 ten laste gelegde is door de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.2. Bewijswaardering (parketnummer 10/376179-24 onder 1 primair) 4.2.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat er voldoende wettig en overtuigend bewijs is voor het toebrengen van pijn en letsel bij het slachtoffer [slachtoffer 1] (hierna: [slachtoffer 1] ) door de verdachte. Het bewijs dat de verdachte met een fles [slachtoffer 1] meerdere malen op het hoofd heeft geslagen en hem tegen het hoofd heeft geschopt, kan worden gevonden in de verklaring van de getuige [getuige] (hierna: [getuige] ). 4.2.2. Beoordeling De rechtbank is van oordeel dat uit de bewijsmiddelen kan worden afgeleid dat het de verdachte is geweest die [slachtoffer 1] meermalen met een fles op het hoofd heeft geslagen. Dit volgt uit de verklaringen van [slachtoffer 1] en die van [getuige] . [slachtoffer 1] heeft hierdoor een hoofdwond opgelopen die gehecht moest worden. Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat niet wettig en overtuigend is bewezen dat de verdachte [slachtoffer 1] ook heeft mishandeld door hem meermalen tegen het hoofd te schoppen, omdat alleen [getuige] hierover heeft verklaard. Het procesdossier bevat geen steunbewijs voor dit onderdeel van de tenlastelegging. De verdachte zal daarom partieel worden vrijgesproken van dit onderdeel van de tenlastelegging. 4.2.3. Conclusie Bewezen is dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/376179 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte wordt partieel vrijgesproken van het onderdeel ‘tegen het hoofd heeft geschopt’. 4.3. Bewezenverklaring zonder nadere motivering (parketnummer 10/310138-24) Het in de zaak met parketnummer 10/310138-24 ten laste gelegde heeft de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. 4.4. Bewezenverklaring zonder nadere motivering (parketnummer 10/115599-25 onder 1 en 2) Het in de zaak met parketnummer 10/115599-25 onder 1 ten laste gelegde heeft de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. Het in de zaak met parketnummer 10/115599-25 onder 2 ten laste gelegde onderdeel ‘onbruikbaar maken van een ophoudkamer/voorlopig arrestantenverblijf’, zoals opgenomen in de tenlastelegging, heeft de verdachte bekend. Dit feit zal zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De verdachte zal partieel worden vrijgesproken van het onderdeel ‘vernieling, beschadiging, onbruikbaar maken en/of wegmaken van een DECT telefoon’, zoals opgenomen in de tenlastelegging, omdat dit op basis van de inhoud van de wettige bewijsmiddelen niet overtuigend is bewezen. De verdachte zal daarvan zonder nadere motivering worden vrijgesproken. 4.5. Bewezenverklaring In bijlage II heeft de rechtbank de inhoud van wettige bewijsmiddelen opgenomen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Op grond daarvan, en op grond van de redengevende inhoud van het voorgaande, is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/376179-24 onder 1 primair ten laste gelegde heeft begaan. In bijlage III heeft de rechtbank een opgave gedaan van wettige bewijsmiddelen, houdende voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Met deze opgave wordt volstaan, nu de verdachte het bewezen verklaarde heeft bekend en geen verweer is gevoerd dat strekt tot vrijspraak. Op grond daarvan is wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het in de zaak met parketnummer 10/376179-24 onder 2 ten laste gelegde, het in de zaak met parketnummer 10/310138-24 ten laste gelegde en het in de zaak met parketnummer 10/115599-55 onder 1 en 2 (voor zover dat ziet op onbruikbaar maken ophoudkamer/arrestantenverblijf) ten laste gelegde heeft begaan. De verdachte heeft de bewezen verklaarde feiten op die wijze begaan dat: Parketnummer: 10/376179-24 1. primair. hij op 24 november 2024 te Rotterdam, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan [slachtoffer 1] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen die [slachtoffer 1] meermalen, - met een fles op het hoofd heeft geslagen , terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid; 2. hij op 24 november 2024 te Rotterdam, opzettelijk niet heeft voldaan aan een bevel of een vordering, krachtens enig wettelijk voorschrift, te weten artikel 55d lid 1 van het Wetboek van Strafvordering, gedaan door een ambtenaar, te weten, [naam verbalisant] (hoofdagent bij de politie Eenheid Rotterdam), belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en/of onderzoeken van strafbare feiten, door, nadat deze ambtenaar hem had bevolen mee te werken aan een onderzoek uitgeademde lucht, hieraan geen gevolg te geven; Parketnummer: 10/310138-24 hij op 28 september 2024 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, toebehorende aan [slachtoffer 2] , heeft beschadigd; Parketnummer: 10/115599-25 1. hij op 7 april 2025 te Rotterdam, een blikje drank, toebehorende aan Jumbo Supermarkt (locatie [adres 2] ), heeft weggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen; 2. hij op 7 april 2025 te Rotterdam, opzettelijk en wederrechtelijk een ophoudkamer/voorlopig arrestantenverblijf toebehorende aan politie Eenheid Rotterdam, heeft onbruikbaar gemaakt. Hetgeen meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. De verdachte moet daarvan worden vrijgesproken. De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd (cursief). De verdachte is daardoor niet geschaad in zijn verdediging. