← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:9855

Rechtbank Rotterdam Team straf 2 Parketnummer: 10-810355-18 en 10-199857-18 Datum uitspraak: 27 juni 2025 Tegenspraak Verkort vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de gevoegde zaken tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1998, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , [postcode] te [woonplaats] , raadsman mr. G.S.J. van Gestel, advocaat te Rotterdam. 1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de terechtzitting van 27 juni 2025. 2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaardingen. De tekst van de tenlasteleggingen is als bijlage aan dit vonnis gehecht. De verdachte wordt – kort gezegd – beschuldigd van het in vereniging handelen in verdovende middelen, het voorhanden hebben van een hoeveelheid harddrugs (30,6 gram) en – gedurende relatief korte periode – de deelname aan een criminele organisatie. 3Procesafspraken Het Openbaar Ministerie en de verdachte, bijgestaan door zijn raadsman, hebben procesafspraken gemaakt over de afdoening van de strafzaken en de ontnemingsprocedure. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van

  1. de)procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie is ondertekend in maart 2025. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt. De rechtbank is niet betrokken geweest bij de (totstandkoming van
  2. de)procesafspraken. De procesafspraken zijn vastgelegd in een overeenkomst die door de verdachte, zijn raadsman en de officier van justitie is ondertekend. De overeenkomst is voorafgaand aan de zitting door de officier van justitie aan de rechtbank verstrekt. 4Bewezenverklaring 4.1. Standpunt officier van justitie De officier van justitie, mr. R.P.L. van Loon, heeft gerekwireerd overeenkomstig de procesafspraken. Hij heeft de bewezenverklaring gevorderd van alle ten laste gelegde feiten. 4.2. Stanpunt verdediging De verdediging heeft overeenkomstig de procesafspraken geen bewijsverweer gevoerd. 4.3. Bewezenverklaring De overtuiging dat de verdachte het bewezen verklaarde heeft begaan, is gegrond op de inhoud van de wettige bewijsmiddelen, houdende tot bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden. Het vonnis zal in die gevallen waarin de wet dit vereist, worden aangevuld met een later bij dit vonnis te voegen bijlage met daarin de inhoud dan wel de opgave van de bewijsmiddelen. Nu de verdediging geen (bewijs)verweren heeft gevoerd, zullen deze feiten zonder nadere bespreking bewezen worden verklaard. De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de ten laste gelegde feiten heeft begaan op die wijze dat: 10-810355-18 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juli 2018 tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(
  3. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of (een) hoeveelhe(i)d(
  4. en)van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(
  5. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2018 tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) hoeveelhe(i)d(
  6. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(
  7. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 10-199857-18 hij op of omstreeks 9 oktober 2018 te Vlaardingen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of ongeveer 5,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroine, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. 5Strafbaarheid feiten De bewezen feiten leveren op: 1. medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder B van de Opiumwet gegeven verbod, meermalen gepleegd 2. deelneming aan een organisatie die tot oogmerk heeft het plegen van een misdrijf als bedoeld in artikel 10, vierde lid, van de Opiumwet 3. opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod. Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. De feiten zijn dus strafbaar. 6Strafbaarheid verdachte Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de verdachte uitsluit. De verdachte is dus strafbaar 7Motivering schuldigverklaring zonder strafoplegging 7.1. Algemene overweging De beslissing van de rechtbank over de strafoplegging is gegrond op de ernst van de feiten, de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte. Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. 7.2. Procesafspraken De rechtbank heeft tijdens de zitting met de verdachte de procesafspraken besproken die hij en zijn raadsman met de officier van justitie zijn overeengekomen. Daarbij zijn de vrijwilligheid van de procesafspraken, de bewustheid van de verdachte ten aanzien van de (inhoud van
