← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:9909

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11262774 CV EXPL 24-20048 datum uitspraak: 25 april 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stedin Netbeheer B.V., vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. A. Ester, tegen [gedaagde] , briefadres: Hoogvliet, Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. I. Stolting. De partijen worden hierna ‘Stedin’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 1 augustus 2024, met bijlagen; het antwoord; de brief van 12 maart 2025 van mr. Ester, met bijlagen; de mail van 17 maart 2025 van mr. Ester, met bijlage. 1.
  2. Op 25 maart 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met: de heer [persoon A] namens Stedin en mr. Ester; [gedaagde] en mr. Stolting. 2De feiten 2.
  3. Vanaf 10 januari 2023 tot en met in ieder geval 7 december 2023 was [gedaagde] huurder van een flatwoning aan de [adres] te Amersfoort. Op dit adres is Stedin de beheerder van het elektriciteitsnet. 2.
  4. Op 7 december 2023 heeft de politie in de woning een hennepkwekerij ontdekt. Daarbij heeft een medewerker van Stedin geconstateerd dat op de toevoerleiding een illegale aansluiting was gemaakt. Vanuit deze aansluiting werd de hennepkwekerij onbemeterd van elektriciteit voorzien. 2.
  5. Op 7 december 2023 heeft een fraudespecialist van Stedin namens Stedin bij de politie aangifte gedaan van diefstal van elektriciteit. In het proces-verbaal van aangifte staat, voor zover relevant: “[…] De fraudespecialist zag dat de kappen van de in de hennepkwekerij aanwezige assimilatielampen onder een dikke laag stof zaten, wat erop duidt dat deze al een langere tijd aanwezig waren. (zie foto’s) […] Het witte filtermateriaal van het aanwezige koolstoffilter was door het gebruik in de hennepkwekerij dermate en op een wijze vervuild, dat het filter meerdere hennepoogsten in werking moet zijn geweest. Het filtermateriaal van het koolstoffilter was door het gebruik ter plaatse vervuild. Dit blijkt onder andere uit het feit dat op de contactplaatsen tussen de bevestigingsbanden en het koolstoffilter geen vervuiling is aangetroffen (zie foto’s)”. 2.
  6. Bij brief van 12 december 2023 heeft Stedin [gedaagde] aansprakelijk gesteld voor schade als gevolg van het onbemeterd afnemen van elektriciteit en hem gesommeerd om binnen veertien dagen een bedrag van € 20.108,78 te betalen. 3Het geschil 3.
  7. Stedin vordert – samengevat – veroordeling van [gedaagde] tot betaling van een bedrag van € 20.108,78, te vermeerderen met de wettelijke rente en proceskosten. 3.
  8. Stedin legt het volgende aan haar vordering ten grondslag. [gedaagde] was tot en met in ieder geval 7 december 2023 huurder van de woning. [gedaagde] was tijdens zijn huurperiode contractant met betrekking tot het transport en de leverantie van elektriciteit. Op 7 december 2023 is in het pand een hennepkwekerij ontdekt, waarbij is geconstateerd dat er op de toevoerleiding een illegale aansluiting is gemaakt. Daardoor kon de hennepkwekerij onbemeterd van elektriciteit worden voorzien. 3.
  9. De hennepplanten die op 7 december 2023 zijn ontdekt, waren ongeveer negen weken oud. Uit de aangetroffen situatie kan worden afgeleid dat minstens één eerdere oogst heeft plaatsgevonden. De gemiddelde kweektijd is zeventig dagen. Dat betekent dat de hennepkwekerij 27 juli 2023 moet zijn begonnen. Door het handelen van [gedaagde] heeft Stedin schade geleden. De schade als gevolg van de onbemeterde afname van elektriciteit bedraagt € 18.452,
  10. Daarnaast heeft Stedin kosten moeten maken voor de ontmanteling van de hennepkwekerij. Die kosten bedragen € 1.656,
  11. [gedaagde] is voor de door Stedin geleden schade aansprakelijk, omdat hij als huurder aansprakelijk is. Bovendien is hij aansprakelijk omdat hij zijn zorgplicht als contractant heeft geschonden, dan wel omdat hij onrechtmatig heeft gehandeld. 3.
  12. [gedaagde] erkent aansprakelijkheid, maar is het niet eens met de eis en voert het volgende aan. [gedaagde] heeft niets met de hennepkwekerij te maken. [gedaagde] had de woning voor een drietal maanden verlaten zodat deze verbouwd kon worden. [gedaagde] is voor het laatst op 20 september 2023 in het pand geweest. Er was toen geen hennepkwekerij aanwezig. Ook stelt [gedaagde] dat er in de maanden juni en augustus 2023 installateurs/monteurs in opdracht van de verhuurder in de woning zijn geweest. Deze hebben geen hennepkwekerij waargenomen. [gedaagde] betwist dat er voor 5 oktober 2023 een kweek heeft kunnen plaatsvinden en betwist dan ook dat er sprake is van meer dan één oogst. 4De beoordeling 4.
