RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummers: C/10/681394 / JE RK 24-1268 en C/10/691432 / JE RK 24/2724 Datum uitspraak: 9 januari 2025 Beschikking van de kinderrechter over een (voorwaardelijke) machtiging gesloten jeugdhulp in de zaak van de gecertificeerde instelling William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering, gevestigd te Amsterdam, hierna te noemen de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen [minderjarige] , advocaat mr. M.P. Biesbroek, kantoorhoudende te Rotterdam. De kinderrechter merkt als informant aan: [de moeder] , hierna te noemen de moeder, wonende in [plaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen met zaaknummer C/10/691432 / JE RK 24/2724, ontvangen op 20 december
- het e-mailbericht van de jeugdbeschermer, ontvangen op 31 december 2024; de beschikking van de kinderrechter van 15 juli 2024 met zaaknummer C/10/681394 / JE RK 24-1268, met de daaraan ten grondslag liggende stukken; de beschikking van 19 september 2024 van de kinderrechter tot rectificatie van de beschikking van 15 juli 2024 met zaaknummer C/10/681394 / JE RK 24-1268; de instemmingsverklaring van de gedragswetenschapper, ontvangen op 1 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 9 januari
- Daarbij waren aanwezig: - [minderjarige] met haar advocaat; - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI, [vertegenwoordiger] . De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan [begeleider] , de begeleider van [minderjarige] . 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar haar mening gevraagd. [minderjarige] heeft - in aanwezigheid van haar advocaat - hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. 2De feiten 2.
- Bij beschikking van 31 januari 2019 is [minderjarige] onder voogdij gesteld van de William Schrikker Stichting Jeugdbescherming en Jeugdreclassering. 2.
- [minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [zorginstelling] . 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 15 juli 2024 een machtiging verleend [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp tot 3 februari
- 3De (aangehouden) verzoeken t.a.v. C/10/681394 / JE RK 24-1268 3.
- De GI verzoekt een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van zes maanden. t.a.v. C/10/691432 / JE RK 24/2724 3.
- De GI verzoekt een machtiging gesloten jeugdhulp te verlenen voor de duur van 1 jaar. Thans resteert de periode voor de duur van zes maanden, te weten tot 3 augustus
- 4De standpunten 4.
- De GI handhaaft het aangehouden deel van het verzoek met zaaknummer C/10/691432 / JE RK 24/
- Vanmorgen is door [zorginstelling] kenbaar gemaakt dat door een incident afgelopen dinsdag, de veiligheid van [minderjarige] en de anderen op de groep niet meer kan worden gewaarborgd. [minderjarige] moet worden overgeplaatst naar een andere groep. Na dit incident is het moeilijk om [minderjarige] op een open groep te plaatsen. Er is ook geen open plek beschikbaar. Om deze reden verzoekt de GI om het aangehouden deel van de gesloten plaatsing voor de duur van zes maanden uit te spreken, waardoor [minderjarige] op een andere gesloten groep kan worden geplaatst. Vanuit deze plek zal de GI kijken wat er nodig is om [minderjarige] over te plaatsen op een open groep. De GI acht een kleinschalige woonvorm passend voor [minderjarige] . Deze plek is niet ineens gevonden. Veel organisaties vinden het beangstigend dat [minderjarige] agressie en wegloopgedrag kan laten zien. De GI was voornemens om het verzoek tot een voorwaardelijke machtiging gesloten jeugdhulp te handhaven en die in te zetten om [minderjarige] bij [zorginstelling] te laten verblijven, met meer vrijheden. Vanuit daar zou [minderjarige] doorgeplaatst kunnen worden naar een kleinschalige woonvorm. Dit is niet meer haalbaar, daarom trekt de GI het verzoek met zaaknummer C/10/681394 / JE RK 24-1268 in, op het moment dat het andere verzoek wordt uitgesproken. [minderjarige] wil op termijn op een kamertrainingscentrum worden geplaatst. [minderjarige] moet hiervoor nog een aantal stappen zetten, aangezien dit vraagt om meer zelfstandigheid dan wat zij nu laat zien. 5De mening van de moeder 5.