  8. de)procesafspraken en de (mogelijke) gevolgen van de procesafspraken aan de orde gesteld. Volgens beide partijen heeft ten behoeve van het opstellen van de procesafspraken uitvoerig overleg plaatsgevonden. De rechtbank is geen partij bij de procesafspraken en is niet gehouden tot naleving daarvan. Naar het oordeel van de rechtbank heeft de verdachte weloverwogen en vrijwillig ingestemd met de procesafspraken en is hij zich bewust van de inhoud van de gemaakte afspraken, de procedure en de (mogelijke) gevolgen daarvan. Ook overigens is sprake van een eerlijk proces en voldaan aan de eisen die artikel 6 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) stelt. 7.3. Eis van de officier van justitie en standpunt van de verdediging De officier van justitie heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken gevorderd dat de verdachte schuldig wordt verklaard zonder oplegging van een straf of maatregel. De verdediging heeft overeenkomstig de gemaakte procesafspraken geen strafmaatverweren gevoerd. 7.4. Feiten waarop de schuldigverklaring zonder strafoplegging is gebaseerd De verdachte heeft met anderen gehandeld in verdovende middelen, ongeveer 30,6 gram harddrugs in gripzakjes voorhanden gehad en – gedurende een relatief korte periode – deelgenomen een criminele organisatie. De verdachte heeft op bestelling verdovende middelen afgeleverd aan druggebruikers. Met zijn handelen heeft de verdachte een bijdrage geleverd aan de instandhouding van de drugshandel. Harddrugs vormen een ernstige bedreiging voor de volksgezondheid en de handel daarin gaat vaak gepaard met andere vormen van ernstige (gewelds)criminaliteit. De verdachte heeft zijn eigen belangen laten prevaleren boven de schadelijke gevolgen die de handel in harddrugs veroorzaakt. 7.5. Persoonlijke omstandigheden van de verdachte De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit de justitiële documentatie van 20 mei 2025, waaruit blijkt dat de verdachte eerder is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Ook heeft de rechtbank kennisgenomen van het reclasseringsrapport over de verdachte van 8 november 2018. 7.6. Conclusies van de rechtbank De rechtbank heeft acht geslagen op de procesafspraken. De verdachte heeft ernstige strafbare feiten begaan. In zijn voordeel is echter rekening gehouden met de (zeer) ruime overschrijding van de redelijke termijn voor berechting, zoals bedoeld in artikel 6, eerste lid, EVRM. Ook is rekening gehouden met het feit dat de verdachte afstand doet van alle goederen die bij hem in beslag zijn genomen. Verder heeft de verdachte 75 dagen in voorlopige hechtenis doorgebracht. Daarom acht de rechtbank het raadzaam te bepalen, dat aan de verdachte geen straf of maatregel zal worden opgelegd. Hiermee zijn alle belangen van strafvordering voldoende gediend. 8In beslag genomen voorwerpen De officier van justitie en de verdediging zijn in de procesafspraken overeengekomen dat de verdachte afstand zal doen van de onder hem in beslag genomen goederen of de tegenwaarde daarvan. Nu de verdachte afstand heeft gedaan, zal een beslissing van de rechtbank op dit punt achterwege blijven. 9Bijlagen De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis. 10Beslissing De rechtbank: verklaart bewezen, dat de verdachte de in de zaak met parketnummer 10-810355-18, onder 1 en 2 ten laste gelegde feiten en het in de zaak met parketnummer 10-199857-18 ten laste gelegde, zoals hiervoor omschreven, heeft begaan; verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders ten laste is gelegd dan hiervoor bewezen is verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij; stelt vast dat het bewezen verklaarde oplevert de hiervoor vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; bepaalt dat ten aanzien van de bewezenverklaarde feiten geen straf of maatregel wordt opgelegd; heft op het bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte, die bij eerdere beslissing is geschorst. Dit vonnis is gewezen door mr. E.M. Havik, voorzitter, en mr. R.H. Kroon en mr. E.M. Rocha, rechters, in tegenwoordigheid van mr. T. van Driel, griffier, en uitgesproken op de openbare terechtzitting op 27 juni 2025. De jongste rechter is buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen Bijlage Tekst tenlasteleggingen Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat 10-810355-18 1. hij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 26 juli 2018 tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, meermalen, althans eenmaal, opzettelijk heeft geteeld en/of bereid en/of bewerkt en/of verwerkt en/of verkocht en/of afgeleverd en/of verstrekt en/of vervoerd, (een) hoeveelhe(i)d(
  9. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of (een) hoeveelhe(i)d(
  10. en)van een materiaal bevattende heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(
  11. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (artikel 2 onder B jo 10 Opiumwet) art 2 ahf/ond B Opiumwet art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht art 10 1id 4 Opiumwet 2. hij in of omstreeks de periode van 26 juli 2018 tot en met 05 november 2018 te Vlaardingen en/of Schiedam, althans in Nederland, heeft deelgenomen aan een organisatie, die tot oogmerk had het plegen van misdrijven, namelijk het telen en/of bereiden en/of bewerken en/of verwerken en/of verkopen en/of afleveren en/of verstrekken en/of vervoeren, in elk geval (telkens) opzettelijk aanwezig hebben van (een) hoeveelhe(i)d(
  12. en)van een materiaal bevattende cocaïne en/of heroïne, zijnde cocaïne en/of heroïne (een) middel(
  13. en)als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; (artikel 11b Opiumwet) art 10 1id 4 Opiumwet art 2 ahf/ond B Opiumwet art 11b lid 1 Opiumwet 10-199857-18 hij op of omstreeks 9 oktober 2018 te Vlaardingen opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 25,5 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, en/of ongeveer 5,1 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende heroine, zijnde cocaïne en/of heroïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet. ( art 10 lid 3 Opiumwet, art 2 ahf/ond C Opiumwet )

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.