RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/3054 proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2025 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats] , eiseres en de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam. Inleiding
- In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiseres tegen de uitspraak op bezwaar van de heffingsambtenaar van 2 april
- 1.
- De heffingsambtenaar heeft aan eiseres op 13 maart 2024 een naheffingsaanslag in de parkeerbelasting opgelegd. 1.
- De heffingsambtenaar heeft het bezwaar van eiseres hiertegen ongegrond verklaard. 1.
- De rechtbank heeft het beroep op 18 juli 2025 op zitting behandeld. Partijen zijn zonder bericht van verhindering niet verschenen. Op 23 juni 2025 is er een bericht in het digitale dossier geplaatst waarbij eiseres en de heffingsambtenaar in kennis zijn gesteld van de datum en het tijdstip van de zitting. Van de plaatsing van het hiervoor vermelde bericht in dit digitale dossier is eveneens op 23 juni 2025 om 14:42 uur kennisgevingen (notificaties) verzonden naar de door eiseres en de heffingsambtenaar voor dit doel opgegeven e-mailadressen. Op grond hiervan neemt de rechtbank aan dat partijen dit bericht hebben ontvangen, en wel, gelet op artikel 8:36c, tweede lid, van de Awb, op 23 juni
- 1.
- Na afloop van zitting heeft de rechtbank onmiddellijk uitspraak gedaan. Beoordeling door de rechtbank
- De heffingsambtenaar heeft de bestreden naheffingsaanslag op 17 juni 2025 vernietigd. Dat betekent dat eiseres met deze procedure niet meer in een betere positie kan worden gebracht. Zij heeft dus geen procesbelang meer. Omdat de heffingsambtenaar tijdens het beroep tegemoet is gekomen aan eiseres, moet de heffingsambtenaar wel het betaalde griffierecht vergoeden. Conclusie en gevolgen
- Het beroep is niet-ontvankelijk. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. De heffingsambtenaar moet wel het griffierecht aan eiseres vergoeden. Eiseres heeft geen proceskosten gemaakt.
- Partijen zijn gewezen op de mogelijkheid om tegen de mondelinge uitspraak in hoger beroep te gaan op de hieronder omschreven wijze. Beslissing De rechtbank: - verklaart beroep niet-ontvankelijk; - bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiseres moet vergoeden. Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. S.J. Veth, griffier. Uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op: 18 juli
- De rechter is verhinderd de uitspraak te ondertekenen. griffier rechter Dit proces-verbaal is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop dit proces-verbaal is verzonden. Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.