- De moeder heeft ter zitting kenbaar gemaakt dat zij begrijpt dat [minderjarige] voor haar eigen veiligheid moet worden overgeplaatst. De moeder is van mening dat [minderjarige] op de groep meer wordt beschadigd dan dat zij vooruitgang boekt. Er is geen vooruitgang te zien in [minderjarige] of in haar systeem. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] veilig is. De moeder hoopt dat [minderjarige] op een plek komt waar zij langere tijd kan blijven. De gesloten groep van [zorginstelling] vindt de moeder geen gesloten groep, [minderjarige] kan immers weglopen. Dit zou niet moeten bij een gesloten plaatsing. 6Het standpunt van [minderjarige] 6.
- Namens en door [minderjarige] is ter zitting het volgende naar voren gebracht. [minderjarige] heeft ups-and-downs op de groep. Sinds [minderjarige] een-op-een begeleiding heeft, gaat het een stuk beter met haar. [minderjarige] heeft niet zo lang geleden gehoord dat deze begeleiding afgebouwd gaat worden. Dit brengt onzekerheid mee voor [minderjarige] . Het is betreurenswaardig dat de een-op-een begeleiding wordt afgebouwd door bureaucratie en geldtekort, terwijl [minderjarige] er zichtbaar baat bij heeft. [zorginstelling] kan op dit moment de veiligheid van [minderjarige] niet garanderen. De gesloten plekken in Nederland zijn echter schaars en zitten zeker niet allemaal aan deze kant van het land. Het is van groot belang dat [minderjarige] perspectief ervaart en daarom is de voorwaardelijke gesloten machtiging belangrijk. Dit stuit echter op bezwaren nu er geen andere plek is dan [zorginstelling] waar deze voorwaardelijke machtiging kan worden uitgevoerd. [minderjarige] zal dan toch op een gesloten groep moeten worden geplaatst, waarbij het wel van belang is dat zij haar vrijheden behoudt. 7De beoordeling 7.
- De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die zij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. 7.
- Vanwege een recent agressie incident op de gesloten groep van [zorginstelling] is het onzeker of [minderjarige] op [zorginstelling] mag blijven. Er is vooralsnog geen vervolgplek beschikbaar voor [minderjarige] op een open groep. [zorginstelling] kon [minderjarige] de mogelijkheid bieden om in een voor haar bekende omgeving te oefenen met meer vrijheden door middel van een voorwaardelijke machtiging voor gesloten jeugdhulp. Omdat [minderjarige] voor haar eigen veiligheid en de veiligheid van haar groepsgenoten niet meer op [zorginstelling] kan verblijven, is het verzoek ten aanzien van de voorwaardelijke gesloten machtiging momenteel niet haalbaar. Er bestaan zorgen over het zelfbepalende gedrag van [minderjarige] , waarbij zij met fysieke dan wel verbale agressie kan reageren op haar omgeving. Daarnaast loopt [minderjarige] regelmatig weg van de groep en bestaan er zorgen over de omgeving waarin [minderjarige] zich op deze momenten bevindt. [minderjarige] heeft baat bij de een-opeen begeleiding die zij het afgelopen jaar heeft ontvangen. Het is betreurenswaardig dat deze begeleiding wordt afgebouwd en de kinderrechter acht het van belang dat wordt onderzocht of er mogelijkheden zijn om deze begeleiding voor [minderjarige] voort te zetten. [minderjarige] heeft de juiste hulp nodig om verder te komen in haar ontwikkeling. Gezien de recente ontwikkelingen is het nog steeds noodzakelijk dat [minderjarige] op een gesloten groep wordt geplaatst, maar het ligt op de weg van de GI om de komende periode op zoek te gaan naar een passende vervolgplek voor [minderjarige] . Een plaatsing binnen de geslotenheid dient immers - ook nu nog, ondanks het agressie incident van onlangs - van een zo kort mogelijke duur te zijn. 7.
- De kinderrechter zal de machtiging voor een gesloten accommodatie voor jeugdhulp verlenen voor de duur van zes maanden. 7.
- Nu de GI het verzoek met zaaknummer t.a.v. C/10/681394 / JE RK 24-1268 intrekt, kunnen de gronden daarvan niet worden onderzocht. De kinderrechter zal daarom dit verzoek van de GI afwijzen. 8De beslissing De kinderrechter: 8.
- verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 3 februari 2025 tot 3 augustus
- Deze beschikking is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 9 januari 2025 door mr. A. Verweij, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. V. Versteeg als griffier, en op schrift gesteld op 23 januari
- Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld: door de verzoeker en degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden. Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te Den Haag.