RECHTBANK ROTTERDAM Team Jeugd Zaaknummer: C/10/714042 / JE RK 26-174 Datum uitspraak: 6 februari 2026 Beschikking van de kinderrechter over een verlenging ondertoezichtstelling en verlenging machtiging tot uithuisplaatsing in de zaak van de gecertificeerde instelling Jeugdbescherming Rotterdam Rijnmond, gevestigd in Rotterdam, hierna te noemen: de GI, over [minderjarige] ,geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats] , hierna te noemen: [minderjarige] . De kinderrechter merkt als belanghebbende aan: [naam moeder] , hierna te noemen: de moeder, wonende in [woonplaats] , advocaat: mr. S. Epema, kantoorhoudende in Capelle aan den IJssel. 1Het verloop van de procedure 1.
- De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling: het verzoekschrift met bijlagen van de GI van 29 januari 2026, door de rechtbank ontvangen op diezelfde datum; een brief van de huisarts, namens de moeder overgelegd door mr. S. Epema ter zitting. 1.
- De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 februari
- Daarbij waren aanwezig: de moeder met haar advocaat; een vertegenwoordiger van de GI, [naam] (via een telefonische verbinding). 1.
- De kinderrechter heeft [minderjarige] naar zijn mening gevraagd. [minderjarige] heeft van deze gelegenheid geen gebruik gemaakt. 2De feiten 2.
- De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige] . 2.
- [minderjarige] verblijft bij [naam instelling] . 2.
- Bij beschikking van 4 februari 2025 is de ondertoezichtstelling van [minderjarige] verlengd tot 10 februari
- Bij diezelfde beschikking is de machtiging tot uithuisplaatsing in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder verlengd tot 10 februari
- 3Het verzoek 3.
- De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] te verlengen voor de duur van een jaar. Ook verzoekt de GI de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder te verlengen voor de duur van de een jaar. De GI verzoekt de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren. 4De standpunten 4.
- De GI handhaaft op de zitting het verzoek. De huidige plaatsing van [minderjarige] bij [naam instelling] is niet langer passend, omdat hij daar onvoldoende behandeling krijgt. Daarom wordt gezocht naar een andere plek, bij voorkeur in de buurt van de moeder. Op dit moment is er nog geen concrete plek beschikbaar. De GI erkent dat er in de afgelopen periode weinig voortgang is geweest. Dit kwam door personeelstekorten en het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer. Inmiddels worden weer stappen gezet. Zo wordt Needed People ingezet om beter zicht te krijgen op de opvoedsituatie bij de moeder. De intake hiervoor staat gepland. De weekendverblijven van [minderjarige] bij de moeder verlopen goed en de moeder werkt mee en is gemotiveerd. Deze korte verblijven geven echter geen volledig beeld van de dagelijkse opvoeding. Daarnaast is er nog onduidelijkheid over school en passende hulp. Er is meer onderzoek nodig voordat thuisplaatsing kan worden overwogen. De GI wil de komende periode gebruiken om dit nader te onderzoeken. 4.
- Door en namens de moeder wordt op de zitting het volgende naar voren gebracht. De moeder stemt in met de verzochte verlenging van de ondertoezichtstelling. Zij verzoekt echter primair om afwijzing van het verzoek tot verlenging van de uithuisplaatsing. Subsidiair verzoekt zij om een verlenging voor een zo kort mogelijke periode, zodat zo spoedig mogelijk duidelijkheid ontstaat over de thuisplaatsing van [minderjarige] . Zijn uithuisplaatsing duurt inmiddels meer dan drie jaar en heeft onvoldoende resultaat opgeleverd. Al lange tijd wordt gesproken over onderzoek naar thuisplaatsing, maar dit is door wisselingen bij de GI steeds uitgesteld. De moeder draagt nu de gevolgen van tekortschietende inzet bij de GI, terwijl zij daar geen invloed op had. De moeder heeft alles gedaan wat van haar werd gevraagd. Zij heeft haar therapie afgerond, meegewerkt aan urinecontroles en alle afspraken nagekomen. Zij ontvangt ondersteuning en staat open voor verdere begeleiding. [minderjarige] verblijft al ruim een jaar elk weekend onbegeleid bij de moeder en dit verloopt goed. Daardoor is er al voldoende zicht op de thuissituatie. Verder onderzoek is onnodig en belastend. Daarnaast is er goed contact met de oma moederzijde. [minderjarige] heeft al meerdere plaatsingen gehad en opnieuw verhuizen zou opnieuw een ingrijpende verandering betekenen. Dat is niet in zijn belang. 5De beoordeling 5.
