RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/712495 / JE RK 25-2697 Datum uitspraak: 14 januari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een machtiging gesloten jeugdhulp na meerderjarigheid in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, hierna te noemen: de GI, gevestigd te Rotterdam, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2008 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), hierna te noemen: [minderjarige] , advocaat: mr. W.J.J. Trooster, kantoorhoudende te Vlaardingen. De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan: [naam moeder] en [naam vader], hierna te noemen: de moeder en de vader, tezamen te noemen: de ouders, wonend in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 december 2025, ontvangen op diezelfde datum; de afsluitrapportage van de GI van 8 januari 2026, ontvangen op diezelfde datum. 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 14 januari
- Daarbij waren aanwezig: [minderjarige] met zijn advocaat; de vader; - een tweetal vertegenwoordigers van de GI, [naam 1] en [naam 2] . 1.
- De moeder is niet verschenen. De kinderrechter stelt vast dat de moeder wel juist is opgeroepen. 1.
- De kinderrechter heeft bijzondere toegang verleend aan de begeleider van [minderjarige] . 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover voorafgaand aan de zitting in het bijzijn van zijn advocaat een gesprek gevoerd met de kinderrechter. 2De feiten 2.
- De ouders zijn belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] verblijft op een gesloten groep van [naam instelling] in [plaatsnaam] . 2.
- Bij beschikking van 29 juli 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 18 januari
- Bij diezelfde beschikking heeft de kinderrechter ook een machtiging tot uithuisplaatsing in een gesloten accommodatie van jeugdhulp verleend tot aan zijn meerderjarigheid, te weten tot 18 januari
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt een machtiging te verlenen om [minderjarige] uit huis te plaatsen in accommodatie voor gesloten jeugdhulp vanaf zijn meerderjarigheid voor de duur van drie maanden. 3.
- De GI handhaaft het verzoek tijdens de mondelinge behandeling en licht het als volgt toe. [minderjarige] verblijft op dit moment op een gesloten groep van [naam instelling] , waar hij positieve stappen zet. Binnen maximaal drie maanden is voor [minderjarige] een plek beschikbaar bij de volwassenenlocatie Hietveld van [naam instelling] (hierna: Hietveld). Hier zal hij meer zelfstandigheid krijgen om zich te kunnen ontwikkelen naar volwassenheid, maar er is waar nodig wel begeleiding beschikbaar. Een tussentijdse terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders of een overplaatsing van [minderjarige] naar een open groep is niet in zijn belang. Het verblijf van [minderjarige] op de gesloten groep van [naam instelling] dient ter overbrugging te worden gecontinueerd. 4De standpunten 4.
- Door en namens [minderjarige] wordt tijdens de mondelinge behandeling ingestemd met het verzoek van de GI. [minderjarige] ontwikkelt zich positief op de gesloten groep van [naam instelling] en wil hier blijven totdat voor hem een plek beschikbaar is bij Hietveld. 4.
- De vader stemt tijdens de mondelinge behandeling in met het verzoek van de GI. De ouders en [minderjarige] zijn op bezoek geweest bij Hietveld. Het is positief dat [minderjarige] hier meer zelfstandigheid krijgt en dat begeleiding waar nodig beschikbaar is. 5De beoordeling 5.
- De kinderrechter is van oordeel dat jeugdhulp noodzakelijk is in verband met ernstige opgroei- of opvoedingsproblemen die de ontwikkeling van [minderjarige] naar volwassenheid ernstig belemmeren. Deze problemen maken dat het verblijf in een gesloten accommodatie noodzakelijk en geschikt is om te voorkomen dat [minderjarige] zich onttrekt aan de jeugdhulp die hij nodig heeft of daaraan door anderen wordt onttrokken. Het is niet gebleken dat er minder ingrijpende mogelijkheden zijn om deze problemen te behandelen. De kinderrechter is daarnaast van oordeel dat is voldaan aan de gronden in de wet voor het verlenen van een machtiging gesloten jeugdhulp na het bereiken van meerderjarigheid. 5.
- [minderjarige] verblijft op dit moment op een gesloten groep van [naam instelling] , waar hij positieve stappen zet. De huidige behandeling van [minderjarige] is reeds aangevangen voordat de leeftijd van achttien jaar is bereikt en er is een hulpverleningsplan vastgesteld. Hieruit blijkt dat toegewerkt wordt naar een andere vorm van jeugdhulp dan gesloten jeugdhulp, namelijk een overplaatsing van [minderjarige] naar Hietveld. Naar verwachting komt hier voor hem binnen drie maanden een plek vrij. Een tussentijdse terugplaatsing van [minderjarige] bij de ouders of een overplaatsing van [minderjarige] naar een open groep is, gelet op zijn trauma en hechtingsproblematiek, niet in zijn belang. Het verblijf van [minderjarige] op de gesloten groep van [naam instelling] dient ter overbrugging te worden gecontinueerd. [minderjarige] heeft hier, zowel schriftelijk als tijdens de mondelinge behandeling, mee ingestemd. 5.
- De kinderrechter machtigt de de GI om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp, vanaf zijn meerderjarigheid voor de duur van drie maanden. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verleent een machtiging om [minderjarige] uit huis te plaatsen in een gesloten accommodatie voor jeugdhulp met ingang van 18 januari 2026 tot 18 april
- Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 14 januari 2026 door mr. M.A. van der Laan-Kuijt, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. L.L.N. Snijder als griffier, en op schrift gesteld op 22 januari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 6.1.2, tweede lid, Jeugdwet (Jw). Artikel 6.1.2, vierde lid, Jeugdwet (Jw).