← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:1086

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11926561 CV EXPL 25-21942 datum uitspraak: 6 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van Dream Industrial Netherlands Propco 5 B.V., vestigingsplaats: Amsterdam, eiseres, gemachtigde: mr. J.E. Soomers, tegen [gedaagde] , vestigingsplaats: Amsterdam, gedaagde, vertegenwoordigd door: [naam 1] en [naam 2]. De partijen worden hierna ‘Dream’ en ‘[gedaagde]’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaardingen van 7 en 9 oktober 2025, met bijlagen; de samenvatting van de mondelinge reactie namens [gedaagde]; de brief van Dream van 13 november 2025; de rolbeslissing van 21 november
  2. 1.
  3. In de rolbeslissing heeft [gedaagde] de gelegenheid gekregen om te reageren. Dat heeft zij niet gedaan. 2De beoordeling Kern van de zaak 2.
  4. [gedaagde] huurde tot en met augustus 2023 een bedrijfsruimte van Dream. Bij het einde van de huurovereenkomst had zij een betaalachterstand. Dream en [gedaagde] hebben vervolgens een betalingsregeling afgesproken. Volgens Dream is [gedaagde] die regeling vanaf februari 2025 niet meer nagekomen. Er staat volgens haar nog een bedrag van € 18.647,09 open. 2.
  5. Dream eist dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de achterstand te betalen, met € 1.500,- aan contractuele boete en € 961,47 aan buitengerechtelijke kosten. Ook eist ze dat [gedaagde] wordt veroordeeld om gegevens over haar financiële situatie te verstrekken, op straf van een dwangsom. 2.
  6. [gedaagde] is het niet eens met de eis. Volgens haar klopt de achterstand niet. [gedaagde] moet € 18.647,09 aan achterstand betalen 2.
  7. Dream heeft in de dagvaarding duidelijk gemaakt hoe zij de betaalachterstand heeft berekend. In bijlage 6 en 7 bij de dagvaarding is te zien welke huur zij heeft gerekend en welke betalingen zijn verwerkt. 2.
  8. [gedaagde] heeft aangegeven dat het overzicht niet klopt. De kantonrechter heeft haar de gelegenheid gegeven om duidelijk te maken wat er niet klopt en wat de achterstand volgens haar dan is. [gedaagde] heeft dat niet gedaan. 2.
  9. Omdat [gedaagde] haar verweer niet heeft onderbouwd en Dream voldoende inzicht heeft gegeven in hoe hoog de vordering is, oordeelt de kantonrechter dat vaststaat dat er een betaalachterstand van € 18.647,09 is. [gedaagde] wordt veroordeeld om die te betalen. [gedaagde] moet € 1.500,- aan contractuele boete betalen 2.
  10. In de algemene voorwaarden staat dat [gedaagde] een boete moet betalen als zij de huur niet op tijd betaalt (artikel 18.2). Dream eist een boete van € 1.500,-. Deze is niet door [gedaagde] betwist en wordt daarom toegewezen. De rente over dit bedrag wordt toegewezen vanaf twee dagen na dit vonnis, zoals Dream eist, dus vanaf 8 februari 2026 (artikel 6:119 BW). [gedaagde] moet € 961,47 aan buitengerechtelijke kosten betalen 2.
  11. Dream heeft geprobeerd buiten de rechter om ervoor te zorgen dat [gedaagde] alsnog betaalt. Zij heeft recht op een vergoeding van de kosten die ze daarvoor heeft gemaakt (artikel 6:96 BW). De geëiste vergoeding van € 961,47 is berekend volgens de wet en wordt daarom toegewezen (Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten). De rente hierover wordt toegewezen vanaf twee dagen na dit vonnis, zoals Dream eist, dus vanaf 8 februari 2026 (6:119 BW). De eis over de financiële gegevens wordt afgewezen 2.
  12. Dream eist ook dat [gedaagde] wordt veroordeeld om ‘gegevens over de financiële situatie van [gedaagde] te verstrekken’. Die eis baseert ze op een betalingsregeling die de partijen volgens haar hebben afgesproken. De kantonrechter wijst deze eis af, omdat die te onduidelijk is. Dream heeft namelijk niet concreet gemaakt welke gegevens zij bedoelt. Dat blijkt ook niet uit de betalingsregeling (bijlage 4). Ten overvloede wordt nog overwogen dat het ook de vraag is of de regeling is komen te vervallen en welk belang Dream heeft bij financiële gegevens als zij over een executoriale titel (door middel van dit vonnis) beschikt. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  13. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Dream moet betalen op € 148,04 aan dagvaardingskosten, € 1.461,- aan griffierecht, € 577,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt) en € 144,- aan nakosten. Dat is in totaal € 2.330,
  14. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis, dus 21 februari
  15. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  16. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat Dream dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  17. veroordeelt [gedaagde] om aan Dream te betalen € 21.108,56 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over € 2.461,47 vanaf 8 februari 2026, tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  18. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Dream worden begroot op € 2.330,04 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf 21 februari 2026 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  19. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  20. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. F.A. Hut en in het openbaar uitgesproken. 33394

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.