← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:9916

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11373602 CV EXPL 24-26669 datum uitspraak: 20 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] h.o.d.n. [handelsnaam] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats 1] , eiseres, gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats 2] , gedaagde, vertegenwoordigd door: [persoon A] . De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 15 oktober 2024, met bijlagen; het antwoord, met bijlagen; de mail van [gedaagde] van 4 februari 2025, met bijlagen; de akte met vermindering eis van 16 mei 2025; de mail van [gedaagde] van 22 mei 2025, met bijlagen. 1.
  2. Op 23 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Op de mondelinge behandeling is de heer [persoon B] van [eiseres] samen met de heer [persoon C] , gemachtigde van [eiseres] , verschenen. [gedaagde] is niet op de mondelinge behandeling verschenen. 2De beoordeling Wat is de kern? 2.
  3. Partijen hebben navolgende huurkoopovereenkomsten gesloten: voor een Verticale Masthoogwerker van het merk/type Magni MJP 11.5 (hierna: masthoogwerker) op 15 september 2022 voor de duur van 60 maanden. De leaseprijs hiervoor bedraagt € 23.521,60 en de maandelijkse leasevergoeding € 375,36; voor een Paved surface scissor lift van het merk/type Magni ES 1012 AC (hierna: Scissorlift 1) op 7 november 2022 voor de duur van 60 maanden. De leaseprijs hiervoor bedraagt € 15.120,40 en de maandelijkse leasevergoeding € 235,34; voor een Paved surface scissor lift van het merk/type Magni ES0808 AC (hierna: Scissorlift 2) op 8 november 2022 voor de duur van 60 maanden. De leaseprijs hiervoor bedraagt € 13.770,40 en de maandelijkse leasevergoeding € 212,84; voor een Electric pick and carry crane van het merk/type VALLA 25 E (hierna: Pick and carry crane) op 2 mei 2023 voor de duur van 72 maanden. De leaseprijs hiervoor bedraagt € 66.466,80 en de maandelijkse leasevergoeding € 923,
  4. 2.
  5. Op de huurkoopovereenkomsten zijn de algemene voorwaarden van [eiseres] van toepassing. [gedaagde] heeft leasetermijnen voor de maanden maart, april, mei, juni en juli 2024 ondanks meerdere verzoeken niet voldaan, zodat een achterstand van € 8.733,45 is ontstaan en [eiseres] de huurkoopovereenkomsten op 27 augustus 2024 per brief heeft ontbonden. [eiseres] wil een verklaring voor recht dat de overeenkomst ontbonden is en ook dat [gedaagde] veroordeeld wordt tot afgifte van de objecten op straffe van een dwangsom van € 2.000,00 per object, per dag met een maximum van € 500.000,
  6. Aan resterende termijnen vordert [eiseres] een bedrag van € 87.819,23 waardoor een totale hoofdsom van ( € 8.733,45 + € 87.819,23 =) € 96.552,33 bestaat. Op 16 mei 2025 is een akte genomen door [eiseres] om de eis te verminderen met € 5.800,00 vanwege door [gedaagde] verrichte betalingen. Daardoor resteert een hoofdsom van € 90.752,
  7. Ook vordert [eiseres] rente en incassokosten. 2.
  8. [gedaagde] voert verweer. Zij erkent dat er sprake is van een achterstand. Deze was volgens [gedaagde] het gevolg van privéomstandigheden. [gedaagde] maakt bezwaar tegen de ontbinding van de overeenkomst. Dit onder meer omdat zij zonder de objecten geen doorstart kan maken en voortzetting van de overeenkomsten voor beide partijen economisch, vanwege de lage executiewaarde van de objecten, gunstiger is. [gedaagde] stelt ook dat hij de brief van 27 augustus 2024 waarin de ontbinding is aangezegd nooit heeft ontvangen. Ook stelt [gedaagde] dat de wijze waarop de dagvaarding is overhandigd indruist tegen de vertrouwelijkheid. Welke rechtsgevolgen [gedaagde] daaraan verbindt is niet gesteld. 2.
  9. Per e-mail van 22 mei 2025 laat [gedaagde] weten schade te hebben geleden door toedoen van het handelen van een intermediair van BD lease. Daar BV lease geen partij is in deze procedure en [gedaagde] niet ter zitting is verschenen om de relevantie van dit standpunt nader toe te lichten, wordt de visie van [gedaagde] op dit punt buiten beschouwing gelaten. Ontbinding van de overeenkomst en afgifte van de objecten 2.
