← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:2412

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Dordrecht Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-307081-25 Parketnummer vordering tenuitvoerlegging (TUL): 10-300809-23 en 10-292550-23 Datum uitspraak: 3 maart 2026 Datum zitting: 17 februari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1998 in [geboorteplaats] , ingeschreven op het adres [adres] , [postcode] te [plaatsnaam] , gedetineerd in [detentieadres]. Advocaat van de verdachte: mr. B. Özates Officier van justitie: mr. M. Groot Kern van het vonnis De verdachte heeft zich op 13 november 2025 – samen met zijn broer – schuldig gemaakt aan het opzettelijk aanwezig hebben van ongeveer 12 kilogram cocaïne en 82,80 kilogram lachgas en aan het witwassen van € 28.000,-. Op diezelfde datum heeft hij ook een omgebouwd gaspistool met bijbehorende munitie voorhanden gehad. De rechtbank legt aan de verdachte een gevangenisstraf op voor de duur van 36 maanden met aftrek van voorarrest. Als bijkomende straf wordt het inbeslaggenomen geldbedrag van € 28.000,- verbeurd verklaard. De overige inbeslaggenomen geldbedragen dienen te worden teruggegeven aan de verdachte. Verder wordt de tenuitvoerlegging bevolen van een eerder voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf voor de duur van drie maanden. 1Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij samen met (een) ander(

  1. en)– samengevat – ongeveer 12 kilogram cocaïne (feit 1) en 82,80 kilogram lachgas (feit 2) opzettelijk aanwezig heeft gehad, een vuurwapen met bijbehorende munitie voorhanden heeft gehad (feit 3) en een bedrag van € 30.350,00 heeft witgewassen (feit 4). De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat: 1. hij op of omstreeks 13 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een of meer anderen, althans alleen, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12 kilogram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal bevattende cocaine, zijnde cocaine een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die wet; 2. hij op of omstreeks 13 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), althans alleen opzettelijk aanwezig heeft gehad 82,80 kilogram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; 3. hij op of omstreeks 13 november 2025 te Rotterdam tezamen en in verenniging met (een) ander(en), althans alleen een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool, naar een kogelverschietend pistool van het merk: Zoraki, model: m906, kaliber: 7,65 millimeter zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en/of (voor dit vuurwapen geschikte) munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten één of meer kogelpatronen van het kaliber 7,65 millimeter voorhanden heeft gehad; 4. hij op of omstreeks 13 november 2025, te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander(en), althans alleen (van) één of meer geldbedragen (totaalbedrag: 30.350,00 euro), heeft verworven, voorhanden heeft gehad, heeft overgedragen, heeft omgezet, en/of gebruik heeft gemaakt terwijl hij, verdachte, en/of zijn mededader(
  2. s)wist(
  3. en)dat dat/die voorwerp(
  4. en)- onmiddellijk of middellijk - afkomstig was/waren uit enig (eigen) misdrijf. 2Bewijs 2.1. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor alle ten laste gelegde feiten. 2.2. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.3. Oordeel van de rechtbank 2.3.1. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan het medeplegen van het opzettelijk aanwezig hebben van cocaïne (feit 1) en lachgas (feit 2) en het witwassen van een geldbedrag (feit 4). Daarnaast heeft hij zich schuldig gemaakt aan het voorhanden hebben van een vuurwapen (feit 3). De volledige bewezenverklaring is vermeld in paragraaf 2.3.2. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft de feiten 1, 2, 3 en 4 bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven. 1. Verklaring van de verdachte 2. Deskundigenverslag 3. Deskundigenverslag 4. Deskundigenverslag 5. Deskundigenverslag 6. Deskundigenverslag 7. Proces-verbaal van de politie 8. Proces-verbaal van de politie 9. Proces-verbaal van de politie 10. Proces-verbaal van de politie 11. Proces-verbaal van de politie 12. Proces-verbaal van de politie Ten aanzien van het onder 4 ten laste gelegde overweegt de rechtbank dat het witwassen van een totaalbedrag van € 28.000,- is komen vast te staan. Dat geldt niet voor de overige in beslag genomen geldbedragen van € 260,- en € 490,- nu deze bedragen niet een zodanige omvang hebben dat dit het vermoeden rechtvaardigt dat deze gelden uit enig misdrijf afkomstig zijn. 2.3.2. