RECHTBANK Rotterdam Team handel en haven Zaaknummer: C/10/640940 / HA ZA 22-536 Vonnis van 25 februari 2026 in de zaak van CONSTRUCTIF B.V., te Dordrecht, eisende partij, hierna te noemen: CSF, advocaat: mr. G.M. van den Bergh, tegen GEMEENTE ALBLASSERDAM, te Alblasserdam, gedaagde partij, hierna te noemen: de Gemeente, advocaat: mr. D. van Leersum. 1De zaak in het kort 1.
- Deze zaak gaat over de afrekening van meer- en minderwerk en schades behorend bij de renovatie van het gemeentehuis in Alblasserdam die CSF in opdracht van de Gemeente heeft uitgevoerd. In de tussenvonnissen heeft de rechtbank beslist over alle geschilpunten tussen partijen behalve de post “M52 Wervel- en lijnroosters” (verder: post M52). Over dat geschilpunt hebben partijen nu een minnelijke regeling getroffen. 1.
- De rechtbank wijst nu eindvonnis. Rekeninghoudend met de minnelijke regeling over post M52, wijst zij de hoofdvordering toe tot het bedrag van € 538.745,66 en de gevorderde buitengerechtelijke kosten tot het bedrag van € 4.468,
- 2De procedure 2.
- Het verloop van de procedure blijkt uit: - de tussenvonnissen van 5 april 2023, 31 januari 2024 en 1 oktober 2025,- de akte uitlating tevens houdende vermindering van eis van CSF,- de akte uitlating van de Gemeente. 2.
- De tussenvonnissen van 5 april 2023 en 21 januari 2024 zijn gewezen door een andere rechter (mr. A. Wijsman – van Veen) dan de rechter die het tussenvonnis van 1 oktober 2025 heeft gewezen en dit vonnis wijst (mr. J.M.J. Arts). Dit is het gevolg van de het vertrek van mr. Wijsman – van Veen naar een andere rechtbank. Deze rechterswissel en de reden hiervoor zijn op 27 juni 2025 aan partijen medegedeeld. 2.
- Ten slotte is vonnis bepaald. 3Het verdere geschil 3.
- Bij het tussenvonnis van 1 oktober 2025 heeft de rechtbank een aanvullend deskundigenbericht bevolen ten aanzien van post M
- Dit aanvullend deskundigenbericht heeft geen doorgang gevonden omdat partijen een minnelijke regeling over die post M52 hebben getroffen. 3.
- Naar aanleiding van die minnelijke regeling heeft CSF haar eis verminderd. Zij vordert nu – samengevat – om bij vonnis, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, de Gemeente te veroordelen: I. tot betaling aan CSF van een hoofdsom van € 638.643,35 vermeerderd met de wettelijke handelsrente, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag aan hoofdsom en rente, II. tot betaling aan CSF van de buitengerechtelijke incassokosten ten bedrage van € 4.968,22 vermeerderd met de wettelijke rente, althans een door de rechtbank te bepalen bedrag aan buitengerechtelijke incassokosten en wettelijke rente, III. tot betaling van de proceskosten en de nakosten, te vermeerderen met de wettelijke rente. 4De verdere beoordeling Het saldo van het meer- en minderwerk op post M52 bedraagt - € 165.632,00 excl. btw 4.
- Op basis de getroffen minnelijke regeling staat tussen partijen vast dat op post M52 per saldo sprake is van een minderwerk van € 165.632,00 exclusief btw. Hiermee staat vast dat de Gemeente voor deze post € 154.283,50 (€ 319.915,50 - € 165.632,00) teveel in mindering heeft gebracht. De rechtbank wijst daarom dat deel van het op deze post geclaimde minderwerk af. 4.
- Daarmee is over het laatste geschilpunt tussen partijen beslist, zodat de rechtbank nu de totale hoofdvordering van CSF kan vaststellen. De hoofdvordering is toewijsbaar tot het bedrag van € 538.745,66 4.
