RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11978239 VV EXPL 25-717 datum uitspraak: 9 februari 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] , woonplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. E.R. van Dijk-Lopes Lima, tegen Vereniging voor Christelijk Voortgezet Onderwijs te Rotterdam en omgeving, vestigingsplaats: Rotterdam, gedaagde, gemachtigde: mr. D.L.S.M. Heijmans-Essed. De partijen worden hierna ‘[eiseres]’ en ‘CVO’ genoemd. 1De procedure 1.1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 4 december 2025, met bijlagen; de mail van [eiseres] van 19 januari 2026, met bijlagen; de brief van CVO van 22 januari 2026, met bijlagen; de spreekaantekeningen van de gemachtigde van CVO; de spreekaantekeningen van de gemachtigde van [eiseres]. 1.2. Op 26 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig [eiseres] met haar zus en haar gemachtigde en namens CVO [naam 1] (vestigingsdirecteur) met de gemachtigde van CVO. 2De beoordeling Wat is de kern? 2.1. De kern van deze zaak betreft de vraag of CVO als werkgeefster van [eiseres] terecht de loonbetaling aan [eiseres] heeft stopgezet. [eiseres] meent dat dit niet het geval is en eist daarom in dit kort geding onder meer dat de loonstop wordt opgeheven en dat CVO het achterstallige salaris vanaf 10 oktober 2025 aan haar moet betalen. CVO is het niet eens met deze eis. Zij vindt dat de loonstop op juiste gronden en rechtsgeldig is toegepast per 10 oktober 2025. Wat is er gebeurd? 2.2. [eiseres] is met ingang van 1 augustus 2025 in dienst getreden bij CVO in de functie van docente op basis van een arbeidsovereenkomst voor de duur van één jaar. In dat kader is zij tewerkgesteld bij [naam school] in [plaatsnaam]. Op de datum dat [eiseres] in dienst trad bij CVO liep de zomerschoolvakantie, zodat [eiseres] pas op 1 september 2025 (de dag van de start van het nieuwe schooljaar) met haar werkzaamheden als docente kon starten. Op die dag heeft zij zich aan het begin van de middag ziekgemeld. Sindsdien heeft zij haar werkzaamheden voor CVO niet hervat. 2.3. CVO heeft de arbodienst GOED ingeschakeld om haar te adviseren over eventuele re-integratiemogelijkheden van [eiseres]. In dat kader heeft [eiseres] op 16 september 2025 gesproken met een inzetbaarheidsdeskundige van GOED. Die inzetbaarheidsdeskundige heeft een probleemanalyse opgesteld, waarin onder meer het volgende staat: “10 Advies stappenplan re-integratie-activiteiten 10.1 Heeft de werknemer duurzaam benutbare mogelijkheden, vermeld dan in de tabel een mogelijke route naar werkhervatting? Vandaag heeft er een consult met GOED plaatsgevonden. Mevrouw heeft aangegeven beperkingen te ervaren. Zij wordt hiervoor behandeld in curatieve sector. Er geldt geen urenbeperking op tijdelijk aangepaste arbeid rekening houdend met de beperkingen. Dit betekent geen taken met zwaar fysieke inspanning zoals tillen/dragen/duwen en trekken. Er moet mogelijkheid zijn tot vertreden, wisselen van houding, zitten/staan gedurende de dag. Naarmate het herstel vordert kan het eigen werk vorm worden gegeven conform de overeengekomen functie omschrijving. Mevrouw heeft aangegeven spanning in de arbeidsrelatie te ervaren. Ik adviseer werkgever en medewerker hierover in gesprek te gaan. Ik adviseer werkgever en medewerker dit advies te bespreken en samen afspraken te maken. Leg deze afspraken vast in het Plan van Aanpak en evalueer met regelmaat de voortgang. GOED monitort het dossier op afstand er wordt geen vervolgconsult gepland. Wanneer er stagnatie optreed door een wijziging van diagnose dan graag de inzetbaarheidsdeskundige informeren.” In de probleemanalyse is onder “11 Ondertekening” het volgende opgenomen: “11.3 Naam bedrijfsarts [naam 2] (Inzetbaarheidsdeskundige) in taakdelegatie van [naam 3] (Stafarts, BIG-nr: [nummer 1])” 2.4. Daarop heeft CVO [eiseres] meerdere keren uitgenodigd voor een gesprek, maar een gesprek tussen partijen naar aanleiding van de probleemanalyse over de re-integratie van [eiseres] heeft niet plaatsgevonden. CVO wilde het gesprek fysiek laten plaatsvinden. [eiseres] heeft voorgesteld om het gesprek via Teams te laten plaatsvinden, maar dat wilde CVO niet. Op 25 september 2025 heeft [eiseres] voorgesteld om het gesprek te laten plaatsvinden op het hoofdkantoor van CVO in Rotterdam of bij de vertrouwenspersoon op kantoor. CVO heeft ermee ingestemd om het gesprek op het hoofdkantoor van CVO in Rotterdam te laten plaatsvinden en daarvoor een aantal data voorgesteld, maar [eiseres] heeft vervolgens aangegeven dat zij geen afspraak wilde maken met CVO totdat een consult bij de bedrijfsarts zou hebben plaatsgevonden. 