← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:2460

Rechtbank Rotterdam Zittingsplaats Meervoudige kamer strafzaken Parketnummer: 10-261505-25 Datum uitspraak: 13 februari 2026 Datum zitting: 30 januari 2026 Tegenspraak Verdachte: [verdachte] , geboren op [geboortedatum] 1994 in [geboorteplaats] ,zonder vaste woon- of verblijfplaats gedetineerd in de penitentiaire inrichting [naam P.I.] , locatie [detentielocatie] . Advocaat van de verdachte: mr. K. Hoesenie Officier van justitie: mr. A. Tiggelaar De zaak is gelijktijdig behandeld met de zaken met de parketnummers 10-282445-25 en 10-128744-

  1. Hoewel de officier van justitie één straf heeft gevorderd en de raadsvrouw van de verdachte geen verweer heeft gevoerd, heeft de officier van justitie ter zitting niet de voeging van de zaken gevorderd en heeft de rechtbank ter zitting niet expliciet de voeging bevolen. Nu er een verdedigingsbelang kan zijn om de zaken niet te voegen, kan de rechtbank niet uitgaan van een impliciete beslissing tot voegen. Derhalve zijn de zaken niet gevoegd behandeld en volgt in elk van de zaken een apart vonnis. Kern van het vonnis Veroordeling voor het voorhanden hebben van een stiletto tot een gevangenisstraf van twee dagen. Onttrekking aan het verkeer van de stiletto. 1Tenlastelegging De officier van justitie beschuldigt de verdachte ervan dat hij - samengevat – een stiletto voorhanden heeft gehad. De volledige tenlastelegging (hierna beschuldiging) houdt in dat: hij op of omstreeks 5 oktober 2025 te Vlaardingen een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto voorhanden gehad. 2Bewijs 2.
  2. Vordering van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte moet worden veroordeeld voor het feit. 2.
  3. Conclusie van de verdediging De verdediging heeft zich ten aanzien van het feit gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank. 2.
  4. Oordeel van de rechtbank 2.3.
  5. Bewezenverklaring en bewijsmiddelen Bewezen is dat de verdachte op 5 oktober 2025 in Vlaardingen een stiletto voorhanden heeft gehad. De volledige bewezenverklaring is hieronder vermeld in paragraaf 2.3.
  6. De bewezenverklaring is gebaseerd op de inhoud van de bewijsmiddelen. De verdachte heeft het feit bekend en er is geen vrijspraak bepleit. Daarom worden voor dit feit de bewijsmiddelen hieronder wel genoemd maar niet uitgeschreven.
  7. Verklaring van de verdachte
  8. Proces-verbaal van de politie
  9. Proces-verbaal van de politie 2.3.
  10. Volledige bewezenverklaring Bewezen is dat: Feit 1 hij op 5 oktober 2025 te Vlaardingen een wapen van categorie I, onder 1° van de Wet wapens en munitie, te weten een stiletto voorhanden heeft gehad. De rechtbank heeft een schrijffout in de tenlastelegging verbetert. De verdachte is daardoor niet in zijn verdediging geschaad. 3Kwalificatie en strafbaarheid 3.
  11. Kwalificatie Het bewezen feit levert het volgende strafbare feit op: Feit 1 handelen in strijd met artikel 13, eerste lid, van de Wet wapens en munitie. 3.
  12. Strafbaarheid De verdachte is strafbaar. 4Straf 4.
  13. Eis van de officier van justitie De verdachte moet voor het feit (inclusief de feiten van de andere parketnummers) worden veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes maanden waarvan 36 dagen voorwaardelijk, met aftrek van voorarrest en een proeftijd van twee jaren. Daarnaast moeten de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden worden opgelegd. Bij deze strafeis is tevens rekening gehouden met de ten laste gelegde feiten onder parketnummer 10-128744-
  14. 4.
  15. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft zich gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank, maar heeft wel verzocht rekening te houden met het feit dat de verdachte niet eerder is veroordeeld voor een feit ter zake de Wet Wapens en Munitie. 4.
  16. Oordeel van de rechtbank 4.3.
  17. Ernst en omstandigheden van het feit De verdachte heeft een stiletto voorhanden gehad, terwijl hij aanwezig was in een horecagebied. Hij stelt dat hij de stiletto droeg voor zijn eigen veiligheid, maar heeft door het dragen van dit (steek)wapen juist gevaar veroorzaakt voor andere aanwezigen. 4.3.
