← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:1966

RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11952764 VV EXPL 25-665 datum uitspraak: 29 januari 2026 Vonnis in kort geding van de kantonrechter in de zaak van Stichting Woonstad Rotterdam, vestigingsplaats: Rotterdam, eiseres, gemachtigde: mr. R.H. Ruysendaal, tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats], gedaagde, die niet is verschenen. De partijen worden hierna ‘Woonstad’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd. 1De procedure 1.

  1. Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 17 november 2025, met bijlagen; de specificatie van de huurachterstand, overgelegd door mr. R.H. Ruysendaal. 1.
  2. Op 15 januari 2026 is de zaak tijdens een zitting besproken. Daarbij waren aanwezig: namens Woonstad mevrouw P. Suijkens en de gemachtigde van Woonstad, mr. R.H. Ruysendaal. 1.
  3. [gedaagde] is niet verschenen. Tegen haar is verstek verleend. 2De beoordeling Waar gaat deze zaak over? 2.
  4. [gedaagde] huurt sinds 11 december 2024 de woning aan de [adres] te [plaats] van Woonstad. De maandelijkse huur bedraagt op dit moment € 655,
  5. 2.
  6. Volgens Woonstad heeft [gedaagde] geen hoofdverblijf in de woning en heeft zij bovendien een huurachterstand laten ontstaan van € 4.509,02 berekend tot en met januari
  7. Woonstad vordert daarom dat [gedaagde] wordt veroordeeld om de woning te ontruimen en de huurachterstand, met rente, aan haar te betalen. Het juridisch kader in kort geding 2.
  8. Een eis in kort geding kan worden toegewezen als de partij die de voorziening vraagt hierbij zoveel spoed heeft dat die partij de uitkomst van een gewone procedure niet hoeft af te wachten. Bij die beoordeling is van belang hoe aannemelijk het is dat de eis in een gewone procedure wordt toegewezen. Verder moet het belang dat Woonstad heeft bij toewijzing van de eis worden meegewogen en de gevolgen hiervan voor [gedaagde] als deze uitspraak later wordt teruggedraaid. [gedaagde] moet de woning verlaten en de huurachterstand aan Woonstad betalen 2.
  9. De vorderingen van Woonstad komen de kantonrechter niet onrechtmatig en/of ongegrond voor. De kantonrechter acht de kans dat in een bodemprocedure de ontbinding van de huurovereenkomst wordt uitgesproken zo aannemelijk dat de kantonrechter vooruitlopend daarop [gedaagde] veroordeelt het gehuurde te ontruimen. Woonstad heeft onweersproken gesteld dat [gedaagde] haar hoofdverblijf niet in het gehuurde heeft. Ook heeft [gedaagde] , berekend tot januari 2026, een huurachterstand van € 4.509,02 laten ontstaan. [gedaagde] wordt daarom veroordeeld om dit bedrag, inclusief rente, aan Woonstad te betalen. 2.
  10. Het woonbelang van [gedaagde] staat niet aan de ontruiming in de weg. [gedaagde] heeft immers geen hoofdverblijf in de woning. Het belang van [gedaagde] weegt dan ook niet op tegen het spoedeisende belang van Woonstad bij de ontruiming van de woning. Zij is als verhuurder van sociale woningen (mede) verantwoordelijk voor de verdeling van woonruimte in een stad met een grote vraag naar betaalbare huurwoningen. 2.
  11. De wettelijke rente over de huurachterstand en de nadien eventueel verschuldigde gebruiksvergoeding wordt toegewezen op de wijze zoals in de beslissing wordt vermeld. [gedaagde] moet de proceskosten betalen 2.
  12. De proceskosten komen voor rekening van [gedaagde] , omdat zij voor het grootste deel ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [gedaagde] aan Woonstad moet betalen op € 145,45 aan dagvaardingskosten, € 514,- aan griffierecht, € 543,- aan salaris voor de gemachtigde en € 135,- aan nakosten. Dat is in totaal € 1.337,
  13. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend. Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.
  14. Dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard. Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen. 3De beslissing De kantonrechter: 3.
  15. veroordeelt [gedaagde] om binnen vijf dagen na betekening van dit vonnis de woning aan de [adres] te [plaats] te ontruimen met alle personen en zaken die zich daar vanwege [gedaagde] bevinden en het gehuurde met alle sleutels ter beschikking van Woonstad te stellen; 3.
  16. veroordeelt [gedaagde] om aan Woonstad te betalen € 4.509,02 met de wettelijke rente zoals bedoeld in artikel 6:119 BW vanaf 17 november 2025 tot de dag dat volledig is betaald; 3.
  17. veroordeelt [gedaagde] om vanaf februari 2026 tot en met de dag dat de ontruiming plaatsvindt aan Woonstad te betalen € 655,85 per maand met de verhoging die is toegestaan; 3.
  18. veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, die aan de kant van Woonstad worden begroot op € 1.337,45; 3.
  19. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad; Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken. 64362

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.