Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Rotterdam Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-219440-25 Datum uitspraak: 26 januari 2026 Datum zittingen: 23 en 26 januari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1992 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres 1] , [postcode] [woonplaats] . Advocaat van de verdachte: mr. S. Ben Ahmed Officier van justitie: mr. H.A. van Wijk en N.J. Jacobs Kern van het vonnis Niet kan worden bewezen dat de verdachte zich samen met anderen schuldig heeft gemaakt aan de (verlengde) invoer van 160 en/of 219 kilogram cocaïne in Nederland en ook niet dat hij samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen. De verdachte wordt hiervan vrijgesproken. 1Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat - opzettelijk samen met anderen ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram cocaïne binnen het grondgebied van Nederland heeft gebracht of samen met anderen handelingen heeft verricht om een feit als bedoeld in artikel 10a van de Opiumwet voor te bereiden en/of te bevorderen. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat primair hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk binnen het grondgebied van Nederland, waaronder zoals bedoeld in artikel 1 lid 4 van de Opiumwet, heeft gebracht ongeveer 160 kilogram en/of 219 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; subsidiair hij in of omstreeks de periode van 11 juli 2025 tot en met 18 juli 2025 te Maasvlakte Rotterdam en/of te Rotterdam en/of te Schiedam en/of te Breda, althans te Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen om een feit, bedoeld in het vierde of vijfde lid van artikel 10 van de Opiumwet, voor te bereiden en/of te bevorderen, te weten - het opzettelijk binnen en/of buiten het grondgebied van Nederland brengen, - het opzettelijk telen, bereiden, bewerken, verwerken, verkopen, afleveren, verstrekken en/of vervoeren, en/of - het opzettelijk vervaardigen van een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens artikel 3a, vijfde lid van de Opiumwet, te weten cocaïne - een ander heeft getracht te bewegen om dat feit te plegen, te doen plegen, mede te plegen en/of uit te lokken, om daarbij behulpzaam te zijn en/of om daartoe gelegenheid, middelen en/of inlichtingen te verschaffen, - zich en/of een ander gelegenheid, middelen en/of inlichtingen tot het plegen van dat feit heeft getracht te verschaffen, - een of meer voorwerpen, vervoermiddelen, stoffen, gelden en/of andere betaalmiddelen voorhanden heeft gehad, waarvan verdachte en/of zijn/haar mededaders, wist(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.