RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/712802 / JE RK 26-8 Datum uitspraak: 5 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd te Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2009 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] . 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: - het verzoekschrift van de GI met bijlagen, ontvangen op 5 januari
- 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 5 februari
- Daarbij waren aanwezig: - de moeder; - een vertegenwoordiger van de GI, [naam] . 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft hierover een gesprek gevoerd met de kinderrechter. Tijdens de zitting heeft de kinderrechter samengevat wat [minderjarige] heeft verteld. De aanwezigen hebben daarop kunnen reageren. De kinderrechter heeft [minderjarige] opnieuw naar binnen geroepen bij de uitspraak. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] verblijft bij [naam instelling]. 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij beschikking van 12 augustus 2025 [minderjarige] onder toezicht gesteld tot 12 augustus
- 2.
- De kinderrechter in deze rechtbank heeft bij diezelfde beschikking een machtiging verleend om [minderjarige] gedurende dag en nacht uit huis te plaatsen in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 februari
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- De GI handhaaft het verzoek ter zitting en licht het nader toe. [minderjarige] is een hele intelligente jongen. Het is echter lastig om hem te motiveren voor school. Ook de één-op-één begeleider van [minderjarige] lukt het niet om hem hiervoor te motiveren. Het helpt niet om heel hard aan [minderjarige] te trekken, het is belangrijk om op zijn tempo mee te bewegen. De komende periode gaat de GI zoeken naar een perspectiefplek waar [minderjarige] ook na zijn achttiende kan blijven, bijvoorbeeld beschermd wonen. Het kan zijn dat hiervoor het doen van aanvullende diagnostiek nodig is. [minderjarige] staat hier sceptisch tegenover, omdat hij niet in een hokje geplaatst wil worden. Het contact tussen de moeder en [minderjarige] is de afgelopen periode positief ontwikkelt. De komende periode zal worden gezocht naar een externe partij om het contactherstel verder uit te breiden en te verstevigen. Hierbij zal het contact tussen [minderjarige] en zijn broertje ook worden meegenomen. 4.
- De moeder heeft ter zitting geen verweer gevoerd tegen het verzoek van de GI. Het gaat nog niet zo goed met [minderjarige] als de moeder zou willen. Het lijkt alsof [minderjarige] nergens voor te motiveren is en dat baart de moeder zorgen. Het zou fijn zijn als [minderjarige] hulp krijgt voor zijn boosheid. De moeder vindt het belangrijk dat [minderjarige] nog steeds een woonplek heeft na zijn achttiende. 5De beoordeling 5.
- Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. 5.
- [minderjarige] verblijft al langere tijd bij [naam instelling], in eerste instantie op vrijwillige basis en sinds de ondertoezichtstelling is uitgesproken met een machtiging tot uithuisplaatsing. Bij [naam instelling] heeft [minderjarige] één-op-één begeleiding, wat heeft gezorgd voor meer stabiliteit en minder crisissituaties. Desondanks zijn er nog steeds zorgen over [minderjarige] zijn ontwikkeling. Hij blowt regelmatig, er is sprake van een hoog schoolverzuim en hij is moeilijk te motiveren. Alle belanghebbenden en [minderjarige] zelf, zijn het erover eens dat [minderjarige] voor nu op de juiste plek zit. Echter nadert [minderjarige] zijn achttiende verjaardag en moet daarvoor een passende vervolgplek voor hem worden gevonden. Om goed in kaart te brengen waarbij [minderjarige] ondersteuning nodig heeft, kan aanvullende diagnostiek belangrijk zijn. De komende periode is het belangrijk dat [minderjarige] gemotiveerd wordt om hieraan mee te werken en zijn schoolgang te verbeteren. In de tussentijd is het van belang dat de huidige plaatsing wordt voortgezet. 5.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 12 augustus 2026; 6.
- verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2026 door mr. R. van den Wildenberg, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. A.L. Bottse als griffier, en op schrift gesteld op 13 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.