ECLI:NL:RBROT:2026:1964
Rechtbank Rotterdam Team jeugd Parketnummer: 71/101673-25 Datum uitspraak: 27 februari 2026 Tegenspraak Vonnis van de rechtbank Rotterdam, meervoudige kamer voor strafzaken, in de zaak tegen de verdachte: [verdachte] , geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 2007, ingeschreven in de basisregistratie personen op het adres: [adres] , [postcode] [woonplaats] , raadsman mr. R. El Bellaj, advocaat te Tilburg.
1Onderzoek op de terechtzitting Gelet is op het onderzoek op de besloten terechtzittingen van 30 januari 2026 en 27 februari 2026.
2Tenlastelegging Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de vordering nadere omschrijving tenlastelegging, waarbij de oorspronkelijke opgave van het feit als bedoeld in artikel 261, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering op vordering van de officier van justitie is gewijzigd. De tekst van de nader omschreven tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
3Eis officier van justitie De officier van justitie mr. G. Sannes heeft gevorderd: bewezenverklaring van het ten laste gelegde, met uitzondering van de video onder het laatste gedachtestreepje onder B; veroordeling van de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 59 dagen met aftrekvan voorarrest; veroordeling van de verdachte tot een taakstraf, bestaande uit een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen vervangende jeugddetentie, geheel voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaar, met de bijzondere voorwaarden overeenkomstig het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad) van 16 januari 2026 met de door de officier van justitie ter terechtzitting voorgestelde wijzigingen, inhoudende:
4Vrijspraak 4.1.
Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft geconcludeerd tot een bewezenverklaring van het ten laste gelegde, onder A en B onder het eerste gedachtestreepje. De verdachte heeft een video geplaatst waarop een kind met een mes snijdende bewegingen maakt bij de keel van een knuffelbeer, met op de achtergrond een vlag van IS, terwijl geroepen wordt ‘takbir’, ondersteund door een nasheed waarin in het Arabisch de daden van strijders worden bezongen. Volgens de tekst van de nasheed belijden en verheffen de strijders het ‘ware monotheïsme van mijn Heer’ en zijn zij op alle manieren gereed voor en bereid tot de gewapende strijd tegen degenen die ‘schandalige daden’ begaan. Deze verheerlijking en reclame voor de jihadstrijder maakt naar de visie van de officier van justitie dat de verdachte indirect heeft opgeruid tot het plegen van een terroristisch misdrijf. Daarbij heeft de verdachte ook het oogmerk gehad die video te verspreiden, temeer nu de video door iedereen kon worden bekeken en zodoende bijgedragen aan de Elektronische Jihad van Islamitische Staat (IS).
4.2.
Beoordeling Met de officier van justitie en de verdediging is de rechtbank van oordeel dat het ten laste gelegde onder het laatste gedachtestreepje onder B van de tenlastelegging (te weten de video met de vliegjes) niet wettig en overtuigend is bewezen, zodat de verdachte daarvan zonder nadere motivering zal worden vrijgesproken.
Anders dan de officier van justitie is de rechtbank van oordeel dat het overig ten laste gelegde (te weten de video met de knuffelbeer), evenmin tot een bewezenverklaring van opruiing leidt. De rechtbank overweegt in dit verband het volgende.
In het artikel 131 Sr en het aanverwante “verspreidingsdelict” artikel 132 Sr, is opruiing tot enig strafbaar feit of tot gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag strafbaar gesteld. Bij artikel 132 Sr gaat het erom dat de dader aan de inhoud van een opruiend geschrift of afbeelding ruchtbaarheid wil geven. Voor een bewezenverklaring van opruiing moet, zo volgt uit de jurisprudentie, aan vier vereisten worden voldaan:
De tweede ten laste gelegde video betreft een video van een kind met een mes in de hand, die naar een knuffelbeer rent, de knuffelbeer vastpakt bij het hoofd en snijdende bewegingen maakt bij de keel van de knuffelbeer. Op de achtergrond is een IS-vlag te zien en wordt door een man ‘Takbir!’ geroepen. Takbir betekent ‘Maak God groot!’ Verder wordt een nasheed afgespeeld waarin de jihad en jihadstrijders worden verheerlijkt. De nasheed betreft een Arabischtalig lied waarin de daden van strijders worden bezongen.
Hoewel de video, zeker tegen de achtergrond van onderhavig dossier, zonder meer bedenkelijk kan worden genoemd, is de rechtbank van oordeel dat de inhoud van de video – hoe moreel verwerpelijk deze ook is – voornamelijk shockeert, maar op zichzelf niet als opruiend kan worden beoordeeld. In de video wordt niet direct of indirect opgeroepen tot het plegen van (terroristische) misdrijven. De beelden bevatten geen oproep of instructies tot het plegen van geweld. Het opruiende karakter ontbreekt. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken van het ten laste gelegde.
4.3.
Conclusie Het ten laste gelegde is niet wettig en overtuigend bewezen. De verdachte wordt daarvan vrijgesproken.
5In beslag genomen voorwerpen 5.1.
Standpunt officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd de in beslag genomen telefoon verbeurd te verklaren.
5.2.
Standpunt verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van de in beslag genomen telefoon gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.
5.3.
Beoordeling De in beslag genomen telefoon behoort toe aan de verdachte. Nu de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde zal een last worden gegeven tot teruggave van de telefoon aan de verdachte.
6Bijlage De in dit vonnis genoemde bijlage maakt deel uit van dit vonnis.
7Beslissing De rechtbank: verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij; beslist ten aanzien van de voorwerpen, geplaatst op de lijst van inbeslaggenomen en nog niet teruggegeven voorwerpen, als volgt:
Dit vonnis is gewezen door: mr. L. Feraaune, voorzitter, tevens kinderrechter, en mrs. W.M. Stolk en K.T.F. Chocolaad-De Bos, rechters, in tegenwoordigheid van mrs. M.J.A. Batenburg en V.E. Scholtens, griffiers, en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank op 27 februari 2026.
Bijlage Tekst nader omschreven tenlastelegging Aan de verdachte wordt ten laste gelegd dat hij op één of meer tijdstip(pen) in of omstreeks periode 1Januari 2024 tot en met 22 april 2025 te Tilburg en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met één of meer ander(en) en/of alleen, (telkens) A in het openbaar, bij geschrift en/of hij afbeelding, tot een terroristisch misdrijf dan wel een misdrijf ter voorbereiding of vergemakkelijking van een terroristisch misdrijf, en/of enig strafbaar feit en/of gewelddadig optreden tegen het openbaar gezag heeft opgeruid, door: