← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:1313

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11594553 CV EXPL 25-5930 datum uitspraak: 6 februari 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van B.M. Joure B.V., die tevens handelt onder de naam ALPC (Aqua-fun Leisure & Pleasure Company), vestigingsplaats: Heerenveen, eiseres, gemachtigde: O. Palmen, werkzaam bij Bierens Incasso Advocaten, tegen [gedaagde] , die handelde onder de naam [naan bedrijf], woonplaats: Rotterdam, gedaagde, die zelf procedeert. De partijen worden hierna ‘ALPC’ en ‘[gedaagde]’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 28 februari 2025, met bijlagen; het antwoord; de e-mails van [gedaagde], met bijlagen. 1.
  2. Op 16 december 2025 is de zaak tijdens een zitting besproken met de gemachtigde van ALPC en met [gedaagde]. 2De beoordeling Waar gaat de zaak over? 2.
  3. ALPC heeft als groothandel diverse artikelen verkocht en geleverd aan [gedaagde], die toen handelde onder de naam Arrow Bow Europe en thans handelt onder de naam Vrijetijdwinkel. Op 19 augustus 2024 en 9 september 2024 heeft ALPC met facturen bedragen van € 3.999,21 en € 54,45 in rekening gebracht. [gedaagde] heeft die bedragen aanvankelijk niet voldaan. Pas na inschakeling door ALPC van haar gemachtigde om de openstaande bedragen te innen, heeft [gedaagde] op 18 februari 2025 het bedrag van € 3.999,21 betaald. ALPC heeft dat bedrag eerst in mindering gebracht op de gemaakte buitengerechtelijke kosten, vervolgens op de tot en met 25 februari 2025 verschuldigd geworden rente, en daarna op de openstaande bedragen. Er is een restbedrag open blijven staan. Buiten de gemachtigde om heeft ALPC aan [gedaagde] laten weten dat betaald moet worden, waarna zij de factuur van € 54,45 zal crediteren. De betaling is echter uitgebleven. ALPC is vervolgens tot dagvaarding overgegaan. Toewijzing hoofdsom en rente 2.
  4. Het door ALPC geëiste bedrag van € 867,07 aan hoofdsom wordt toegewezen. De reden hiervoor is dat [gedaagde] de verschuldigdheid van dit bedrag niet (langer) betwist en op de zitting te kennen heeft gegeven bereid te zijn het bedrag te betalen. Zoals afgesproken dient het bedrag uiterlijk op 2 maart 2026 te zijn betaald. Daarna is over het openstaande bedrag aan hoofdsom de contractuele rente van 12% per jaar verschuldigd. De gemachtigde van ALPC heeft hiermee ingestemd. Creditnota 2.
  5. Tussen partijen staat vast dat ALPC een creditfactuur van € 54,45 aan [gedaagde] zal doen toekomen. Dit dient te gebeuren binnen 7 dagen na dit vonnis. Proceskosten 2.
  6. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde], omdat hij ongelijk krijgt. ALPC heeft te kennen gegeven genoegen te nemen met 75% van de proceskosten, uitgaande van € 119,40 aan dagvaardingskosten, € 340,- aan griffierecht, € 135,- aan salaris voor de gemachtigde (1 punt x € 135,-) en € 67,50 aan nakosten. Het gaat dus om 75% van € 661,
  7. Dat is € 496,
  8. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. De wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen. Uitvoerbaar bij voorraad 2.
  9. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat ALPC dat eist en [gedaagde] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  10. veroordeelt [gedaagde] om aan ALPC te betalen € 867,07 aan hoofdsom met de contractuele rente van 12% per jaar over de openstaande hoofdsom vanaf 2 maart 2026 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  11. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van ALPC worden vastgesteld op € 496,43 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW over dat bedrag vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  12. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; 3.
  13. wijst al het andere af. Dit vonnis is gewezen door mr. P.F.G.T. Hofmeijer-Rutten en in het openbaar uitgesproken. 465 Artikel 6:44 lid 1 BW Artikel 237 Rv Artikel 233 Rv

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.