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: Feit 1 hij op 13 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk aanwezig heeft gehad ongeveer 12 kilogram, van een materiaal bevattende cocaïne, zijnde cocaïne een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I; Feit 2 hij op 13 november 2025 te Rotterdam tezamen en in vereniging met (een) ander(en), opzettelijk aanwezig heeft gehad 82,80 kilogram distikstofmonoxide (lachgas), een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst II; Feit 3 hij op 13 november 2025 te Rotterdam een wapen in de zin van artikel 1 onder 3, gelet op artikel 2 lid 1 van categorie III, onder 1 van de Wet wapens en munitie, te weten een omgebouwd gaspistool, naar een kogel verschietend pistool van het merk: Zoraki, model: m906, kaliber: 7,65 millimeter zijnde een vuurwapen in de vorm van een pistool en voor dit vuurwapen geschikte munitie in de zin van artikel 1 onder 4, gelet op artikel 2 lid 2 van Categorie III van de Wet wapens en munitie, te weten kogelpatronen van het kaliber 7,65 millimeter voorhanden heeft gehad; Feit 4 hij op 13 november 2025, te Rotterdam tezamen en in vereniging met een ander geldbedragen (totaalbedrag: 28.000 euro), voorhanden heeft gehad terwijl hij, verdachte, en zijn mededader wisten dat die voorwerpen - onmiddellijk of middellijk - afkomstig waren uit enig misdrijf. 3Kwalificatie en strafbaarheid 3.1. Kwalificatie De bewezen feiten leveren de volgende strafbare feiten op: Feit 1 medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 2 medeplegen van het opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 3 onder C van de Opiumwet gegeven verbod; Feit 3 handelen in strijd met artikel 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie en het feit begaan met betrekking tot een vuurwapen van categorie III; en handelen in strijd met artikelen 26, eerste lid, van de Wet wapens en munitie; Feit 4 medeplegen van witwassen. 3.2. Strafbaarheid van de feiten en van de verdachte De feiten en de verdachte zijn strafbaar. 4Straf 4.1. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor de bewezen verklaarde feiten worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden met aftrek van voorarrest. 4.2. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft verzocht een proportionele straf aan de verdachte op te leggen waarbij rekening wordt gehouden met zijn belaste jeugd en de financiële en sociale kwetsbaarheid waarmee hij is opgegroeid. Er wordt verzocht een deels voorwaardelijke gevangenisstraf, eventueel gecombineerd met bijzondere voorwaarden, aan de verdachte op te leggen. 4.3. Oordeel van de rechtbank 4.3.1. Ernst en omstandigheden van de feiten De verdachte heeft zich samen met zijn broertje, medeverdachte in deze zaak, schuldig gemaakt aan het aanwezig hebben van ongeveer 12 kilogram cocaïne en meer dan 82 kilogram lachgas. Het is algemeen bekend dat verdovende middelen schadelijk zijn voor de volksgezondheid en dat het gebruik ervan bezwarend is voor de samenleving. De verspreiding van en handel in drugs gaan gepaard met vele andere vormen van (zware) criminaliteit. Het gebruik ervan gaat ook vaak gepaard met het plegen van strafbare feiten en overlast voor de samenleving. De verdachte heeft hier met zijn handelen aan bijgedragen en dat neemt de rechtbank de verdachte kwalijk. Daarnaast heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan wapenbezit. Het ongecontroleerde bezit van vuurwapens en munitie vormt een groot risico voor de veiligheid van personen en heeft een ontwrichtend effect op het gevoel van veiligheid in de samenleving. Het voorhanden hebben van vuurwapens kan bovendien tot het gebruik daarvan leiden, met alle gevolgen van dien. Bovendien heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan het medeplegen van het witwassen van een contant geldbedrag van in totaal € 28.000,-. Witwassen heeft een ontwrichtende werking op het financieel en economisch verkeer en faciliteert de onderliggende (drugs)criminaliteit. Ook levert witwassen een aantasting op van de legale economie. 4.3.2. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 9 januari 2026 blijkt dat de verdachte eerder onherroepelijk is veroordeeld wegens het wederrechtelijk verblijven op een haventerrein. 