  10. [gedaagde] heeft een achterstand van vijf maanden in de betaling van de leasetermijnen laten ontstaan en is daarmee (toerekenbaar) tekortgeschoten in de nakoming van zijn verplichtingen. [eiseres] heeft [gedaagde] eerst in gebreke gesteld en uiteindelijk, toen betaling uitbleef, per brief van 27 augustus 2024 de overeenkomst ontbonden. [eiseres] was daartoe bevoegd op grond van de wet (artikel 6:265 BW) alsook de algemene voorwaarden (artikel 43). In artikel 43 van de algemene voorwaarden staat: - Indien de Eindgebruiker een op hem rustende verplichting jegens de Leasemaatschappij niet of niet tijdig nakomt (…) dan is de Leasemaatschappij gerechtigd de Overeenkomst, na de Eindgebruiker eerst schriftelijk in gebreke te hebben gesteld, zonder gerechtelijke tussenkomst middels een schriftelijke buitengerechtelijke verklaring te ontbinden. Ingeval van zodanige ontbinding zal de Leasemaatschappij het Object onmiddellijk tot zich kunnen nemen en is de Eindgebruiker aan de Leasemaatschappij een schadevergoeding verschuldigd gelijk aan het bedrag van het totaal van de Leasetermijnen die de Eindgebruiker bij het in stand blijven van de Overeenkomst gehouden zou zijn geweest te voldoen, vermeerderd met: o de kosten die verbonden zijn aan de terugneming, opslag en het transport van het Object en een positief verschil tussen de waarde van het Object en het totaal van de Leasetermijnen die de Eindgebruiker bij het in stand blijven van de Overeenkomst gehouden zou zijn geweest te voldoen. (…)” 2.
  11. Op grond van deze bepaling, waarvan de geldigheid door [gedaagde] niet wordt betwist, is [eiseres] gerechtigd de overeenkomst te ontbinden op het moment dat [gedaagde] een betaaltermijn mist. 2.
  12. Uitgangspunt op grond van artikel 6:265 BW is dat iedere tekortkoming in de nakoming van verplichtingen uit een overeenkomst recht geeft op ontbinding, tenzij de tekortkoming van geringe betekenis of bijzondere aard is. 2.
  13. [gedaagde] stelt dat zij geen doorstart kan maken als de overeenkomst ontbonden is en dat ontbinding van de overeenkomst voor beide partijen economisch ongunstig is. De kantonrechter ziet het belang van het behoud van de overeenkomst wel in. Echter, gelet op het feit dat [gedaagde] een betalingsachterstand van vijf maanden heeft laten ontstaan en er geen vooruitzicht is op verbetering op dat vlak kan van [eiseres] in deze omstandigheden niet verlangd worden dat zij de overeenkomst in stand laat. [gedaagde] heeft bovendien de kans om op de zitting zijn standpunt nader toe te lichten of vooruitzichten te stellen onbenut gelaten. 2.
  14. [gedaagde] stelt ook dat hij de ontbindingsverklaring niet ontvangen heeft. De kantonrechter begrijpt dat [gedaagde] bedoelt te zeggen dat de ontbindingsverklaring geen werking heeft, omdat hij deze niet heeft ontvangen. De kantonrechter oordeelt dat dit verweer niet slaagt. [eiseres] heeft de ontbindingsverklaring bij deurwaardersexploot laten bezorgen op het adres van [gedaagde] . Dat dit het juiste adres is, wordt niet betwist door [gedaagde] en staat vast. Een exploot dient juist als bewijs dat de voor ontbinding voorgeschreven formaliteiten door [eiseres] zijn nageleefd. De deurwaarder heeft de brief aldaar in gesloten envelop achtergelaten. Dit is een rechtsgeldige gang van zaken. Als [gedaagde] de brief van 27 augustus 2024 niet heeft gelezen, dan komt dit door zijn eigen handelen en voor zijn eigen risico. 2.
  15. De kantonrechter oordeelt dat dat [eiseres] de huurkoopovereenkomst buitengerechtelijk heeft mogen ontbinden en dat de overeenkomst door middel van het exploot van 27 augustus 2024 per direct is geëindigd. De kantonrechter zal de door [eiseres] gevorderde verklaring voor recht dan ook toewijzen. 2.
  16. [gedaagde] moet de objecten teruggeven aan [eiseres] , omdat de overeenkomst is ontbonden en [eiseres] de eigenaar is van de objecten. De termijn tot afgifte zal worden gesteld op vijf werkdagen na betekening van dit vonnis. Daarbij overweegt de kantonrechter dat [gedaagde] , indien deze door de betekening van het vonnis kennis heeft kunnen nemen van de inhoud daarvan, de gelegenheid moet worden geboden om binnen een redelijke termijn aan de veroordeling tot afgifte te voldoen. Een termijn van vijf werkdagen wordt in dit kader door de kantonrechter als een redelijke termijn voor nakoming gezien. Hoewel [gedaagde] nauwelijks concreet verweer heeft gevoerd met betrekking tot de gevorderde dwangsommen, ziet de kantonrechter aanleiding om de gevorderde dwangsom te matigen. Dit vanwege het feit dat de objecten reeds deels is afbetaald en de waarde van de objecten bij elkaar opgeteld veel lager ligt dan de gevorderde maximale dwangsom. De dwangsommen worden opgelegd zoals onder de beslissing staat vermeld. 2.