  18. Persoon en persoonlijke omstandigheden Strafblad Uit het strafblad (uittreksel justitiële documentatie) van 18 december 2025 blijkt dat de verdachte niet eerder onherroepelijk is veroordeeld voor soortgelijke strafbare feiten. Rapport van de reclassering In het rapport van Stichting Verslavingsreclassering GGZ van 21 januari 2026 staat het volgende. De verdachte komt al meerdere jaren in contact met politie en justitie en heeft een fors strafblad. Daarnaast is er op veel leefgebieden sprake van instabiliteit. Zo heeft de verdachte geen vaste woon- of verblijfplaats, dagbesteding, inkomsten en heeft hij een grote schuldenlast. Ook kampt hij met problematisch middelengebruik. De reclassering acht het daarom noodzakelijk om een laatste keer in te zetten op interventies. De overtuiging is dat alleen dit kan bijdragen aan risicobeperking. De volgende bijzondere voorwaarden worden geadviseerd: meldplicht, ambulante behandeling met mogelijke kortdurende opname, verblijf in begeleid wonen of maatschappelijke opvang, contactverbod, dagbesteding, aflossing schulden en beheersing middelengebruik. Overige persoonlijke omstandigheden De verdachte heeft ter terechtzitting aangegeven dat hij in het verleden niet altijd even goed is geholpen. Daarom is het lastig om een stabiel leven op te bouwen. De verdachte wil weer aan het werk gaan en wil zich inzetten voor alle hulp en begeleiding. 4.3.
  19. Oplegging straf Gelet op de ernst van het strafbare feit is een gevangenisstraf noodzakelijk. Het opleggen van een ander soort straf is niet passend. Bij het bepalen van die strafsoort en de duur daarvan houdt de rechtbank rekening met straffen die in soortgelijke zaken zijn opgelegd. Hierbij is ook rekening gehouden met de LOVS oriëntatiepunten. Daarom wordt een gevangenisstraf van twee dagen opgelegd met aftrek van het voorarrest. Hierdoor is de onvoorwaardelijke gevangenisstraf gelijk aan de duur die is doorgebracht in detentie. Gelet op de tijd die de verdachte al heeft doorgebracht in voorarrest ziet de rechtbank geen ruimte meer voor een voorwaardelijk strafdeel. 5In beslag genomen voorwerpen 5.
  20. Standpunt van de officier van justitie De officier van justitie heeft gevorderd dat het in beslag genomen voorwerp wordt onttrokken aan het verkeer. 5.
  21. Standpunt van de verdediging De verdediging heeft geen verweer gevoerd ten aanzien van het beslag. 5.
  22. Oordeel van de rechtbank 5.3.
  23. Onttrekking aan het verkeer De rechtbank beslist dat de in beslag genomen stiletto wordt onttrokken aan het verkeer. Het strafbare feit is met betrekking tot dit voorwerp begaan en het voorwerp is zodanig van aard, dat het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang. 6Wettelijke voorschriften De oplegging van deze straf en maatregel is gebaseerd op de artikelen 36b, 36c van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 13 en 55 van de Wet Wapens en munitie. 7Beslissingen De rechtbank: Bewezenverklaring verklaart bewezen dat de verdachte het feit, zoals in hoofdstuk 2 is omschreven, heeft gepleegd; Kwalificatie en strafbaarheid stelt vast dat het bewezenverklaarde oplevert het in hoofdstuk 3 vermelde strafbare feit; verklaart de verdachte strafbaar; Straf Gevangenisstraf veroordeelt de verdachte tot een gevangenisstraf van twee

(2)dagen; beveelt dat de tijd die door de verdachte voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en in voorlopige hechtenis is doorgebracht, in mindering wordt gebracht op de gevangenisstraf, voor zover deze tijd niet al op een andere vrijheidsstraf in mindering is gebracht; In beslag genomen voorwerpen - verklaart voor feit 1 onttrokken aan het verkeer de stiletto. 8Samenstelling rechtbank en ondertekening Dit vonnis is gewezen door: mr. J.L.M. Boek, voorzitter, en mrs. H.C. van Vuren en N.R. Rietveld, rechters, in tegenwoordigheid van mr. I. Bezemer, griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van deze rechtbank op 13 februari
  1. Mrs. Boek en Van Vuren zijn niet in de gelegenheid dit vonnis te ondertekenen. De exacte vindplaatsen van de bewijsmiddelen zijn genoemd in de bijbehorende voetnoot. Als wordt verwezen naar paginanummers, wordt - tenzij anders vermeld - gedoeld op paginanummers uit het proces-verbaal met nummer [nummer proces-verbaal 1] . Verklaard tijdens de zitting van 30 januari
  2. Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 2] , pagina 8 t/m
  3. Proces-verbaalnummer [nummer proces-verbaal 3] , pagina 35.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.