Rechtbank Rotterdam Team insolventie voorlopige voorziening ex artikel 287b Faillissementswet: afwijzing toepassing schuldsaneringsregeling: niet-ontvankelijk rekestnummers: [nummer 1] – [nummer 2] uitspraakdatum: 12 juni 2025 (bij vervroeging) [verzoeker] , wonende te [adres] [postcode] [woonplaats] , verzoeker. 1De procedure Verzoeker heeft op 23 mei 2025, met een verzoekschrift ex artikel 284 Faillissementswet (Fw), een verzoekschrift ex artikel 287b, eerste lid, Fw ingediend, waarin wordt gevraagd om een voorlopige voorziening bij voorraad. In het vonnis van 26 mei 2025 heeft de rechtbank de behandeling van het verzoekschrift bepaald op 2 juni 2025. Ter zitting van 2 juni 2025 zijn verschenen en gehoord: verzoeker; mevrouw M. Ates, tolk; mevrouw [naam verweerster] , verweerster; mr. R.G. Vijlbrief, advocaat van verweerster. Mr. A. Karacelik, advocaat van verzoeker, is telefonisch gehoord nu hij vanwege een verblijf in het buitenland niet fysiek bij de zitting aanwezig kon zijn. De rechtbank heeft de uitspraak bepaald op heden. 2Het verzoek Het verzoek strekt ertoe op grond van artikel 287b, eerste lid, Fw, gedurende een termijn van zes maanden bij uitspraak een voorlopige voorziening te treffen en verweerster te verbieden het vonnis van de rechtbank Rotterdam in kort geding van 11 april 2025 tot ontruiming van de woonruimte van verzoeker ten uitvoer te leggen. Verzoeker heeft ter zitting aangevoerd dat hij betwist dat de huurovereenkomst tussen verweerster en hem is geëindigd. Hij heeft vanaf maart 2025 geen betalingen meer aan verweerster gedaan, omdat hij werkzaamheden voor verweerster heeft verricht, waarvoor hij een factuur heeft gezonden. Verzoeker beroept zich op verrekening. Daarnaast heeft verweerster beslag gelegd onder de opdrachtgever van verzoeker op zijn inkomen, waardoor verzoeker niet in staat is de gebruikersvergoeding te betalen. Er ligt ook beslag op de leaseauto van verzoeker die hij nodig heeft om zijn werkzaamheden uit te voeren. De kantonrechter in kort geding heeft de ontruiming toegewezen, echter de advocaat stelt zich op het standpunt dat de verkeerde procedure is gevoerd. Hij zal namens verzoeker een bodemprocedure aanhangig maken. Ten slotte voert verzoeker aan dat zijn verblijfsvergunning over twee weken afloopt. Hij heeft een adres nodig, bij gebreke waarvan zijn verblijfsvergunning niet zal worden verlengd. In de optiek van verzoeker maakt verweerster misbruik van haar positie en heeft zij verzoeker in moeilijkheden gebracht. Voor wat betreft de stand van zaken met betrekking tot het minnelijk traject heeft verzoeker meegedeeld dat hij een afspraak heeft gehad met het Regionaal Bureau Zelfstandigen, die hem gaan helpen bij het oplossen van de schulden. 3Het verweer De advocaat van verweerster heeft pleitnotities overgelegd. Deze pleitnotities dienen hier als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Namens verweerster is ter zitting aangevoerd dat het verzoek moet worden afgewezen. Verweerster voert daartoe, kort samengevat, het volgende aan. Een schorsingsverzoek ex art. 287b Fw is alleen mogelijk in de gevallen genoemd in artikel 305, tweede lid, Fw. In dit geval is daar geen sprake van. De huurovereenkomst is van rechtswege geëindigd, om welke reden verzoeker de woning dient te ontruimen. Verzoeker verblijft in de woning zonder recht of titel. In het vonnis van 11 april 2025 heeft de kantonrechter in kort geding verzoeker veroordeeld om de woning van verweerster binnen veertien dagen na betekening te verlaten en de huurachterstand van € 7.070,48 te voldoen. Verzoeker heeft sinds 15 maart 2025 geen huurbetalingen meer verricht. Verweerster betwist dat er door verzoeker werkzaamheden zijn uitgevoerd waarvoor hij verweerster een factuur kon sturen. De factuur van ca € 19.000,-- is verzoekster onbekend. Door de handelwijze van verzoeker komt verweerster nu zelf in de betalingsproblemen. 4De beoordeling Artikel 287b Fw geeft de schuldenaar de mogelijkheid om de rechtbank te verzoeken een voorlopige voorziening te treffen indien sprake is van een bedreigende situatie. De voorziening is erop gericht om een adempauze te creëren die verzoeker in staat moet stellen het minnelijk traject voort te zetten om met zijn schuldeisers een regeling voor zijn schulden te bereiken c.q. af te ronden, dan wel om de goede trouw meer gefundeerd te kunnen laten blijken. Deze voorlopige voorziening strekt zich volgens artikel 287b, vierde lid, Fw mede tot het van toepassing verklaren van artikel 305 Fw. In artikel 305, tweede lid, Fw is bepaald in welke situatie de tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis niet mogelijk is in geval van een schuldsaneringsregeling. Hiervoor gelden twee voorwaarden. De tenuitvoerlegging van een ontruimingsvonnis is niet mogelijk indien:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.