- De voormelde overeenstemming tussen partijen en de beslissingen in de tussenvonnissen leiden ertoe dat de rechtbank de hoofdvordering toewijst tot het bedrag van € 538.745,66 inclusief btw. De rechtbank licht dit toe als volgt. 4.
- De hoofdvordering betreft de 14de termijn van de aanneemsom van € 467.363,33 exclusief btw, te vermeerderen met het saldo van het meer- en minderwerk en de over en weer te vergoeden schades. 4.
- Het saldo van het meer- en minderwerk en de over en weer te vergoeden schades bedraagt € 29.768,80 (€ 411.855,38 – € 382.086,58) exclusief btw. Dit is gebaseerd op het volgende. 4.
- Het totaal van het meerwerk en de aan CSF te vergoeden schade bedraagt € 411.855,38 exclusief btw. Dit bedrag is opgebouwd als volgt: het meerwerk waarmee de Gemeente akkoord ging € 326.366,00 M13 Begeleiding naar aanleiding van ICT overleggen € 10.550,00 zie 4.8 tv 5-4-2023 M42 Opvang gevelmetselwerk entreé € 3.204,00 zie 4.15 tv 5-4-2023 M45b Opknappen betonbalken burgerzaal € 6.300,00 zie 4.17 tv 5-4-2023 M46 Verwarming serre € 6.060,00 zie 4.21 tv 5-4-2023 M47 Aanpassingen aansluitpunten keuken € 680,00 zie 4.23 tv 5-4-2023 M61 Aanvullen houten lattenplafonds € 56.368,88 zie 4.27 tv 5-4-2023 M91 Boilers en kranen pantry’s € 2.326,50 zie 4.29 tv 5-4-2023 Totaal € 411.855,38 4.
- Het totaal van het minderwerk en de aan de Gemeente te vergoeden schades bestaat uit het verschil tussen het bedrag dat de Gemeente daarvoor heeft berekend en het deel daarvan dat de rechtbank heeft afgewezen. Dit verschil bedraagt € 382.086,58 (€ 730.945,37 - € 348.858,79) exclusief btw. Het bedrag van € 348.858,79 is opgebouwd als volgt: M52 Wervel- en lijnroosters € 154.283,50 zie 4.1 van dit vonnis A11, B1, B6, B7, B8, B10, B11, B13, B14, B17, C2 t/m C6, D1, D5,D8 en E12 € 69.203,19 zie 4.37 tv 5-4-2023 M46 Verwarming serre € 3.000,00 zie 4.42 tv 5-4-2023 M76a Naverwarmers, retour voorzieningen concentratieruimten € 14.570,60 zie 4.47 tv 5-4-2023 A1 TMA Coördinatie aansluiting, plaatsing, vergunningen trafo € 4.987,50 zie 4.49 tv 5-4-2023 A18 Uren SCD voeding patchkasten € 2.500,00 zie 4.51 tv 5-4-2023 M72a, M72b en M72c Extra kosten D&T en extra advieskosten € 26.380,00 zie 2.16 tv 31-1-2024 A17b §42lid 2 UAV Toepassing doorbelasting extra kosten € 46.643,50 zie 2.19 tv 31-1-2024 A19 en E2 t/ E10 kosten vanwege extra inzet door D&T € 24.084,50 (€ 25.439,50 - € 1.355,00) zie 2.25 tv 31-1-2024 E11 rioolproblemen € 3.206,00 zie 4.68 tv 5-4-2023 totaal € 348.858,79 Hierbij neemt de rechtbank in aanmerking dat de schade die de Gemeente heeft gesteld maar niet in het door haar berekende bedrag van € 730.945,37 heeft verwerkt, ook is afgewezen (zie 4.47 tv 5-4-2023). 4.
