← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:9346

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummers: 11506450 VZ VERZ 25-370 11506282 VZ VERZ 25-366 datum uitspraak: 25 april 2025 Beschikking van de kantonrechter in de zaak 11506450 van [verzoeker] , woonplaats: [plaats 1] , verzoeker, verweerder in het voorwaardelijk tegenverzoek, gemachtigde: mr. C.P.R.M. Dekker, tegen [verweerster] , vestigingsplaats: [plaats 2] , verweerster, verzoekster in het voorwaardelijk tegenverzoek, gemachtigde: mr. A.J. Verweij, en in de zaak 11506282 van [verweerster] , vestigingsplaats: [plaats 2] , verzoekster, gemachtigde: mr. A.J. Verweij, tegen [verzoeker] , woonplaats: [plaats 1] , verweerder, gemachtigde: mr. C.P.R.M. Dekker. De partijen worden ‘ [verzoeker] ’ en ‘ [verweerster] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. De zaak 11506450 heeft de volgende processtukken: het verzoekschrift van [verzoeker] (ontvangen op 22 januari 2025), met bijlagen; het verweerschrift van [verweerster] ex artikel 194 Rv; het verweerschrift van [verweerster] in de hoofdzaak, met een voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen; het verweerschrift van [verzoeker] tegen het voorwaardelijk tegenverzoek, met bijlagen; de akte van [verweerster] , met bijlagen. 1.
  2. De zaak 11506282 heeft de volgende processtukken: het verzoekschrift van [verweerster] (ontvangen op 22 januari 2025), met bijlagen; het verweerschrift van [verzoeker] , met bijlagen. 1.
  3. Op 21 maart 2025 zijn de zaken tijdens een zitting besproken met [verzoeker] en voor [verweerster] met [persoon A] (regio sales manager), [persoon B] (filiaal manager) en [persoon C] (HR manager), met de gemachtigden. 2De beoordeling Waar gaan de zaken over? 2.
  4. [verzoeker] , die bij [verweerster] in dienst was als [functie] , verzoekt vernietiging van het aan hem op 22 november 2024 gegeven ontslag op staande voet en veroordeling van [verweerster] tot betaling van zijn loon vanaf die datum tot het einde van zijn tijdelijke dienstverband op 31 maart 2025, met nevenverzoeken. [verweerster] is het daarmee niet eens. Zij heeft op haar beurt voorwaardelijk, namelijk als het ontslag op staande voet wordt vernietigd en deze beschikking vóór 31 maart 2025 wordt gegeven, verzocht de arbeidsovereenkomst te ontbinden, met nevenverzoeken. Verder verzoekt [verweerster] [verzoeker] te veroordelen tot betaling van € 8.914,15 netto aan schadevergoeding als bedoeld in artikel 7:677 lid 2 en 3 BW. [verzoeker] is het hiermee niet eens. Zaak 11506450 Ontslag op staande voet 2.
  5. Het verzoek van [verzoeker] tot vernietiging van het ontslag op staande voet wordt afgewezen, omdat is voldaan aan de eisen van artikel 7:677 lid 1 BW. De feiten en omstandigheden die [verweerster] aan het ontslag ten grondslag heeft gelegd, leveren een dringende reden op die onverwijld aan hem is medegedeeld en bij brief en mail van 25 november 2024 is bevestigd. Die reden komt in de kern erop neer dat [verzoeker] twee auto’s voor de APK afgemeld heeft bij RDW zonder deze te hebben gekeurd. 2.