  17. Op grond van de wet moet [gedaagde] de schade vergoeden die [eiseres] door de ontbinding lijdt (artikel 6:277 BW). [eiseres] heeft onbetwist gesteld dat haar schade bestaat uit de bedragen die zij nog van [gedaagde] zou hebben ontvangen op grond van de overeenkomst, min de verkoopwaarde van de objecten. Ook op grond van artikel 43 van de algemene voorwaarden moet [gedaagde] naast de achterstand in leasetermijnen ook de resterende leasetermijnen betalen. De gevorderde betaling van de hoofdsom van € 90.752,33 zal dan ook worden toegewezen, met dien verstande dat de verkoopopbrengst van de objecten van dit bedrag moet worden afgetrokken. [gedaagde] moet incassokosten van € 1.682,52 betalen 2.
  18. [eiseres] vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten van € 9.655,27 op grond van haar algemene voorwaarden. In dit geval acht de kantonrechter redenen aanwezig om de vergoeding op grond van artikel 242 Rv te matigen tot het bedrag, berekend op grond van de bij het Besluit vergoeding voorbuitengerechtelijke incassokosten horende staffel, nu niet is gesteld en onderbouwd dat er zodanige buitengerechtelijke werkzaamheden zijn verricht die een hoger bedrag dan de staffel rechtvaardigen. De kantonrechter zal [gedaagde] dan ook veroordelen tot betaling van € 1.682,52 aan buitengerechtelijke incassokosten. Kosten voor inname en aangifte afgewezen 2.
  19. De kosten voor inname van de objecten en aangifte bij de politie zullen worden afgewezen. Uit artikel 43 van de algemene voorwaarden kan niet worden afgeleid dat [gedaagde] de kosten van aangifte verschuldigd is. Bovendien zijn de kosten van inname en aangifte nog niet gemaakt en is het ook niet zeker dat die kosten (tot het gevorderde bedrag) gemaakt zullen worden. [gedaagde] moet rente betalen 2.
  20. [eiseres] vordert de contractuele rente van 18% per jaar over de hoofdsom. Deze vordering is alleen toewijsbaar over de betalingsachterstand tot de datum van ontbinding. Die was toen € 8.733,
  21. De kantonrechter gaat ervan uit dat het bedrag aan verschenen rente dat in de dagvaarding staat (€ 2.228,26), daarom niet juist is berekend. De contractuele rente wordt toegewezen vanaf de verschillende vervaldata van de facturen. 2.
  22. Omdat de overeenkomst (en daarmee ook de algemene voorwaarden) is ontbonden, kan [eiseres] geen aanspraak maken op de contractuele rente over de leasetermijnen na ontbinding. Evenmin is toewijzing van de gevorderde wettelijke handelsrente mogelijk. Het bedrag dat wordt toegewezen aan leasetermijnen na ontbinding is namelijk een schadevergoeding. Gelet hierop zal de kantonrechter over het bedrag van € 87.819,23 de wettelijke rente toewijzen vanaf de ontbindingsdatum (artikel 6:83 sub b BW). [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  23. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat hij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 115,22 aan dagvaardingskosten, € 1.409,00 aan griffierecht, € 1.630,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 815,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 3.289,
  24. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  25. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  26. verklaart de huurkoopovereenkomst met betrekking tot onderstaande objecten ontbonden: de Verticale Masthoogwerker van het merk/type Magni MJP 11.5; de Paved surface scissor lift van het merk/type Magni ES 1012 AC; Paved surface scissor lift van het merk/type Magni ES0808 AC; Electric pick and carry crane van het merk/type VALLA 25 E. 3.
  27. veroordeelt [gedaagde] tot afgifte van de objecten binnen vijf werkdagen na betekening van dit vonnis, zulks op straffe van een dwangsom van € 250,00 per object per dag dat hij met de afgifte in gebreke blijft, met een maximum van € 25.000,00, 3.
  28. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] B.V. te betalen een bedrag van € 92.434,85, te vermeerderen met de overeengekomen rente van 18% per jaar over € 8.733,45, vanaf de respectieve vervaldata van de onderliggende facturen, tot de dag van volledige betaling, te vermeerderen met de wettelijke rente over € 90.752,33 vanaf 27 augustus 2024 tot de dag van volledige betaling, met dien verstande dat, indien de objecten door [gedaagde] worden ingeleverd en vervolgens door [eiseres] worden verkocht, de verkoopopbrengst in mindering wordt gebracht; 3.
  29. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 3.289,22; 3.
  30. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  31. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. Van Tongeren en in het openbaar uitgesproken. 62574

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.