← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2025:9922

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11484531 CV EXPL 25-686 datum uitspraak: 4 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , eiseres, gemachtigde: Flanderijn Gerechtsdeurwaarders, tegen [gedaagde] , wonende te [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. B. Temeltasch. De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 17 december 2024, met bijlagen; de mail van [eiseres] van 15 januari 2025 met de vermindering van eis; het conclusie van antwoord, met bijlage; de mail namens [eiseres] van 16 mei 2025, met bijlagen; de mail namens [gedaagde] van 26 mei 2025 met bijlagen. Daarnaast heeft [gedaagde] vóór de mondelinge behandeling zelf diverse e-mails naar de rechtbank gestuurd. Deze laat de kantonrechter buiten beschouwing. [gedaagde] heeft deze e-mails namelijk niet ook aan [eiseres] toegestuurd. Bovendien heeft zij een gemachtigde ingeschakeld die namens haar een conclusie van antwoord heeft ingediend. Van [gedaagde] mag worden verwacht dat zij haar gemachtigde zodanig informeert dat deze alle van belang zijnde informatie namens haar conform de regels die zijn opgenomen in het procesreglement naar voren brengt. Overigens is ook niet gebleken dat de e-mails van [gedaagde] informatie over betalingen bevatten die niet bij [eiseres] bekend zijn. 1.
  2. Op 27 mei 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij was namens [eiseres] aanwezig mevrouw [persoon A] , incassomedewerker en namens de gemachtigde mr. Th. Menke. De gemachtigde van [gedaagde] was aanwezig; [gedaagde] zelf is niet verschenen. 1.
  3. Op 28 mei 2025 heeft [gedaagde] nogmaals een mail met bijlagen naar de rechtbank gestuurd. Stukken die na de zitting zijn ontvangen blijven in beginsel buiten beschouwing. Niet gebleken is van feiten of omstandigheden die aanleiding geven om hiervan in dit geval af te wijken. Deze mail is dan ook geen onderdeel van het procesdossier.
  4. De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
  5. [gedaagde] huurt een woning van [eiseres] en heeft de huur niet op tijd betaald. [eiseres] wil - na eiswijziging - dat [gedaagde] de huurachterstand betaalt. [gedaagde] moet de huurachterstand inderdaad betalen. [gedaagde] moet € 600,68 betalen 2.
  6. [eiseres] heeft bij de e-mail van 16 mei 2025 een specificatie naar de rechtbank gestuurd. Volgens [eiseres] staat er, berekend tot en met mei 2025, nog € 600,68 open. De juistheid van deze specificatie is niet (voldoende concreet) betwist namens [gedaagde] . Meer in het bijzonder is niet gebleken dat [gedaagde] méér betalingen heeft verricht dan opgenomen op deze specificatie. Dat brengt mee dat [gedaagde] zal worden veroordeeld om nog € 600,68 te betalen aan [eiseres] . [gedaagde] heeft in dat verband gevraagd om haar een termijn te geven om dit bedrag te voldoen. De kantonrechter begrijpt hieruit dat [gedaagde] in dat geval een betalingsregeling wil afspreken met [eiseres] . Gelet op het bepaalde in artikel 6:29 van het Burgerlijk Wetboek mag de kantonrechter geen betalingsregeling vaststellen zonder instemming van de eisende partij ( [eiseres] ). Het staat partijen vrij om (eventueel alsnog) een betalingsregeling te treffen. [gedaagde] wordt daartoe verwezen naar de gemachtigde van [eiseres] . De vordering tot betaling van de lopende huur wordt afgewezen 2.
  7. Voor zover [eiseres] bedoeld heeft haar vordering tot betaling van de lopende huur te handhaven, wordt dit afgewezen. De verplichting vloeit al voort uit de huurovereenkomst. Bovendien heeft [eiseres] haar vordering tot ontbinding en ontruiming ingetrokken. Tegen deze achtergrond is niet gebleken van een voldoende gerechtvaardigd belang bij toewijzing. [gedaagde] hoeft geen incassokosten en rente te betalen 2.
  8. De kantonrechter wijst de eisen met betrekking tot betaling van de incassokosten en de rente af. In de overeenkomst en de algemene voorwaarden van [eiseres] staan hierover namelijk oneerlijke bepalingen. Omdat die bepalingen oneerlijk zijn, mag [eiseres] daar geen beroep op doen en kan zij ook geen aanspraak maken op de incassokosten en rente uit de wet. 2.
  9. Artikel 17 van de algemene huurvoorwaarden is oneerlijk, omdat daarin staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als zij niet aan de verplichtingen uit de overeenkomst voldoet. Daaronder valt ook het op tijd betalen van de huur. Op grond van de wet zou [gedaagde] als zij te laat betaalt alleen de wettelijke rente en incassokosten moeten betalen. [eiseres] wijkt met de boete dus in het nadeel van een consument af van de wet door daarnaast een boete op te kunnen leggen. Dat maakt deze bepaling hier oneerlijk. 2.
