RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11438635 CV EXPL 24-31061 datum uitspraak: 11 juli 2025 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] , vestigingsplaats: [vestigingsplaats] , eiseres, gemachtigde: [persoon A] , tegen [gedaagde] , die handelt onder de naam [handelsnaam], woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.
- Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 21 november 2024, met bijlagen; de aantekeningen van het mondeling verweer; de akte voor comparitie van [eiseres] . 1.
- Op 3 juli 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: [persoon B] van [eiseres] . met de gemachtigde. [gedaagde] was niet aanwezig. Voorafgaand aan de zitting heeft hij per mail verzocht om de zitting aan te houden in verband met het feit dat hij ziek was. [eiseres] maakte kenbaar bezwaar te hebben tegen aanhouding van de zaak. Op grond van het Landelijk procesreglement voor civiele dagvaardingszaken bij de rechtbanken handel en kanton kan de kantonrechter vanwege een klemmende reden de zitting uitstellen. De kantonrechter heeft [gedaagde] om een doktersverklaring gevraagd alvorens een besluit te nemen over de verzochte aanhouding. Nu [gedaagde] deze niet kon overleggen heeft de kantonrechter geoordeeld dat niet gebleken is van een klemmende reden en heeft de zitting doorgang gevonden. 2De beoordeling Wat is de kern? 2.
- [eiseres] heeft met [gedaagde] een mondelinge overeenkomst gesloten op grond waarvan zij werknemers aan [gedaagde] uitbesteedt. [gedaagde] heeft een aantal daaruit voortvloeiende facturen niet betaald. [eiseres] wil daarvan nu betaling. [gedaagde] zegt dat er een betalingsregeling is afgesproken om dit bedrag te betalen en dat hij zich daaraan houdt. [gedaagde] zegt ook dat er verkeerde namen van personeel op de facturen staan. [gedaagde] moet de hoofdsom van € 17.806,60 betalen. 2.
- [eiseres] erkent dat er inderdaad een betalingsregeling was overeengekomen, maar stelt dat [gedaagde] deze niet is nagekomen. [gedaagde] zou op 25 juni 2025 een bedrag betalen op het bankrekeningnummer van de gemachtigde van [eiseres] . Dit heeft hij niet gedaan. [gedaagde] was ter zitting niet aanwezig om dit te weerspreken. Daardoor is vast komt te staan dat er geen betalingsregeling (meer) loopt. 2.
- Voor zover [gedaagde] een nieuwe betalingsregeling wil treffen geldt het navolgende. De kantonrechter kan geen betalingsregeling vaststellen in dit vonnis. Daarvoor moet [eiseres] namelijk toestemming geven en dat heeft [eiseres] niet gedaan (artikel 6:29 BW). [gedaagde] kan wel contact opnemen met de gemachtigde van [eiseres] om te vragen of [eiseres] alsnog een betalingsregeling wil afspreken. 2.
- Of en zo ja welke gevolgen [gedaagde] wenst te verbinden aan haar door [eiseres] onweersproken standpunt dat verkeerde namen op de factuur stonden is de kantonrechter niet duidelijk. Wel is gebleken dat [gedaagde] deze omstandigheid niet aangrijpt om de hoogte of de verschuldigdheid van de vordering te betwisten. De kantonrechter oordeelt dan ook dat [gedaagde] het gevorderde bedrag van € 17.806,60 aan [eiseres] moet betalen. [gedaagde] moet incassokosten van € 953,07 betalen 2.
- De incassokosten van € 953,07 worden toegewezen, omdat aan alle voorwaarden is voldaan om deze kosten vergoed te krijgen (artikel 6:96 BW). [gedaagde] moet rente betalen 2.
- De rente wordt toegewezen, omdat [eiseres] genoeg heeft gesteld waaruit volgt dat deze moet worden betaald en [gedaagde] dat niet heeft betwist. De rente tot 19 november 2024 bedraagt € 3.347,
- [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
- De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan [eiseres] moet betalen op € 116,39 aan dagvaardingskosten, € 1.409,00 aan griffierecht, € 1.086,00 aan salaris voor de gemachtigde (2 punten x € 543,00) en € 135,00 aan nakosten. Dat is in totaal € 2.746,
- Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
- Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [eiseres] dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
- veroordeelt [gedaagde] om aan [eiseres] te betalen € 22.107,22 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over een bedrag van € 17.806,60 vanaf 19 november 2024 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
- veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van [eiseres] worden begroot op € 2.746,39; 3.
- verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
- wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. G.A. Vriezen en in het openbaar uitgesproken. 62574