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: Parketnummer 10/376179-24 1poging tot zware mishandeling; 2. opzettelijk niet voldoen aan een bevel of vordering, krachtens wettelijk voorschrift gedaan door een ambtenaar belast met en/of bevoegd verklaard tot het opsporen en onderzoek van strafbare feiten; Parketnummer: 10/310138-24 opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen; Parketnummer: 10/115599-25 1diefstal; 2. opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel of ten dele aan een ander toebehoort, onbruikbaar maken. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar. 7Motivering straf 7.1. Algemene overweging De straf die aan de verdachte wordt opgelegd, is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Feiten waarop de straf is gebaseerd De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan meerdere strafbare feiten van verschillende aard, te weten een geweldsdelict, een vermogensdelict, twee maal zaaksbeschadiging en het niet voldoen aan een ambtelijk bevel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan een poging tot zware mishandeling door een aantal keren met een fles op het hoofd te slaan van het slachtoffer, nota bene een maat die de verdachte van de straat kent. Als gevolg daarvan heeft het slachtoffer pijn ondervonden en letsel opgelopen. Hij had een wond boven op zijn hoofd, die op de Spoedeisende Hulp is dichtgelijmd, en een bloeduitstorting onder zijn wenkbrauw. Het slachtoffer heeft een poos last gehad van hoofdpijn. Hij durfde niet meer over straat en ging (tijdelijk) niet meer naar de dagbesteding. De verdachte heeft hiermee een onaanvaardbare inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. Dat het slachtoffer, dat geraakt is op een kwetsbare plek van zijn lichaam, geen ernstiger letsel heeft opgelopen is een omstandigheid die niet aan de verdachte te danken is geweest. Bovendien kan dit soort handelen aan gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving bijdragen, zeker omdat dit op de openbare weg en in aanwezigheid van omstanders heeft plaatsgevonden. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het opzettelijk niet voldoen aan een bevel dat hem was gegeven om mee te werken aan een onderzoek uitgeademde lucht. De verdachte heeft hiermee verhinderd dat objectief kon worden vastgesteld of hij onder invloed was van alcohol of andere middelen. Door het niet voldoen aan rechtmatig gedane vorderingen van opsporingsambtenaren wordt het gezag van de politie ondermijnd. De verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan de beschadiging van een auto. Door het plegen van dit feit heeft de verdachte geen respect getoond voor het eigendom van een ander en heeft hij de aangever opgezadeld met schade en overlast. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan winkeldiefstal. Met zijn handelen heeft de verdachte er (wederom) blijk van gegeven geen respect te hebben voor de eigendommen van een ander en zich ook niet te laten weerhouden door de overlast en kosten die dergelijk gedrag voor winkeliers veroorzaakt. Dit leidt tot hinder en ergernis voor de benadeelde en brengt kosten met zich mee die uiteindelijk aan de burger worden doorberekend. Tot slot heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het onbruikbaar maken van een ophoudkamer/voorlopig arrestantenverblijf, door daarin te urineren. De rechtbank rekent de verdachte dit alles zwaar aan. 7.3. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte 7.3.1. Strafblad De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 17 april 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. 