- Uit het vorenstaande volgt dat de 14de termijn € 497.132,13 (€ 467.363,33 + € 29.768,80) exclusief btw bedraagt. Dit is € 601.529,88 (€ 497.132,13 + 21%) inclusief btw. Hiervan heeft de Gemeente € 62.784,22 voldaan, zodat CSF nog € 538.745,66 (€ 601.529,88 - € 62.784,22) van haar heeft te vorderen en de hoofdvordering tot dit bedrag moet worden toegewezen. 4.
- De rechtbank wijst ook de gevorderde wettelijke handelsrente over het toegewezen bedrag van de hoofdvordering vanaf 26 november 2020 toe. De verschuldigdheid van de wettelijke handelsrente is namelijk niet afzonderlijk door de Gemeente bestreden en vindt voldoende steun in de feiten en de wet. Ook heeft de Gemeente niet afzonderlijk bestreden dat zij per 26 november 2020 in verzuim was. De buitengerechtelijke kosten bedragen € 4.468,73 4.
- CSF vordert vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten overeenkomstig de staffel uit het Besluit (BIK). De rechtbank wijst deze vordering toe tot het bedrag van € 4.468,73 en licht dat toe als volgt. 4.
- CSF heeft voldoende gesteld en onderbouwd dat buitengerechtelijke incassowerkzaamheden zijn verricht. Zij heeft daarom recht op een vergoeding voor de kosten van die werkzaamheden. Berekend overeenkomstig de staffel uit het Besluit (BIK) over het bedrag van de toegewezen hoofdvordering bedraagt de toe te wijzen vergoeding € 4.468,
- 4.
- De gevorderde rente over de buitengerechtelijke incassokosten wijst de rechtbank toe vanaf de datum van de dagvaarding, omdat CSF niet heeft gesteld dat zij de schade (de buitengerechtelijke incassokosten) al eerder dan op de datum van de dagvaarding heeft geleden. De Gemeente draagt de kosten van het deskundigenbericht 4.
- Partijen zijn overeengekomen dat de kosten van de deskundige voor rekening van de Gemeente komen. Op dit punt is geen nadere beslissing van de rechtbank nodig, omdat de Gemeente het voorschot op die kosten heeft voldaan en hierna in de proceskosten wordt veroordeeld. De Gemeente wordt veroordeeld in de proceskosten 4.
- De Gemeente is grotendeels in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van CSF worden begroot op: - kosten van de dagvaarding € 103,33 - griffierecht € 5.737,00 - salaris advocaat € 11.169,00 (3 punten × € 3.723,00) - nakosten € 189,00 (plus de verhoging zoals vermeld in de beslissing) Totaal € 17.198,33 4.
- De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing. 4.
- Voor de goede orde en wellicht ten overvloede vermeldt de rechtbank dat partijen een verdeling van de proceskosten zijn overeengekomen, die zij na het wijzen van het eindvonnis zelf zullen oppakken. 5De beslissing De rechtbank 5.
- veroordeelt de Gemeente om aan CSF te betalen een bedrag van € 538.745,66, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over het toegewezen bedrag, met ingang van 26 november 2020, tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt de Gemeente om aan CSF te betalen een bedrag van € 4.468,73 aan buitengerechtelijke kosten, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW, vanaf de dag van dagvaarding, tot de dag van volledige betaling, 5.
- veroordeelt de Gemeente in de proceskosten van € 17.198,33, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 98,00 plus de kosten van betekening als de Gemeente niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend, 5.
- veroordeelt de Gemeente tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald, 5.
- verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad, 5.
- wijst het meer of anders gevorderde af. Dit vonnis is gewezen door mr. J.M.J. Arts. Het is ondertekend door de rolrechter en in het openbaar uitgesproken op 25 februari
- 2515/3455 In het tussenvonnis van 1 oktober 2025 wordt per abuis verwezen naar een tussenvonnis van 25 april
- Dat moet zijn 5 april 2023.