Rechtbank Rotterdam Team insolventie weigering tussentijdse beëindiging [insolventienummer] uitspraakdatum: 25 juli 2025 Bij vonnis van deze rechtbank van 10 augustus 2022 is de toepassing van de schuldsaneringsregeling uitgesproken ten aanzien van: [schuldenares] , [adres] [postcode] [plaats] , schuldenares, bewindvoerder: [persoon A] . 1De procedure De bewindvoerder heeft de rechter-commissaris op 8 mei 2025 verzocht de schuldsaneringsregeling voor tussentijdse beëindiging voor te dragen. De rechter-commissaris heeft op 14 mei 2025 met dit verzoek ingestemd. De bewindvoerder heeft op 18 juni 2025 aan de rechtbank een laatste stand van zaken gestuurd. Ter zitting van 23 juni 2025 zijn verschenen en gehoord: [schuldenares] , schuldenares; mevrouw [persoon A] , bewindvoerder; mevrouw N. Nguyen, beschermingsbewindvoerder. Op 25 juni 2025 heeft de rechtbank een tussenvonnis gewezen. Op 2 juli 2025 heeft de bewindvoerder haar advies aan de rechtbank uitgebracht. De uitspraak is bepaald op heden. 2De standpunten Voor de standpunten van de rechter-commissaris, de bewindvoerder en schuldenares verwijst de rechtbank naar de desbetreffende gedingstukken en het verhandelde ter zitting. 3De beoordeling De rechtbank zal geen consequenties verbinden aan de tekortkomingen in de nakoming van de inspanningsverplichting. Schuldenares heeft vanaf aanvang van de regeling wel gewerkt, maar dit was nooit fulltime (36 uur per week). Schuldenares heeft aan de rechtbank stukken van de arbodienst overgelegd. Hieruit is gebleken dat schuldenares een medische aandoening heeft met objectiveerbare beperkingen, dat haar arbeidsintensiviteit langzaam dient te worden opgebouwd, dat zij bovendien is aangewezen op een gestructureerde werksituatie zonder veel storingen onder begeleiding van collega’s of leidinggevenden. De rechtbank acht op grond van de stukken van de arbodienst en gelet op het advies van de bewindvoerder aannemelijk, dat schuldenares zich gedurende de gehele periode van de schuldsanering maximaal heeft ingezet om aan haar inspanningsverplichting te voldoen. De rechtbank verbindt daarom geen consequenties aan de tekortkomingen in de nakoming van de inspanningsverplichting. De rechtbank heeft er voorts voldoende vertrouwen in dat de tekortkoming in de nakoming van de afdrachtverplichting zal worden hersteld. Er is sprake van een boedelachterstand ter hoogte van € 1.045,
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.