← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:1109

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-268458-25 Datum uitspraak: 28 januari 2026 Datum zitting: 14 januari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2000 in [geboorteplaats] ( [geboorteland] ), gedetineerd in de penitentiaire inrichting PI [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] . Advocaat van de verdachte: mr. J. Vermaat. Officier van justitie: mr. M. Vollebregt. Kern van het vonnis De verdachte wordt veroordeeld voor het opzettelijk uitvoeren van cocaïne in een verborgen ruimte in zijn auto. Aan de verdachte wordt een lagere straf opgelegd dan de officier van justitie heeft geëist. 1Tenlastelegging De volledige tenlastelegging houdt in dat: primair hij op of omstreeks 10 oktober 2025 te Rotterdam opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 Opiumwet, ongeveer 3000 gram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; subsidiair hij op of omstreeks 10 oktober 2025 te Hendrik-Ido-Ambacht, althans Nederland, opzettelijk heeft vervoerd, in elk geval opzettelijk aanwezig heeft gehad, ongeveer 3000 gram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 2Bewijs 2.

  1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld voor het primair ten laste gelegde feit. 2.
  2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van het bewijs gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.
  3. Oordeel van de rechtbank 2.3.
  4. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte opzettelijk ongeveer 3000 gram cocaïne heeft uitgevoerd uit Nederland. De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.
  5. De bewezenverklaring is gebaseerd op de hieronder opgenomen inhoud van de bewijsmiddelen en de onderstaande bewijsmotivering.
  6. Verklaring van de verdachte Op 10 oktober 2025 heb ik in Rotterdam meerdere pakketten in ontvangst genomen en deze in een auto verstopt, met de bedoeling deze pakketten naar Duitsland te brengen. Onderweg naar Duitsland werd ik staande gehouden door de politie. Ik wist dat het niet mocht, maar ik dacht dat de pakketten marihuana bevatten.
  7. Proces-verbaal van de politie Op 10 oktober 2025 zagen wij dat een voertuig parkeerde op de Leo Ottplaats in Rotterdam. Gezien werd dat de inzittenden, een man en een vrouw, uitstapten. De man maakte contact met een andere man. Daarna stapten de man en de vrouw in en reden zij weg. Na een volgteken van de politie werd het voertuig tot stilstand gebracht. De man bleek te zijn genaamd: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 2000 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ). Bij een doorzoeking van het voertuig zag de politie achter de sierstrip boven het dashboardkastje drie ingetapete pakketten. Deze werden in beslag genomen.
  8. Kennisgeving van inbeslagneming Beslagene: [verdachte] , geboren [geboortedatum]
  9. Goednummer: [goednummer 1] . Object: Verdovende middelen. Sealbagnummer: [nummer X] .
  10. Proces-verbaal van de politie Wij hebben aan de volgende inbeslaggenomen stoffen onderzoek verricht. De aangeboden partij bestond uit het volgende goed: Goednummer: [goednummer 1] , verpakt in een sealbag, nummer [nummer X] . Ik, verbalisant, opende de sealbag en zag in de zak drie uiterlijk dezelfde blokken, omwikkeld met bruin tape.
  11. Proces-verbaal van de politie Op 24 oktober 2025 werd onderzoek verricht aan het volgende onderzoeksitem: Uniek Voorwerp Nummer : [SIN-nummer] . Goednummer : [goednummer 1] . Object omschrijving : 3 blokken samengeperst materiaal. Nettogewicht : 3019 gram. Door ons is het volgende waargenomen en bevonden: Drie veiliggestelde monsters afkomstig van goed [SIN-nummer] .
  12. Deskundigenverslag Onderzoeksmateriaal en conclusie: Kenmerk : [SIN-nummer] . Omschrijving : blokken, uit 3019 gram, aantal bemonsteringen: drie. Conclusie : bevat cocaïne. Cocaïne is vermeld op lijst I van de Opiumwet. 2.3.
  13. Bewijsmotivering De verdachte heeft bekend dat hij drie pakketten in ontvangst heeft genomen en in de auto heeft gelegd, met de bedoeling deze pakketten naar Duitsland te brengen. Uit de bewijsmiddelen volgt niet dat de verdachte wetenschap had van de inhoud van de pakketten. Van vol opzet is dan ook geen sprake. De verdachte heeft echter wel bewust de aanmerkelijke kans aanvaard dat hij cocaïne zou uitvoeren. Hij dacht immers dat de pakketten marihuana bevatten, maar hij heeft de inhoud niet gecontroleerd of zich op een andere manier van de inhoud vergewist. Onder die omstandigheden is er naar het oordeel van de rechtbank sprake geweest van voorwaardelijk opzet op het uitvoeren van de cocaïne. 2.3.
