RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11304307 CV EXPL 24-23071 datum uitspraak: 27 juni 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Stichting Maasdelta Groep, vestigingsplaats: Spijkenisse, eiseres, gemachtigde: mr. J.P.M. Borsboom, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. J. Pearson. De partijen worden hierna ‘Maasdelta’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 5 september 2024, met bijlagen; het antwoord; de brieven van Maasdelta van 28 januari, 12 mei en 16 mei 2025, met bijlagen; de brief van [gedaagde] van 9 mei 2025 met bijlagen. 1.
- Op 23 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: Namens Maasdelta mevrouw [persoon A] (senior woonconsulent), bijgestaan door mr. M.J.P. Peters namens de gemachtigde van Maasdelta; [gedaagde] met haar gemachtigde. 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
- [gedaagde] huurt vanaf 21 mei 2008 de woning aan de [adres] ( [postcode] ) in Spijkenisse van Maasdelta. Volgens Maasdelta veroorzaakt [gedaagde] door haar gedrag en houding ernstige en langdurige overlast voor omwonenden. De overlast wordt volgens Maasdelta vooral en/of mede veroorzaakt door de zoon ( [persoon B] ) van [gedaagde] . De overlast bestaat uit schreeuwen, schelden, (verbale) agressie en intimiderend gedrag, (doods)bedreigingen en geluidsoverlast. Volgens Maasdelta schiet [gedaagde] door haar gedrag en houding tekort in de nakoming van de huurovereenkomst en is tevergeefs langdurig geprobeerd om [gedaagde] hulp en ondersteuning te bieden om haar gedrag en houding te verbeteren en de overlast te stoppen. Daarom eist Maasdelta in deze procedure dat de huurovereenkomst wordt ontbonden en dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis te ontruimen. 2.
- [gedaagde] betwist dat er sprake is van (structurele) overlast en dat de door Maasdelta gestelde overlast vooral veroorzaakt wordt door haar zoon [persoon B] . [gedaagde] meent dat er sprake is van normale woon- danwel leefgeluiden in gehorige woningen. Zij is van mening dat de door Maasdelta gestelde overlast, mede gelet op de huidige persoonlijke omstandigheden van [gedaagde] , de ontbinding van de huurovereenkomst niet rechtvaardigt, zodat de eis van Maasdelta moet worden afgewezen. De huurovereenkomst wordt ontbonden en [gedaagde] moet de woning ontruimen. 2.
- Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW kan een overeenkomst ontbonden worden op basis van iedere tekortkoming van een partij bij die overeenkomst, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. In het kader van de toets aan de “tenzij-bepaling” moeten alle omstandigheden van het geval meegewogen worden. 2.
- De kantonrechter acht in deze zaak voor het antwoord op de vraag of de huurovereenkomst tussen Maasdelta en [gedaagde] ontbonden moet worden beslissend of [gedaagde] structureel ernstige overlast veroorzaakt. Het veroorzaken van langdurige ernstige overlast, acht de kantonrechter immers ernstig genoeg om ontbinding van de huurovereenkomst te rechtvaardigen. Langdurige ernstige overlast 2.
- Maasdelta heeft ter onderbouwing van haar vordering onder meer een video van de parkeerplaatsen bij de woning van [gedaagde] , verklaringen van omwonenden, brieven van Maasdelta aan [gedaagde] , brieven van de gemeente Spijkenisse aan [gedaagde] en de schriftelijke gedragsaanwijzingen overgelegd. Hiermee is het beeld gepresenteerd dat [gedaagde] al jaren (sinds 2008) ernstige overlast, waaronder vooral geluidsoverlast, veroorzaakt, en dat zij hierop herhaaldelijk, maar tevergeefs, is aangesproken. 2.
- Het standpunt van [gedaagde] , zoals haar gemachtigde naar voren heeft gebracht op de zitting, komt erop neer dat er wel wat overlast is (geweest), maar dat het allemaal wel meevalt. Het wangedrag van [persoon B] wordt niet betwist. Daarmee heeft zij de door Maasdelta gepresenteerde ernst en consequentheid van de overlast niet gemotiveerd betwist. Bovendien heeft de kantonrechter door het bekijken en luisteren naar de in het geding gebrachte beeldopname, waarop hard geschreeuw te horen is van [persoon B] , die op de overloop van het appartementencomplex waarneembaar is, zelf kunnen constateren dat er sprake is geweest van ernstige geluidsoverlast rondom de woning. Ook geldt dat er in april en mei 2025 weer meerdere meldingen van overlast zijn gemaakt, zodat er zeer recent nog sprake van overlast was. 2.