  13. Tussen partijen is niet in geschil dat een illegale aansluiting is aangebracht. Ook is niet in geschil dat [gedaagde] aansprakelijk is voor de schade van Stedin. Een relevante vraag in deze procedure is wanneer die aansluiting is aangebracht. In de stellingen van Stedin ligt besloten dat zij ervan uitgaat dat de illegale aansluiting is aangebracht op het moment dat de hennepkwekerij is gestart. Omdat [gedaagde] dat niet heeft betwist (en het ook naar algemene ervaringsregels voor de hand ligt), gaat ook de kantonrechter ervan uit dat de illegale aansluiting al bij de start van de hennepkwekerij aanwezig was. De vraag wanneer de illegale aansluiting is aangebracht loopt (in deze procedure) dus parallel aan de vraag wanneer de hennepkwekerij is gestart. 4.
  14. De kantonrechter neemt voorshands aan dat er vóór de kweek die op 7 december 2023 is ontdekt één eerdere hennepoogst is geweest – en dus dat de hennepkwekerij op of omstreeks 27 juli 2023 is begonnen. Stedin heeft die stelling immers onderbouwd toegelicht met verwijzing naar het rapport ‘Visuele waarneming’ en het ‘Fotoboek meerdere kweken’. Daartegenover stelt [gedaagde] weinig. Zo heeft hij aangegeven dat hij 1 september 2023 voor het laatst in de woning is geweest en dat er toen geen hennepkwekerij aanwezig was. Ook zouden er derden in opdracht van de verhuurder in de woning zijn geweest in juni en/of augustus
  15. [gedaagde] zal worden toegelaten tot tegenbewijs van de voorshands bewezen stelling dat de hennepkwekerij op 27 juli 2023 is begonnen. Conclusie: bewijsopdracht 4.
  16. Stedin heeft de bewijslast van haar stelling dat de hennepkwekerij vanaf 27 juli 2023 in bedrijf is geweest. Voorlopig gaat de kantonrechter uit van de juistheid van die stelling. [gedaagde] mag tegenbewijs leveren. 4.
  17. Direct nadat [gedaagde] bewijs van feiten en omstandigheden, waaruit blijkt dat de hennepkwekerij niet eerder dan 5 oktober 2023 in bedrijf is geweest, heeft aangedragen, mag Stedin (tegen)bewijs leveren. De partijen mogen pas op elkaars bewijs reageren als het leveren van bewijs door beide partijen is afgerond. De kantonrechter beoordeelt daarna of het bewijs geleverd is. 4.
  18. Als [gedaagde] faalt in het leveren van tegenbewijs, gaat de kantonrechter ervan uit dat er sprake is geweest van twee oogsten en ligt de hoofdsom als onvoldoende betwist voor toewijzing gereed. Immers, Stedin heeft in dat geval tegenover de blote betwisting door [gedaagde] voldoende inzicht gegeven in de wijze waarop haar hoofdsom is opgebouwd. 4.
  19. Mocht [gedaagde] slagen in de bewijslevering dan zal Stedin vervolgens in de gelegenheid worden gesteld een nadere berekening van de door haar geleden schade in het geding te brengen, waarop [gedaagde] desgewenst kan reageren. 5De beslissing De kantonrechter: 5.
  20. draagt [gedaagde] op om tegenbewijs te leveren tegen het voorlopig vaststaande feit dat de hennepkwekerij vanaf omstreeks 27 juli 2023 in bedrijf is geweest; schriftelijk bewijs 5.
  21. bepaalt dat als [gedaagde] schriftelijk bewijs wil leveren dit bewijs uiterlijk een dag voor de rolzitting van 22 mei 2025 in tweevoud moet zijn ontvangen op de rechtbank; getuigenbewijs 5.
  22. bepaalt dat als [gedaagde] getuigen wil laten horen, hij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd het aantal en de personalia van de getuigen moet opgeven en de verhinderdata van de getuigen en beide partijen voor de maanden juni tot en met augustus 2025; 5.
  23. wijst erop dat [gedaagde] na het bepalen van een datum en plaats voor het getuigenverhoor zelf de getuigen moet oproepen; ander bewijs 5.
  24. bepaalt dat als [gedaagde] op een andere manier bewijs wil leveren, hij uiterlijk een dag voor de rolzitting die hiervoor is genoemd aan de kantonrechter moet laten weten hoe; 5.
  25. houdt iedere verdere beslissing aan. Dit vonnis is gewezen door mr. F. Aukema-Hartog en in het openbaar uitgesproken. 62574

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.