ECLI:NL:RBROT:2026:3518
RECHTBANK ROTTERDAM locatie Rotterdam zaaknummer: 11880093 CV EXPL 25-19557 datum uitspraak: 6 maart 2026 Vonnis van de kantonrechter in de zaak van [naam 1] B.V., vestigingsplaats: Gouda, eiseres, gemachtigde: Deurwaarderskantoor Van Lith B.V., tegen [gedaagde] , woonplaats: [woonplaats] , gedaagde, gemachtigde: mr. G. Grijs.
De partijen worden hierna ‘ [eiseres] ’ en ‘ [gedaagde] ’ genoemd.
1De procedure Het dossier bestaat uit de volgende processtukken: de dagvaarding van 28 augustus 2025, met bijlagen; het antwoord; de repliek, met bijlage; de dupliek.
2De beoordeling Waar gaat deze zaak over?
2.1.
Volgens [eiseres] heeft [gedaagde] een bestelling gedaan bij webwinkel [naam webwinkel] voor een bedrag van € 51,85 en heeft [gedaagde] daarbij gekozen voor ‘achteraf betalen’ (via [eiseres] ). [eiseres] eist in deze procedure betaling van de hoofdsom van € 51,85, vermeerderd met rente en incassokosten.
2.2. [gedaagde] betwist dat hij een overeenkomst met [naam webwinkel] heeft gesloten en betwist enige bestelling, factuur of aanmaning te hebben ontvangen. Ook verbaast het hem dat [eiseres] ruim drie jaar na de factuurdatum een dagvaarding uitbrengt.
De vordering is verjaard 2.3.
De kantonrechter leest in het verweer van [gedaagde] dat het hem verbaast dat de dagvaarding pas drie jaar na de factuurdatum is uitgebracht, een beroep op verjaring van het vorderingsrecht van [eiseres] . De kantonrechter volgt [gedaagde] daarin. In artikel 7:28 BW is bepaald dat de rechtsvordering tot betaling van de koopprijs bij een consumentenkoop verjaart door verloop van twee jaren. Die termijn gaat lopen vanaf de factuurdatum. Niet gebleken is dat [eiseres] de vordering heeft gestuit.
2.4.
Omdat het vorderingsrecht is verjaard, worden de vorderingen van [eiseres] afgewezen. [eiseres] moet de proceskosten betalen 2.5.
De proceskosten komen voor rekening van [eiseres] , omdat zij ongelijk krijgt (artikel 237 Rv). De kantonrechter begroot de kosten die [eiseres] aan [gedaagde] moet betalen op € 86,- aan salaris voor de gemachtigde (2 punten × € 43,-) en € 21,50 aan nakosten. Dat is in totaal € 107,50. Hier kan nog een bedrag bij komen als dit vonnis wordt betekend.
Dit vonnis is uitvoerbaar bij voorraad 2.6.
De proceskostenveroordeling in dit vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard, omdat [gedaagde] dat eist en [eiseres] daar geen bezwaar tegen heeft gemaakt (artikel 233 Rv). Dat betekent dat het vonnis meteen mag worden uitgevoerd, ook als één van de partijen aan een hogere rechter vraagt om de zaak opnieuw te beoordelen.
3De beslissing De kantonrechter:
3.1. wijst de vorderingen af;
3.2. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten, die aan de kant van [gedaagde] worden begroot op € 107,50;
3.3. verklaart dit vonnis wat de proceskostenveroordeling betreft uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door kantonrechter mr. I.W.M. Laurijssens en in het openbaar uitgesproken.
51909