2.5. CVO heeft op 3 oktober 2025 het volgende aan [eiseres] geschreven: “(…) Wij brengen het volgende onder uw aandacht en wijzen u op het volgende. U dient aan de verplichtingen in het kader van de Wet verbetering Poortwachter te voldoen alsmede aan uw verplichtingen in het kader van goed werknemerschap in de zin van artikel 7:611 van het Burgerlijk Wetboek. Dit betekent dat u gehoor dient te geven aan adviezen van de bedrijfsarts en uitvoering dient te geven aan adviezen van de bedrijfsarts die bijdragen aan een goede invulling en uitvoering van de wederzijdse re-integratie verplichtingen. Concreet betekent dit dat u ook tijdens ziekte als goed werknemer gehoor te geven aan redelijke verzoeken van uw werkgever waaronder de verplichting om ook tijdens ziekte gehoor te geven aan uitnodigingen voor een gesprek. Van u mag dan ook verwacht worden dat u ingaat op de uitnodiging voor een gesprek waar de bedrijfsarts u fysiek toe in staat acht. Wij nodigen u dan ook middels deze brief uit voor een gesprek op woensdag 8 oktober om 09:00 uur. Het gesprek zal op een neutrale locatie plaatsvinden namelijk op het hoofdkantoor van CVO aan het [adres]. Bij het gesprek zijn aanwezig: ondergetekende en [naam 4] (HR adviseur CVO). U kunt zich tijdens dit gesprek desgewenst laten vergezellen door de vertrouwenspersoon van CVO, u zult daarvoor zelf zorg moeten dragen. Wij verwachten dat u bij dit gesprek aanwezig bent conform het advies van de bedrijfsarts. Indien u de adviezen van de bedrijfsarts niet opvolgt en/of komende woensdag 8 oktober a.s. geen gehoor geeft aan onze uitnodiging voor een gesprek dan moeten wij vaststellen dat u uw re-integratie belemmert aangezien wij niet in staat zijn om op een goede wijze invulling en uitvoering te geven aan de verplichtingen die de Wet Verbetering Poortwachter ons oplegt. Dit valt in uw risicosfeer. Wij wijzen u er op dat wij in dat geval genoodzaakt zullen zijn nadere maatregelen te treffen. U dient er in dat geval rekening mee te houden dat uw opstelling en wijze van handelen consequenties zal hebben voor uw salarisbetaling en wij op grond van artikel 7:629 jo artikel 15 ZAVO (onderdeel van de CAO VO) genoodzaakt zijn uw volledige salaris per genoemde datum, in ieder geval per 8 oktober a.s. stop te zetten. U dient deze brief op te vatten als een waarschuwing inzake het stopzetten van het salaris zo u niet aan uw verplichtingen voldoet en niet verschijnt op het gesprek komende woensdag. (…)” 2.6. [eiseres] is op 8 oktober 2025 niet verschenen bij CVO voor het gesprek waarvoor zij door CVO was uitgenodigd. CVO heeft daarop de loonbetaling aan [eiseres] per 10 oktober 2025 stopgezet en deze loonstop bij brief van 10 oktober 2025 aan [eiseres] medegedeeld. 2.7. Op 21 oktober 2025 is [eiseres] op consult bij de bedrijfsarts geweest. Naar aanleiding hiervan is als volgt gerapporteerd: “(…) Re-integratie advies Het intercollegiaal consult is uitgevoerd door [naam 5], bedrijfsarts BIG-nummer [nummer 2], uit het behandelteam van [naam 3]. Beperkingen en randvoorwaarden voor re-integratie Werkgerelateerde knelpunten staan een optimale re-integratie in de weg. Advies aan werkgever en werknemer is om het gesprek met elkaar aan te gaan om te komen tot een passende oplossing van de werkgerelateerde knelpunten, zo nodig met een onafhankelijke derde. Advies voor re-integratie Gezien de ervaren beperkingen is mevrouw momenteel tijdelijk niet inzetbaar voor eigen of tijdelijk passend werk. Mevrouw wordt behandeld in curatieve sector. Bij voldoende herstel wordt geadviseerd re-integratie in passende werkzaamheden te starten voor 2 keer 2 uur per week (eigen werkzaamheden rekening houdend met de aanwezige beperkingen. In de startfase eventueel te starten vanuit huis). (…)” 2.8. Daarop heeft CVO bij brief van 29 oktober 2025 [eiseres] uitgenodigd voor een gesprek op 4 november 2025. CVO heeft daarbij aangegeven dat [eiseres] zich desgewenst kan laten vergezellen door de vertrouwenspersoon van CVO of haar zus en CVO heeft voorgesteld om voor het vervoer van [eiseres] op kosten van CVO een taxi te regelen. [eiseres] heeft van dit aanbod geen gebruik gemaakt en is op 4 november niet verschenen bij CVO voor een gesprek. Juridisch kader kort geding 2.9. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat de eisende partij heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor de gedaagde partij als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. Spoedeisend belang 2.10. Het spoedeisend belang bij de vordering(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.