  6. In de ontslagbrief van 25 november 2024 staat onder meer: “(…) Op woensdag 20 november 2024 bent u gesproken door de [persoon A] en uw leidinggevende, de [persoon B] , filiaalmanager. De aanleiding voor dit gesprek was het vermoeden dat u een tweetal voertuigen APK heeft afgemeld bij het RDW zonder dat deze conform de wettelijke regelgeving zijn gekeurd. Daarnaast is gebleken dat voor deze twee voertuigen geen factuur is opgemaakt en er hiervoor ook geen geld aan [verweerster] is afgedragen. De [persoon A] heeft u gevraagd of u kon verklaren waarom u een Opel Tigra, met [kenteken 1] , op 18 oktober 2024 bij het RDW heeft afgemeld zonder dat deze in de planning stond, niet in het filiaal is geweest en ook niet is afgerekend. U gaf aan dat u zich die auto niet kon herinneren. Vervolgens heeft de [persoon A] u gevraagd of u kon verklaren waarom u een Volkswagen Golf, met [kenteken 2] , op 24 oktober 2024 bij het RDW heeft afgemeld zonder dat deze in de planning stond, niet in het filiaal is geweest en ook niet is afgerekend. U gaf ook nu aan dat u zich deze auto niet kon herinneren. Pas na enig aandringen van de heren [persoon B] en [persoon A] ging er bij u een lampje branden, voornamelijk doordat meerdere van uw collega’s zich de man die de Golf had gebracht konden herinneren. Deze man, die u “een buurman” noemt, had bij zijn bezoek namelijk het klantentoilet ernstig vervuild, waarop u was aangesproken nadat hij met u had geluncht. U gaf uiteindelijk toe dat deze man u had bezocht op het filiaal. U bevestigde nu ook dat u beide auto’s had afgemeld voor de APK. Het op afstand “keuren” van voertuigen is een strafbaar feit. Met uw handelen heeft u, tot tweemaal toe, niet alleen een strafbaar feit gepleegd, maar ook de keuringsbevoegdheid van de erkenninghouder, [verweerster] , bewust roekeloos in gevaar gebracht. Voor [verweerster] is het duidelijk dat u in strijd met diverse binnen [verweerster] geldende procedures en arbeidsvoorschriften heeft gehandeld, fraude heeft gepleegd waarbij u zichzelf (financieel) heeft bevoordeeld en daarmee [verweerster] (financieel) heeft benadeeld, en voorts dat u uw verantwoordelijkheden als werknemer ernstig heeft verwaarloosd door de wet- en regelgeving van de RDW ter zake het keuren van auto’s willens en wetens, althans bewust roekeloos te overtreden en aldus daarbij onaanvaardbare risico’s genomen met de keuringsbevoegdheid van [verweerster] . [verweerster] kwalificeert uw handelingen als dringende redenen zoals in ieder geval omschreven in artikel 7:678 lid 2 onder d van het Burgerlijk Wetboek: d: wanneer hij zich schuldig maakt aan diefstal, verduistering, bedrog of andere misdrijven, waardoor hij het vertrouwen van de werkgever onwaardig wordt. (…) 2.
  7. Tegenover deze verwijten komt [verzoeker] niet verder dan een niet tot nauwelijks gemotiveerde ontkenning. Hij stelt nu dat de auto’s wel zijn gekeurd, maar nog los dat daarvoor enige onderbouwing ontbreekt, is onduidelijk gebleven waarom hij dat niet in het gesprek van 20 november 2024 heeft verteld. Ook is onduidelijk gebleven hoe het dan met de betaling is gegaan. [verweerster] heeft onweersproken toegelicht dat geen facturen voor de vermeende keuringen zijn gemaakt en dat er dus ook niet voor is betaald. [verzoeker] heeft hierover niet meer kunnen zeggen dan dat hij niet over de betalingen gaat. Dat is wel erg mager. Zeker gelet op de artikelen 6.7 en 6.9 van de arbeidsvoorschriften van [verweerster] waarop is gewezen en waarin kort gezegd bepaald is dat niet gewerkt mag worden aan andere auto’s dan van haar klanten en dat fraude of de schijn daarvan voorkomen moet worden, dat van alle verrichte diensten altijd een factuur wordt gemaakt en dat het ontbreken van een factuur gezien wordt als frauduleus handelen. Van [verzoeker] had, kortom, meer mogen worden verwacht als weerlegging van dat wat [verweerster] hem verwijt. Daarin is hij niet geslaagd. Het verslag van de hoorzitting van 23 december 2024 bij de RDW dat [verzoeker] heeft ingebracht, heeft daaraan ook zeker niet bijgedragen. 2.
  8. Uit dat verslag blijkt namelijk dat [verzoeker] , wat op de zitting niet anders was, niet tot nauwelijks concrete antwoord kon geven op de vragen over de gang van zaken bij het keuren en afmelden van de auto’s. In het verslag is verder te lezen dat [verzoeker] bij het verhoor is geconfronteerd met een aantal opvallende onderzoeksresultaten. Zo is hij ermee geconfronteerd dat hij de Volkswagen Golf ook al op 9 oktober 2023 afgemeld heeft toen hij nog niet bij [verweerster] werkte. Ook is hij ermee geconfronteerd dat hij over het algemeen voertuigen verspreid afmeldt, maar soms ook kort achter elkaar, zo ook op 24 oktober 2024 toen hij drie auto’s waaronder Volkswagen Golf heeft afgemeld binnen een tijdsbestek van vijf minuten. [verzoeker] is er tevens mee geconfronteerd dat bij het afmelden van de Volkswagen Golf om 11:36:49 uur het bericht verscheen “tellerstand kan fout zijn corrigeer zo nodig en verstuur opnieuw” en dat om 11:37:10 uur, dus 21 seconden, later de auto opnieuw is afgemeld. Iets anders was dat hij de gegevens van de Volkswagen Golf geraadpleegd heeft om 11:35 uur, dat de melding over de tellerstand kwam om 11:36 uur en dat de auto afgemeld is om 11:37 uur. En dat ook de Opel Tigra kort voor het afmelden is geraadpleegd. Op de zitting heeft hij hierover gezegd dat uit efficiency soms eerst wordt begonnen met de keuring en pas daarna de gegevens worden geraadpleegd. [verweerster] heeft hierover toegelicht dat de gegevens voorafgaand aan het keuren van een auto moeten worden geraadpleegd om te kunnen beoordelen of wel tot keuring kan en mag worden overgegaan. Volgens haar is het, nog daargelaten dat het niet mag, dus ook niet gemakkelijk of efficiënt om eerst te keuren. 2.