7.3.2. Rapportage Stichting Leger des Heils Jeugdbescherming & Reclassering (hierna: de reclassering), heeft een rapport over de verdachte opgemaakt, gedateerd 28 februari 2025. Dit rapport houdt – kort en zakelijk weergegeven – het volgende in. Het middelengebruik, psychosociaal functioneren en het sociaal netwerk van de verdachte zijn delictgerelateerd. Daar waar eerder met name sprake was van een delictpatroon van vermogensdelicten, lijkt de verdachte meer in aanraking te komen met justitie wegens agressie/geweldsincidenten. Bij de verdachte ontbreekt het aan stabiliteit op vrijwel alle leefgebieden. Tevens ontbreekt het aan beschermende factoren. Er is sprake van een patroon van (voornamelijk) middelenproblematiek, mogelijk onderliggende (psychische) problematiek en delictgedrag (mogelijk samenhangend met middelengebruik). Interventies kwamen eerder niet van de grond onder meer omdat de verdachte zijn afspraken niet nakwam. De reclassering is van mening dat de verdachte nog één laatste kans verdient. Daarom wordt geen ISD-maatregel geadviseerd. Door de onstabiliteit in het leven van de verdachte wegens zijn problematiek en perioden van detentie, was het toezicht vrijwel onuitvoerbaar. De motivatie van de verdachte voor reclasseringstoezicht en hulpverlening lijkt in positieve zin veranderd te zijn. De toezichthouder heeft op 25 november 2024 een IFZO-aanmelding voor beschermd wonen bij Stichting Ontmoeting in Epe. De reclassering adviseert om bij een veroordeling een (deels) voorwaardelijke straf met bijzondere voorwaarden aan de verdachte op te leggen, te weten een meldplicht bij de reclassering, deelname aan ambulante behandeling, verblijf in een instelling voor begeleid wonen of maatschappelijke opvang en meewerken aan controle op middelengebruik. 7.4. Conclusies van de rechtbank Gelet op hetgeen de rechtbank hierboven heeft overwogen, komt zij tot de volgende conclusies. De conclusies van de psychiater worden gedragen worden door zijn/haar bevindingen en door hetgeen ook overigens op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt daarom die conclusies over en maakt die tot de hare. Gezien de ernst van de feiten kan niet anders worden gereageerd dan met het opleggen van een gevangenisstraf. Bij de bepaling van de duur van de gevangenisstraf heeft de rechtbank acht geslagen op straffen die in soortgelijke zaken plegen te worden opgelegd. Met de reclassering is de rechtbank van oordeel dat behandeling en bijzondere voorwaarden noodzakelijk zijn. De rechtbank zal een deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk opleggen, met de voorwaarden die hierna worden genoemd. Dit voorwaardelijk strafdeel dient er tevens toe de verdachte de mogelijkheid te bieden om met hulp en begeleiding van de reclassering het opnieuw begaan van strafbare feiten in de toekomst te voorkomen en zijn leven verder delictvrij vorm te geven. Het is van belang dat de behandeling direct begint. Ter zitting is gebleken dat de verdachte vanaf 20 mei 2025 bij Stichting Ontmoeting in Epe terecht kan. De rechtbank ziet in de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals uit de stukken in het dossier en het verhandelde ter terechtzitting naar voren zijn gekomen, reden om een groter deel van de voorgenomen straf voorwaardelijk op te leggen. Daarnaast zal de rechtbank bevelen dat de hierna genoemde bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar zijn, zodat is gewaarborgd dat de behandeling van de verdachte bij Stichting Ontmoeting direct kan worden voortgezet en ook daarna toezicht op de verdachte kan worden gehouden. De rechtbank houdt rekening met de omstandigheid dat de verdachte (enigszins) openheid van zaken heeft gegeven over zijn handelen en daarvoor verantwoordelijkheid heeft genomen. De rechtbank is van oordeel dat gelet op alle hiervoor genoemde omstandigheden aanleiding bestaat bij de straftoemeting af te wijken van wat de officier van justitie heeft gevorderd. De rechtbank acht de hierna te noemen straf passend en geboden. 8Vorderingen benadeelde partijen / schadevergoedingsmaatregelen Ter zake van het onder parketnummer 10/376179-24 onder 1 ten laste gelegde feit heeft [benadeelde 1] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 150,- aan immateriële schade. Ter zake van het onder parketnummer 10/310138-24 ten laste gelegde feit heeft [benadeelde 2] zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een vergoeding van € 488,82 aan materiële schade. Ter zake van het onder parketnummer 10/115599-25 onder 2 ten laste gelegde feit heeft Nationale Politie Eenheid Rotterdam zich als benadeelde partij in het geding gevoegd. De benadeelde partij vordert een bedrag van € 82,43 aan materiële schade. 8.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vorderingen van de benadeelde partijen moeten worden toegewezen. 8.2. Standpunt verdediging De raadsvrouw heeft aangevoerd dat onvoldoende is gebleken dat de geconstateerde krassen op de auto van de benadeelde partij [benadeelde 2] door de trappende beweging(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.