- In rechte wordt er dan ook van uitgegaan dat er sprake is (geweest) van ernstige en structurele overlast door [gedaagde] vanuit de woning. Hierbij is mede in aanmerking genomen dat [gedaagde] de inhoud van de gedragsaanwijzingen van 10 april 2018 en 2 april 2019 helemaal niet heeft betwist en dat niet is gesteld of gebleken dat [gedaagde] zich wel aan de afspraken, zoals opgenomen in de gedragsaanwijzingen, heeft gehouden. 2.
- De kantonrechter weegt bovendien mee dat in de huurovereenkomst in artikel 6.2 expliciet staat dat geschreeuw of andere vormen van geluidsoverlast door huurder of diens bezoekers algeheel verboden is en het overtreden van dit artikel een eventuele ontbinding rechtvaardigt. Desondanks heeft [gedaagde] overlast veroorzaakt danwel toegestaan dat haar zoon, als bezoeker, overlast veroorzaakt. Van [gedaagde] wordt verwacht dat ze hem zou weren. Hiermee is in ieder geval gegeven dat [gedaagde] ernstig tekort is geschoten in de nakoming van de verplichtingen uit de huurovereenkomst en ook in de wettelijke verplichting om zich als goed huurder te gedragen. Belangenafweging 2.
- Maasdelta heeft de kantonrechter ervan overtuigd dat zij, mede door het inschakelen van externe organisaties, er alles aan heeft gedaan om te voorkomen dat de woning van [gedaagde] gedwongen ontruimd moet worden én dat de situatie inmiddels onhoudbaar is geworden voor omwonenden van [gedaagde] . 2.
- [gedaagde] onderbouwt niet welke persoonlijke omstandigheden volgens haar maken dat ontbinding van de huurovereenkomst in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid. Haar kinderen zijn, zo kwam ter zitting ter sprake, inmiddels meerderjarig en haar zoon woont niet meer thuis. [gedaagde] heeft bovendien niet aannemelijk gemaakt dat zij in staat is om op korte termijn en blijvend haar gedrag zo te kunnen veranderen dat zij geen overlast zal veroorzaken. Het standpunt dat [gedaagde] tot nu toe niet de juiste hulp zou hebben gekregen en dat zij bereid is om hulp te aanvaarden, mits het adequate hulp betreft, zoals zij naar voren heeft gebracht op de zitting, kan haar in dit stadium niet baten. Zij heeft meer dan voldoende kansen gehad om ervoor te zorgen dat zij geen overlast zou veroorzaken. Het feit dat [gedaagde] sinds september 2024 in behandeling is bij Antes helpt haar evenmin. De geboden hulp biedt kennelijk onvoldoende soelaas, nu de overlast blijft voortduren. Hiermee is een groot belang voor Maasdelta, die haar huurders rustig woongenot wil verstrekken, bij ontruiming gegeven. Onder de gegeven omstandigheden, waaronder dat de overlast inmiddels zeventien jaren speelt, vindt de kantonrechter dat het belang van [gedaagde] om in de woning te blijven niet opweegt tegen het belang van Maasdelta en de omwonenden bij de ontruiming. 2.
- De tekortkoming van [gedaagde] is naar het oordeel van de kantonrechter, mede gelet op de duur daarvan en de vergeefse inspanningen van Maasdelta om hier verandering in aan te brengen, van voldoende gewicht om de huurovereenkomst te ontbinden. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Maasdelta moet betalen op € 139,44 aan dagvaardingskosten, € 130,00 aan griffierecht, € 408,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 204,00) en € 102,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 779,
- Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Maasdelta dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- ontbindt de huurovereenkomst tussen partijen en veroordeelt [gedaagde] om binnen 14 dagen na de datum dat dit vonnis betekend is de woning aan het adres [adres] ( [postcode] ) in Spijkenisse te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en de woning met alle sleutels ter beschikking van Maasdelta te stellen; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Maasdelta worden begroot op € 779,44; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. B.J.R. van Tongeren en in het openbaar uitgesproken. 62574