  9. Alles overziend wordt geoordeeld dat de verwijten die [verzoeker] zijn gemaakt voldoende zijn komen vast te staan en dat deze zonder meer een dringende reden opleveren. [verzoeker] is dan ook terecht op 22 november 2024 op staande voet ontslagen. Zijn verzoek tot vernietiging daarvan wordt dus afgewezen en dat geldt ook zijn overige verzoeken. Die hingen namelijk samen met een vernietiging van het ontslag. Incident ex artikel 194 Rv 2.
  10. [verzoeker] heeft op grond van artikel 194 Rv verzocht [verweerster] te verplichten een aantal stukken in het geding te brengen. Het gaat nu alleen nog over de keuringsrapporten van de Volkswagen Golf en de Opel Tigra. Gelet op de uitkomst van deze zaak valt echter niet in te zien dat en waarom [verzoeker] nog voldoende belang daarbij heeft. Het verzoek wordt dan ook afgewezen. Zaak 11506282 Ontvankelijkheid 2.
  11. Voor zover [verzoeker] heeft aangevoerd dat het verzoek van [verweerster] tot betaling van gefixeerde schadevergoeding ex artikel 7:677 lid 2 en 3 BW te laat is ingediend, moet dat worden verworpen. Gelet op de ontslagdatum van 22 november 2024 en artikel 7:686a lid 4, aanhef en onder a, BW is het verzoekschrift namelijk op tijd binnengekomen, want binnen twee maanden na de dag waarop de arbeidsovereenkomst geëindigd is. Gefixeerde schadevergoeding 2.
  12. [verzoeker] is terecht vanwege een dringende reden ontslagen door opzettelijk auto’s voor de APK af te melden zonder deze te hebben gekeurd. Dit betekent dat [verweerster] recht heeft op de door verzochte gefixeerde schadevergoeding (artikel 7:677 lid 2 en 3 BW). Op basis van het loon en de opzegtermijn van twee maanden die geldt voor [verzoeker] is de hoogte daarvan met juistheid vastgesteld op € 8.914,15 (netto). Het bedrag wordt vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 22 november 2024 (artikel 7:686a lid 1 BW). Zaken 11506450 en 11506282 Proceskosten 2.
  13. De proceskosten komen voor rekening van [verzoeker] , omdat hij ongelijk krijgt. De kantonrechter begroot de kosten die hij aan [verweerster] moet betalen op € 543,- aan griffierecht (in 11506282), op € 1.763,- aan salaris voor de gemachtigde (€ 814,- in 11506450, € 543,- in 11506282 vanwege de gezamenlijke behandeling en € 406,- in het incident) en € 135,- aan nakosten. Dit is totaal € 2.441,-. Hier kan nog een bedrag bij komen als de uitspraak wordt betekend. Uitvoerbaar bij voorraad 2.
  14. Deze beschikking wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard (artikel 288 Rv). Dat betekent dat de beschikking meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: in 11506450 3.
  15. wijst de verzoeken van [verzoeker] af; in 11506282 3.
  16. veroordeelt [verzoeker] om aan [verweerster] de gefixeerde schadevergoeding van € 8.914,15 te betalen, te vermeerderen met de wettelijke rente ex artikel 6:119 BW vanaf 22 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald; in 11506450 en 11506282 3.
  17. veroordeelt [verzoeker] in de proceskosten, die aan de kant van [verweerster] tot vandaag worden vastgesteld op € 2.441,-; 3.
  18. verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  19. wijst al het andere af. Deze beschikking is gegeven door mr. V.F. Milders en in het openbaar uitgesproken. 465

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.