4.3.3. Oplegging straf Straf Gelet op de ernst van de strafbare feiten is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Daarom wordt een gevangenisstraf van 36 maanden opgelegd. De gevangenisstraf zal worden tenuitvoergelegd binnen de penitentiaire inrichting, totdat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend. 5In beslag genomen voorwerpen 5.1. Oordeel van de rechtbank 5.1.1. Verbeurdverklaring De rechtbank zal de onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedragen die op de beslaglijst zijn opgenomen onder de nummers 3 & 4 verbeurd verklaren. De verdachte kon daarover beschikken en feit 4 is met betrekking tot deze geldbedragen begaan. 5.1.2. Teruggave Ten aanzien van de onder de verdachte inbeslaggenomen geldbedragen die op de beslaglijst zijn opgenomen onder de nummers 1 & 2 zal een last worden gegeven tot teruggave aan de verdachte. 6Vordering tot tenuitvoerlegging 6.1. Vordering De officier van justitie heeft voorafgaand aan de zitting een vordering ingediend tot tenuitvoerlegging van de aan de verdachte voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf van drie maanden, omdat de verdachte zich niet heeft gehouden aan de algemene voorwaarde dat hij zich niet opnieuw schuldig zal maken aan strafbare feiten. 6.2. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft zich tijdens de zitting op het standpunt gesteld dat de vordering moet worden toegewezen. 6.3. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft hierover geen standpunt ingenomen. 6.4. Oordeel van de rechtbank De nu bewezen feiten zijn tijdens de proeftijd gepleegd. Door het plegen van de feiten heeft de verdachte zich niet gehouden aan de aan het vonnis verbonden algemene voorwaarde dat hij voor het einde van de proeftijd geen nieuwe strafbare feiten zou plegen. Daarom wordt de vordering toegewezen en beslist de rechtbank tot de tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk gedeelte van de voorwaardelijke straf. 7Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straffen is gebaseerd op de artikelen 33, 33a, 57 en 420bis van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 3, 10 en 11 van de Opiumwet en de artikelen 26 en 55 van de Wet wapens en munitie. 8Beslissingen De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte de feiten 1, 2, 3 en 4, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert de in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feiten; verklaart de verdachte strafbaar; Straf Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van 36 maanden; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; In beslag genomen voorwerpen - verklaart verbeurd voor feit 4; 3. € 13.000,- (goednummer: G7054302); 4. € 15.000,- ( goednummer: G7054297); - beveelt de teruggave aan de verdachte van; 1. goednummer: G7054308) 2. € 490,- ( goednummer: G7054303) Tenuitvoerlegging voorwaardelijke straf (parketnummers 10/300809-23 en 10/292550-23) beveelt de tenuitvoerlegging van de aan de verdachte opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van drie maanden, zoals opgelegd in het vonnis van 20 maart 2024. 9Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. A.M.H. Geerars, voorzitter, en mrs. M.I. Blagrove en N.R. Rietveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. V.D. Beenakker, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 3 maart 2026. Mr. N.R. Rietveld is niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het zaaksdossier Mangosteen (eindproces-verbaal) met nummer [nummer 1] . Verklaard tijdens de zitting van 17 februari 2026. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 18 november 2025, pagina 98 van voormeld proces-verbaal. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 18 november 2025, pagina 99 van voormeld proces-verbaal. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 19 november 2025, pagina 100 van voormeld proces-verbaal Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut van 18 november 2025, pagina 101 van voormeld proces-verbaal. Rapport van het Nederlands Forensisch Instituut, pagina 1 t/m 7, nummer [nummer 2] (aanvraag 005). Pagina’s 1 e.v., nummer -12 van voormeld proces-verbaal. Pagina’s 6 e.v., nummer -29 van voormeld proces-verbaal. Pagina’s 54 e.v., nummer [nummer 3] van voormeld proces-verbaal. Pagina’s 63 e.v., nummer -48 van voormeld proces-verbaal. Pagina’s 82 e.v., nummer -57 van voormeld proces-verbaal. Pagina’s 91 e.v., nummer [nummer 4] van voormeld proces-verbaal.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.