← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:1349

RECHTBANK ROTTERDAM zaaknummer: 12023347 VV EXPL 25-785 datum uitspraak: 10 februari 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van [eiseres] , vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. A.M. Berkhout, tegen [gedaagde] , woonplaats: Rottedam, gedaagde, die niet is verschenen. De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 19 januari 2026, met bijlagen; de brief van 21 januari 2026 van [eiseres] , met bijlagen. 1.
  2. Op 27 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting met [eiseres] , vertegenwoordigd door de heer [persoon A] en mr. Berkhout besproken. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend. 2De beoordeling 2.
  3. [gedaagde] huurt een woning van [eiseres] . Op dit moment is er een huurachterstand van vijf maanden. [eiseres] eist dat [gedaagde] de woning ontruimt en de huurachterstand met rente en kosten betaalt. De kantonrechter wijst de eis af. Hierna wordt uitgelegd waarom. Geen ontruiming, want RZ heeft de huurachterstand niet gemeld bij de gemeente 2.
  4. Het is onvoldoende aannemelijk dat de rechter in een bodemprocedure de huurovereenkomst ontbindt. Daarom kan de kantonrechter daar in deze kortgedingprocedure niet op vooruitlopen door [gedaagde] te veroordelen de woning te ontruimen Weliswaar is de huurachterstand ernstig genoeg voor ontbinding van de huurovereenkomst, maar alle omstandigheden wegen mee. Een zwaarwegende omstandigheid is dat [eiseres] verplicht was om de acties uit te voeren die staan onder a tot en met d van artikel 2 Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening (hierna: het Besluit) en om de hoogte van de huurachterstand en de gegevens van [gedaagde] te melden bij de gemeente. [eiseres] heeft echter geen melding gemaakt bij de gemeente. [eiseres] heeft in een e-mail van 12 december 2025 wel aan [gedaagde] gevraagd of zij haar gegevens mocht delen met de gemeentelijke schuldhulpverlening, maar [gedaagde] heeft daarop niet gereageerd. Volgens [eiseres] hoefde zij daarom de huurachterstand niet te melden bij de gemeente. Daarin volgt de kantonrechter [eiseres] niet. Uit artikel 2 onder d van het Besluit volgt dat de verhuurder moet aanbieden om met schriftelijke toestemming van de huurder zijn contactgegevens aan de gemeente verstrekken. Als de huurder daar vervolgens niet afwijzend op reageert (en is voldaan aan de overige vereisten onder a tot en met c van artikel 2), moet de verhuurder de huurachterstand en de gegevens van de huurders melden bij de gemeente. Ook als een huurder niet reageert, moet de verhuurder dus zijn gegevens doorgeven aan de gemeente. Dat staat ook duidelijk in de toelichting op het Besluit: “Er zijn omstandigheden die het wenselijk maken dat in gevallen dat de niet betalende huurder niet heeft gereageerd op het aanbod schuldhulpverlening in te schakelen, de verhuurder persoonsgegevens omtrent diegene mag doorgeven aan een schuldhulpverleningsinstantie zodat zij contact op kunnen nemen met de niet betalende huurder. Het gaat hierbij veelal om situaties waarbij mensen niet alleen betalingsproblemen hebben met de huur, maar ook andere betalingsverplichtingen zoals energierekeningen niet meer nakomen. In dergelijke gevallen lukt het de verhuurder vaak niet om in contact te treden met de huurder. Een verhuurder moet, indien een huurder niet heeft gereageerd op het aanbod om hulp in te schakelen, en pogingen tot persoonlijk contact zijn mislukt, de nodige gegevens doorgeven aan de gemeente.” 2.
  5. Tijdens de zitting heeft [eiseres] gesteld dat het in het online meldingsportaal van de gemeente niet mogelijk is een huurder aan te melden als de huurder daarvoor geen toestemming heeft gegeven. Als het [eiseres] om die reden niet is gelukt om [gedaagde] aan te melden bij de gemeente, had het op haar weg gelegen om dit met screenshots te onderbouwen. Het is de kantonrechter namelijk ambtshalve bekend dat huurders in veel gevallen geen toestemming geven, maar verhuurders ook zonder die toestemming in staat zijn een melding te doen bij de gemeente. Nu [eiseres] haar stelling helemaal niet heeft onderbouwd, ziet de kantonrechter geen aanleiding om de ontruiming ondanks het ontbreken van de vereiste melding alsnog toe te wijzen. Geen aanhouding van de procedure in afwachting van de melding 2.
  6. [eiseres] heeft tijdens de zitting ook gevraagd of de procedure in afwachting van een melding bij de gemeente een aantal maanden kan worden aangehouden. Dat doet de kantonrechter niet, omdat een aanhouding van enkele maanden zich niet verhoudt met het karakter van een kortgedingprocedure. De rest van de eis wordt ook afgewezen 2.
  7. Nu de hoofdvordering (de ontruiming) wordt afgewezen, is de proceseconomie er niet bij gebaat om over de nevenvorderingen (betaling van de huurachterstand, rente en buitengerechtelijke kosten) te beslissen. [eiseres] heeft bovendien geen spoedeisend belang heeft gesteld voor haar nevenvorderingen. Daarom wordt de rest van de eis ook afgewezen. [eiseres] moet de proceskosten betalen 2.
  8. De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat haar eis wordt afgewezen en dus ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op nul, omdat [gedaagde] niet in de procedure is verschenen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  9. wijst de eis af; 3.
  10. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op nul. Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. W.P.M. Jurgens en in het openbaar uitgesproken. 49039 Toelichting bij het Besluit Gemeentelijke Schuldhulpverlening, Stb. 2020, 240, p.
  11. Hoge Raad 15 juni 2007, ECLI:NL:HR:2007:BA1522.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.