- [minderjarige] staat al een geruime tijd onder toezicht van de GI en verblijft al lange tijd op zijn huidige plek bij [naam instelling] . Vaststaat dat deze plek niet langer passend is. Verder staat vast dat [minderjarige] daar vanuit [naam instelling] is gevraagd weg te gaan; er is daar voor hem niet langer een plek. De plek was indertijd als tijdelijke plek voor [minderjarige] bedoeld. De plaatsing sluit ook niet aan bij zijn behoeften en hij krijgt daar onvoldoende behandeling. In de afgelopen periode is hierin verder ook nog te weinig vooruitgang geboekt. Het ontbreken van een vaste jeugdbeschermer en personeelstekorten hebben ertoe geleid dat de zaak is blijven liggen. Dat is een onwenselijke situatie. De moeder heeft de afgelopen jaren aantoonbaar hard gewerkt aan haar herstel. Zij houdt zich aan afspraken, werkt mee aan hulpverlening en zet zich in voor [minderjarige] . Tegen deze achtergrond hebben de moeder en haar advocaat ter zitting verweer gevoerd tegen de verzochte uithuisplaatsing en verzocht om [minderjarige] zo snel mogelijk thuis te plaatsen. De kinderrechter begrijpt deze wens. Het uitblijven van passende inzet van de GI is zeer frustrerend, vooral voor [minderjarige] en de moeder. Door het ontbreken van passende hulp vanuit de GI rijst de vraag of en voor hoelang de uithuisplaatsing nog het meest in het belang van [minderjarige] is. Het lijkt daarenboven de bedoeling van de huidige jeugdbeschermers dat [minderjarige] nu eerst voor kortere tijd ergens anders wordt geplaatst om dan te onderzoeken of [minderjarige] daarna eventueel naar huis zou kunnen gaan. De kinderrechter maakt zich zorgen over [minderjarige] , die al meerdere plaatsingen heeft meegemaakt. Een nieuwe verhuizing, met een andere school en nieuwe hulpverlening, is een zware belasting voor hem. Maar ook voor de moeder is het bijna niet vol te houden om meerdere keren per week lange afstanden te moeten afleggen om [minderjarige] te kunnen zien of op te halen. Vooral niet omdat er al zo lang geen perspectief wordt geboden aan [minderjarige] en de moeder. Het is een uitputtende periode voor moeder en zoon. Volgens de GI is er echter op dit moment nog onvoldoende zicht op de thuissituatie bij de moeder om vast te stellen of volledige thuisplaatsing nu verantwoord is. 5.
- Ten aanzien van de ondertoezichtstelling oordeelt de kinderrechter dat nog steeds wordt voldaan aan de wettelijke voorwaarden. Zonder toezicht is er onvoldoende zekerheid over de ontwikkeling van [minderjarige] . Door en namens de moeder is hiermee ingestemd. De kinderrechter verlengt daarom de ondertoezichtstelling voor de duur van een jaar. 5.
- Wat betreft de uithuisplaatsing is de kinderrechter van oordeel dat zij op dit moment onvoldoende is geïnformeerd om hierover een definitieve beslissing te nemen. Er bestaat nog te veel onduidelijkheid over de toekomstige woonplek, school en benodigde begeleiding van [minderjarige] . Zolang dit inzicht ontbreekt, brengt zowel een verlenging van de uithuisplaatsing als een onmiddellijke terugplaatsing risico’s met zich mee. De kinderrechter acht daarom een langdurige verlenging van de uithuisplaatsing niet wenselijk. Dit vergroot het risico dat de situatie opnieuw vastloopt, wat niet in het belang van [minderjarige] is. Om voortgang af te dwingen, zal de kinderrechter de uithuisplaatsing voor een korte periode verlengen en het overige deel van het verzoek aanhouden tot de hierna te noemen zitting. 5.
- De kinderrechter verzoekt de GI om op de volgende zitting een concreet plan van aanpak te overleggen waarin in ieder geval wordt ingegaan op: - wat [minderjarige] nodig heeft; - of hij bij de moeder kan wonen; - welke hulp daarvoor nodig is; - hoe dat praktisch wordt georganiseerd; - en hoelang dat zal duren. De kinderrechter verwacht dat de GI hierover op de volgende zitting duidelijkheid geeft en dat de moeder en haar advocaat hier actief aan meewerken. Waar nodig en wenselijk kunnen de moeder en haar advocaat ook zelf met een plan komen. Op de volgende zitting moet de kernvraag worden beantwoord of [minderjarige] zonder eerst nog uit [naam instelling] naar een andere plek te moeten verhuizen, naar huis kan en, zo ja, onder welke voorwaarden. Voorkomen moet worden dat [minderjarige] opnieuw wordt geplaatst zonder duidelijk en stabiel toekomstperspectief. Zijn belang staat ten alle tijden voorop. 5.
- De GI wordt verzocht om uiterlijk een week vóór de hierna vermelde zittingsdatum de briefrapportage, inclusief het een plan van aanpak, te overleggen over de dan actuele stand van zaken. 5.
- De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat. 6De beslissing De kinderrechter: 6.
- verlengt de ondertoezichtstelling van [minderjarige] tot 10 februari 2027; 6.
- verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige] in een accommodatie van een jeugdhulpaanbieder tot 3 april 2026; 6.
- verklaart deze beschikking tot dusver uitvoerbaar bij voorraad; en alvorens verder te beslissen: 6.
- houdt de behandeling van het verzoek voor het overige aan en roept de GI, de moeder en mr. S. Epema op te verschijnen tijdens de zitting van de rechtbank Rotterdam, locatie Rotterdam, in het gerechtsgebouw aan Wilhelminaplein 100 / 125 te Rotterdam, op vrijdag 20 maart 2026 te 14:00 uur, teneinde nader op het verzoek te worden gehoord; 6.
- de zaak zal op laatstgenoemde datum en tijdstip, behoudens onvoorziene omstandigheden, worden behandeld door mr. H. Mol, kinderrechter; 6.
- bepaalt dat deze beschikking geldt als oproep voor de zitting; 6.
- vraagt de griffier [minderjarige] op te roepen voor een kindgesprek; 6.
- verzoekt de GI om uiterlijk een week vóór de genoemde zittingsdatum de kinderrechter (met afschrift aan de moeder en haar advocaat) de verzochte rapportage onder sub 5.
- te doen toekomen. Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 februari 2026 door mr. H. Mol, kinderrechter, in aanwezigheid van A.L.I. Janssens als griffier, en op schrift gesteld op 19 februari
- Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Den Haag. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen: degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak; andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen. Artikel 1:260 BW. Artikel 1:265c, tweede lid, BW.