  14. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: primair hij op 10 oktober 2025 te Rotterdam opzettelijk buiten het grondgebied van Nederland heeft gebracht, als bedoeld in artikel 1 lid 5 Opiumwet, ongeveer 3000 gram van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I. 3Kwalificatie en strafbaarheid 3.
  15. Kwalificatie Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: primair opzettelijk handelen in strijd met een in artikel 2 onder A van de Opiumwet, gegeven verbod. 3.
  16. Strafbaarheid van het feit en van de verdachte Het feit en de verdachte zijn strafbaar. 4Straf 4.
  17. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor het primair ten laste gelegde feit worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van dertig maanden waarvan zes maanden voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaar. 4.
  18. Standpunt van de verdediging De raadsman heeft een lagere straf bepleit, met een voorwaardelijk deel en met toezicht door de reclassering. Voor het geval de rechtbank een lange vrijheidsstraf zou overwegen, heeft de verdediging verzocht alsnog een reclasseringsrapport te laten opmaken. 4.
  19. Oordeel van de rechtbank 4.3.
  20. Ernst en omstandigheden van het feit De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan de (verlengde) uitvoer van ruim drie kilogram cocaïne die is aangetroffen in een verborgen ruimte van de auto waarin de verdachte reed. Het is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen zoals cocaïne grote risico’s voor de gezondheid oplevert. De verspreiding van en handel in drugs gaan bovendien gepaard met vele andere vormen van criminaliteit en geweld. Met zijn handelen heeft de verdachte bijgedragen aan het in stand houden van dit ernstige maatschappelijke probleem. 4.3.
  21. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 8 december 2025 bevat geen veroordelingen in Nederland. Ook anderszins is niet gebleken van eerdere veroordelingen. De rechtbank gaat er dan ook vanuit dat de verdachte niet eerder met justitie in aanraking is gekomen voor strafbare feiten. Voorwaardelijk verzoek tot rapportage De rechtbank is van oordeel dat de persoonlijke omstandigheden van de verdachte tijdens de inhoudelijke behandeling op de zitting door de verdachte zelf en door zijn raadsman voldoende zijn belicht. De rechtbank acht zich op dit punt dan ook voldoende geïnformeerd zodat zij het alsnog aanvragen van een rapportage door de reclassering niet nodig vindt. Overige persoonlijke omstandigheden De verdachte woont met zijn gezin in Duitsland. Hij is vader van een jong kind. Tijdens de zitting heeft de raadsman van de verdachte toegelicht dat de vrouw van de verdachte een postnatale depressie heeft en niet alleen de zorg voor het kind kan dragen. Verder is naar voren gebracht dat de verdachte aan het werk kan bij [webwinkel] . 4.3.
  22. Oplegging straf Gelet op de ernst van het strafbare feit is oplegging van een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in de regel in soortgelijke zaken worden opgelegd. De verdediging heeft verzocht om een gevangenisstraf op te leggen van 18 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk. De rechtbank is van oordeel dat die straf geen recht zou doen aan de ernst van het feit. Dat de pakketten cocaïne nog niet buiten Nederland waren gebracht, zoals de verdediging heeft aangevoerd, legt wat betreft de rechtbank geen gewicht in de schaal omdat hoe dan ook sprake is van (verlengde) uitvoer. De rechtbank acht een gevangenisstraf van vierentwintig maanden passend en geboden. Zij wijkt hiermee af van de door de officier van justitie geëiste straf, omdat zij bij deze niet in Nederland wonende verdachte geen heil ziet in een voorwaardelijk strafdeel. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen een penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend. 5In beslag genomen voorwerpen Verbeurdverklaring Als bijkomende straf wordt de in beslag genomen telefoon (Apple iPhone) verbeurdverklaard. Hierbij houdt de rechtbank rekening met de draagkracht van de verdachte. Deze telefoon is ook vatbaar voor verbeurdverklaring, omdat deze toebehoort aan de verdachte en het strafbare feit met behulp van de telefoon is gepleegd. 6Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 33 en 33a van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2 en 10 van de Opiumwet. 7Beslissingen De rechtbank: verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 24 (vierentwintig) maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; verklaart verbeurd: - goednummer [goednummer 2] : telefoon, Apple iPhone. 8Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, en mrs. I. Bouter en E. van Vliet, rechters, in tegenwoordigheid van D.J. Boogert, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 28 januari
  23. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal van voorgeleiding rechter-commissaris, met registratienummer [nummer proces-verbaal] . Verklaard tijdens de zitting van 14 januari
  24. Pagina 8 e.v., nummer -3 van voormeld proces-verbaal. Pagina 5 e.v., nummer -7 van voormeld proces-verbaal. Pagina 29 e.v., nummer -11 van voormeld proces-verbaal. Pagina 4 e.v., uit het proces-verbaal van voorgeleiding raadkamer, met registratienummer [nummer proces-verbaal] . Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 7 van het proces-verbaal van voorgeleiding raadkamer.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.