← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:1105

RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/708998 / KG ZA 25-1073 Vonnis in kort geding van 20 januari 2026 in de zaak van

  1. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OVERMEER TRANSPORT B.V.,
  2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OVERMEER (FLEXI)TANK SERVICES B.V., beide statutair gevestigd te Rotterdam,
  3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid OVERMEER IN SERVICE B.V., statutair gevestigd te Mijnsheerenland, eiseressen, advocaten: mrs. G. van der Spek en L. Muller, tegen de rechtspersoon naar buitenlands recht SEAGULL SINGLE MEMBER S.A. GROUP OF COMPANIES, gevestigd te Periraios, Griekenland, gedaagde, niet verschenen. Eiseressen worden afzonderlijk Overmeer Transport, Overmeer (Flexi)Tank en Overmeer In Service genoemd, en gezamenlijk Overmeer c.s. Gedaagde wordt hierna aangeduid als Seagull. 1De procedure 1.
  4. Het verloop van de procedure blijkt uit: de dagvaarding van 27 oktober 2025 met producties 1 tot en met 11, de mondelinge behandeling gehouden op 1 december
  5. Tijdens de mondelinge behandeling hebben Overmeer c.s. nog de e-mail correspondentie met Seagull vanaf 24 november 2025 te 15.06 uur tot en met 28 november 2025 te 16.58 uur in het geding gebracht. 1.
  6. De zaak is ter zitting aangehouden tot 9 december 2025 te 12:00 uur om partijen in de gelegenheid te stellen in onderling overleg tot een regeling te komen. Dat is, gelet op het bericht in DWD van 9 december 2025 van mr. Van der Spek, niet gelukt. Er is vonnis gevraagd. De zaak is nader aangehouden in afwachting van betekeningsstukken. Na ontvangst van de stukken is vonnis bepaald op heden. 2De beoordeling 2.
  7. In de dagvaarding zijn de wettelijk voorgeschreven formaliteiten in acht genomen, zodat het gevraagde verstek wordt verleend. Overigens is ook gebleken dat Seagull van de zitting en het geschil op de hoogte was. 2.
  8. Overmeer c.s. zijn gevestigd in Nederland en Seagull in Griekenland. Dit kort geding heeft dus een internationaal karakter. De vraag dient daarom beantwoord te worden of (de voorzieningenrechter van) deze rechtbank bevoegd is om van de vorderingen kennis te nemen. Die vraag wordt bevestigend beantwoord. Deze rechtbank kan rechtsmacht ontlenen aan artikel 7 aanhef sub 1 onder b, tweede liggende streepje, van de Brussel I-bis Vo, nu de diensten volgens de gestelde overeenkomsten in Rotterdam verstrekt werden. Dientengevolge is de voorzieningenrechter van deze rechtbank bevoegd om voorlopige of bewarende maatregelen te gelasten. 2.
  9. Het lijkt erop dat tussen partijen gemengde (duur)overeenkomsten tot stand zijn gekomen. Voor wat betreft de door Overmeer c.s. voor Seagull verrichte werkzaamheden die niet als vervoersdiensten kunnen worden aangemerkt is, bij gebrek aan een rechtskeuze, op grond van artikel 4 lid 1 sub b Rome-I het Nederlandse recht van toepassing. Voor wat betreft de door Overmeer c.s. voor Seagull verrichte vervoersdiensten is, bij gebrek aan een rechtskeuze, op grond van artikel 5 Rome-I eveneens Nederlandse recht van toepassing. 2.
  10. Het gevorderde komt de voorzieningenrechter niet ongegrond en onrechtmatig voor, zodat dit wordt toegewezen, met inachtneming van het volgende. Overmeer c.s. vorderden oorspronkelijk de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW over de hoofdsommen vanaf 30 dagen na factuurdatum. Ter zitting hebben Overmeer c.s. de vordering voor zover het de wettelijke handelsrente betreft, aangepast in die zin dat zij als ingangsdatum de datum van betekening van de dagvaarding willen aanhouden (27 oktober 2025). Hoewel Overmeer c.s. in het lichaam van de dagvaarding stellen dat Seagull over de buitengerechtelijke incassokosten wettelijke rente verschuldigd is vanaf de dag van de dagvaarding, hebben zij hieraan in het petitum geen vordering verbonden. De voorzieningenrechter hoeft op dit punt daarom niet te beslissen. - De verschuldigde bedragen aan Overmeer (Flexi) Tank zoals genoemd in de dagvaarding onder punt 2.3 tellen op tot € 13.839,20 en niet tot € 18.798,
  11. Echter blijkt uit productie 4 dat de optelsom van hetgeen totaal verschuldigd is, wel € 18.798,62 is. Bij het opstellen van de dagvaarding zijn de bedragen van productie 4, vermeld op de linker bladzijde onderaan, kennelijk per abuis niet meegenomen. 2.
  12. Seagull wordt in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Overmeer c.s. worden begroot op: - dagvaarding € 119,40 - griffierecht € 6.861,00 - salaris advocaat € 715,00 (tarief verstekzaak) - nakosten € 178,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 7.873,40 2.
  13. De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 2.
  14. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. 3De beslissing De voorzieningenrechter, 3.
  15. verleent verstek tegen Seagull, 3.
  16. veroordeelt Seagull om aan Overmeer In Services te betalen: € 7.420,31, te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 27 oktober 2025 tot en met de dag van algehele betaling; € 746,02 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
  17. veroordeelt Seagull om aan Overmeer Transport te betalen: € 77.833,96, te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 27 oktober 2025 tot en met de dag van algehele betaling; € 1.553,34 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
  18. veroordeelt Seagull om aan Overmeer (Flexi)Tank te betalen: € 18.798,62, te vermeerderen met wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a lid 1 BW vanaf 27 oktober 2025 tot en met de dag van algehele betaling; € 962,99 aan buitengerechtelijke incassokosten, 3.
  19. veroordeelt Seagull tot betaling aan Overmeer c.s. van de proceskosten van € 7.873,40, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe. Als Seagull niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, dan moet Seagull € 92,00 extra betalen, plus de kosten van betekening, 3.
  20. veroordeelt Seagull tot betaling aan Overmeer c.s. van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn voldaan, 3.
  21. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad, 3.
  22. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. M. de Geus en in het openbaar uitgesproken op 20 januari
  23. 1734/638

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.