Rechtbank Rotterdam Team insolventie rekestnummer: [nummer 1] – [nummer 2] uitspraakdatum: 21 juli 2025 in de zaak van: [verzoekster] , wonende op een bij de rechtbank bekend geheim adres te Rotterdam, verzoekster. 1De procedure Verzoekster heeft op 11 april 2025, tezamen met een verzoek tot toepassing van de schuldsaneringsregeling, een verzoek ingevolge artikel 287a, eerste lid, Faillissementswet ingediend om een vijftal schuldeisers, te weten: Engie, in behandeling bij LAVG, (hierna: Engie); Ziggo Services B.V., in behandeling bij LAVG (hierna: Ziggo); Parkmobile/Easypark; Kedin Consumentenlease B.V., in behandeling bij LAVG, (hierna: Kedin Consumentenlease); Hoist Finance AB, in behandeling bij LAVG, (hierna: Hoist Finance); die weigeren mee te werken aan een door verzoekster aangeboden schuldregeling, te bevelen in te stemmen met deze schuldregeling. LAVG heeft namens Engie, Ziggo, Kedin Consumentenlease en Hoist Finance voorafgaand aan de zitting op 3 juli 2025 een verweerschrift toegezonden. LAVG heeft namens Ziggo in het verweerschrift aangevoerd dat in het verzoekschrift ten onrechte de verkeerde rechtspersoon is opgenomen daar het Ziggo B.V. had moeten te zijn. Namens Parkmobile/Easypark is desgevraagd aan schuldhulpverlening medegedeeld geen vordering te hebben op verzoekster. Het verzoek ten aanzien van Parkmobile/Easypark wordt derhalve als ingetrokken beschouwd. De begeleidster van verzoekster heeft voorafgaand aan de zitting, bij e-mailbericht van 25 juni 2025, aanvullende stukken aan de rechtbank toegezonden. Ter zitting van 14 juli 2025 zijn verschenen en gehoord: verzoekster; mevrouw [persoon A] , werkzaam bij Geldplein (hierna: schuldhulpverlening); mevrouw [persoon B] , werkzaam bij Fivoor, (hierna: begeleidster). De uitspraak is bepaald op heden. 2Het verzoek Verzoekster heeft volgens het ingediende verzoekschrift negentien schuldeisers, waarvan één preferente schuldeiser met één vordering en achttien concurrente schuldeisers met tweeëntwintig vorderingen. Deze schuldeisers hebben in totaal een bedrag van € 33.002,32 van verzoekster te vorderen. Verzoekster heeft bij brief van 20 februari 2025 een schuldregeling aangeboden aan haar schuldeisers, waarbij geen uitdeling zal plaatsvinden aan de schuldeisers en de schuldeisers verzocht worden de betreffende schulden kwijt te schelden. Het aangeboden akkoord heeft de volgende inhoud en achtergrond. De aangeboden regeling is gebaseerd op de NVVK-norm. De afloscapaciteit van verzoekster is gebaseerd op ongewijzigde voortzetting van haar Wajong-uitkering op basis van 85% arbeidsongeschiktheid. In dat kader is ter zitting verklaard dat zij voor 80-100% is afgekeurd. Verzoekster heeft verder ter zitting verklaard dat de schulden zijn ontstaan door een moeilijke relatie met haar ex-partner. Zij heeft vanwege gebeurtenissen met haar ex-partner zes maanden in detentie gezeten, waardoor de schulden zijn opgelopen. Voorts heeft zij in 2006 voor het laatst gewerkt. Verzoekster heeft namelijk een auto-ongeluk gehad waardoor zij is afgekeurd. Zij is via het UWV aangemeld bij een re-integratiebureau om te beoordelen welke mogelijkheden er voor haar zijn om weer terug te komen in de maatschappij. In augustus van dit jaar gaat zij met het traject van het re-integratiebureau starten. Voorts verklaart verzoekster dat zij een begeleidster heeft die haar helpt bij belangrijke zaken. Ter zitting heeft verzoekster verklaard dat zij samen met haar meerderjarige zoon woont. Verzoekster erkent dat zij fouten heeft gemaakt, maar wil graag haar leven opnieuw opbouwen. Zij wil een oplossing voor haar schuldenproblematiek. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat het aanbod uit 2024 is gebaseerd op de werkwijze van de NVVK. Daarin stond dat er een aanbod kan worden gedaan zonder dat de inwonende meerderjarige zoon van verzoekster een bijdrage hoeft te leveren. De zoon van verzoekster had destijds een wisselend inkomen en betaalde geen vergoeding voor het inwonen. De werkwijze van het NVVK is volgens schuldhulpverlening in 2025 aangepast. Schuldhulpverlening heeft ter zitting verklaard dat met de zoon van verzoekster is afgesproken dat hij € 100,-- per maand zal gaan betalen. Verzoekster heeft dan afloscapaciteit, dat was nog niet in het aanbod meegenomen. Voorts heeft schuldhulpverlening verklaard dat er beslag ligt op het inkomen van verzoekster. De begeleidster van verzoekster heeft ter zitting verklaard dat verzoekster bij haar is aangemeld via de reclassering. Zij is samen met verzoekster haar schulden gaan inventariseren en schuldeisers gaan aanschrijven, hetgeen heeft geleid tot een aanmelding bij de gemeente. Zij verklaart dat er twee keer per maand contact is met verzoekster. Verzoekster heeft sinds de aanmelding bij schuldhulpverlening geen nieuwe schulden of achterstanden meer laten ontstaan. Vijftien schuldeisers stemmen met de aangeboden schuldregeling in. Engie, Ziggo, Kedin Consumentenlease en Hoist Finance stemmen hier niet mee in. Engie heeft een vordering van € 1.012,24 op verzoekster, welke 3,1% van de totale schuldenlast beloopt. Ziggo heeft een vordering van € 544,99 op verzoekster, welke 1,7% van de totale schuldenlast beloopt. Kedin Consumentenlease heeft twee vorderingen van in totaal € 2.315,09, welke 7,1% van de totale schuldenlast beloopt. Hoist Finance heeft een vordering van € 1.206,16 op verzoekster, welke 3,7% van de totale schuldenlast beloopt. 3Het verweer Voor het verweer van Engie, Ziggo, Kedin Consumentenlease en Hoist Finance wordt verwezen naar het verweerschrift van d.d. 3 juli
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.