  10. Artikel 8 in de huurovereenkomst en artikel 15 van de algemene huurvoorwaarden over de buitengerechtelijke kosten zijn ook oneerlijk. De bepalingen wijken namelijk in het nadeel van de consument af van de wettelijke regeling (artikel 6:96 BW) of wekken die indruk. Een bepaling die de handelaar (in dit geval [eiseres] ) recht geeft op buitengerechtelijke kosten is op zich toegestaan, maar dan moet wel zijn voldaan aan de volgende voorwaarden. De bepaling mag de handelaar geen recht geven op een hoger bedrag dan is toegestaan op grond van de wet. De bepaling moet ook niet de indruk wekken dat de handelaar eerder dan op grond van de wet recht krijgt op een vergoeding. Als er iets staat over het moment waarop de kosten verschuldigd worden, dan moet uit de bepaling dus blijken dat de consument die vergoeding pas verschuldigd wordt nadat hij nog een kans heeft gekregen om binnen veertien dagen alsnog te betalen. Aan deze voorwaarden is hier niet voldaan. De bepalingen zijn daarom oneerlijk zodat de vergoeding voor incassokosten om die reden wordt afgewezen. 2.
  11. Aan het voorgaande doet niet af dat [eiseres] op 15 oktober 2024 aan [gedaagde] een e-mail gestuurd waarin zij haar wijst op de huurachterstand en waarin verder staat: “Algemene voorwaarden De algemene voorwaarden van [eiseres] die van toepassing zijn op de huurovereenkomst bevatten een artikel over (buitengerechtelijke) incassokosten en een artikel over boete. Het gaat onder andere om artikel 15 en 17 in de algemene huurvoorwaarden van 1 januari 2012 en om artikel 14 en 16 in de algemene huurvoorwaarden van 1 juli
  12. Deze bepalingen wijken af van de wettelijke bepaling over buitengerechtelijke incassokosten, rente en boete. Wij schrappen de bepalingen daarom uit de algemene huurvoorwaarden en zullen alleen nog de wettelijke regelingen toepassen.” 2.
  13. [gedaagde] heeft geen akkoord gegeven op deze mededeling; daar is ook niet om gevraagd. Deze situatie wijkt in zoverre af van de situatie in de uitspraak van de Rechtbank Rotterdam van 17 mei 2024 (ECLI:NL:RBROT:2024:4744) – waar [eiseres] zich op beroept – dat de huurder toen wel in de gelegenheid was gesteld om te laten weten of zij akkoord ging. Dat is hier dus niet het geval. Daarom is hier naar het oordeel van de kantonrechter geen sprake van (stilzwijgende) overeenstemming tussen partijen over het schrappen van bedoelde bepalingen. Overigens wordt in de e-mail niet gerept over (het ook oneerlijke) artikel 8 van de huurovereenkomst. Daar komt verder bij dat [eiseres] tijdens de mondelinge behandeling heeft verklaard dat zij deze e-mail niet aan al haar huurders heeft verzonden, maar slechts aan de huurders met een huurachterstand. Als een oneerlijk beding voorafgaand aan een gerechtelijke procedure door een eenzijdige mededeling van [eiseres] als vervallen zou kunnen worden verklaard ten aanzien van een individuele huurder met wie zij al een geschil heeft, zonder dat deze daar uitdrukkelijk mee instemt, wordt de toets van de (Europese) regels van consumentenbescherming door [eiseres] omzeild. [eiseres] kan dan in alle gevallen die niet aan de rechter worden voorgelegd een beroep blijven doen op de oneerlijke bepalingen en daarmee economisch voordeel behalen uit het gebruik daarvan. Dit is in strijd met de ratio achter het ambtshalve toetsen: het bieden van daadwerkelijke bescherming van de consument, met name gezien het niet te onderschatten risico dat deze zijn rechten niet kent of moeilijkheden ondervindt om deze uit te oefenen. Verder geen oneerlijke bepalingen 2.
  14. De kantonrechter heeft onderzocht of er nog andere oneerlijke bepalingen zijn, maar die zijn er niet. Daarbij is alleen gekeken naar bepalingen die voor deze zaak van belang zouden kunnen zijn. Bepalingen die voor de beoordeling van de eis niet relevant zijn, heeft de kantonrechter dus niet getoetst. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  15. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij grotendeels ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). Er is geen reden om hiervan af te zien, zoals [gedaagde] (zonder enige toelichting) heeft verzocht. De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 136,72 aan dagvaardingskosten, € 514,00 aan griffierecht, € 270,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 135,00) en € 67,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 988,
  16. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard 2.
  17. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  18. veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 600,68; 3.
  19. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 988,22; 3.
  20. wijst al het andere af; 3.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad. Dit vonnis is gewezen door mr. A.M. Kalmthout en in het openbaar uitgesproken. 62574 Hof van Justitie van de Europese Unie 27 januari 2021 (Dexia)

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.