← Nederland

ECLI:NL:RBROT:2026:368

RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/9981 uitspraak van de voorzieningenrechter van 21 januari 2026 in de zaak tussen [verzoeker], uit Schiedam, verzoeker (gemachtigde: mr. N.M. Fakiri), en het dagelijks bestuur van Stroomopwaarts MVS (gemachtigde: [naam]). Samenvatting Stroomopwaarts heeft aan verzoeker een maatregel opgelegd, waardoor hij geen bijstandsuitkering heeft ontvangen over de maand december

  1. Verzoekers uitkering over januari 2026 wordt volgende week uitbetaald. Daarnaast heeft verzoeker de mogelijkheid om aan Stroomopwaarts te vragen om de maatregel te verdelen over maximaal 3 maanden. Daarnaast is niet gebleken van een evident onrechtmatig besluit. Het verzoek wordt afgewezen. Procesverloop
  2. Met het bestreden besluit van 26 november 2025 heeft Stroomopwaarts de bijstandsuitkering van verzoeker vanaf 1 december 2025 verlaagd met 100% voor 1 maand. Verzoeker heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
  3. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 7 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker en de gemachtigde van Stroomopwaarts. Beoordeling door de voorzieningenrechter
  4. Verzoeker ontvangt een bijstandsuitkering van Stroomopwaarts. Verzoeker zou op 6 oktober 2025 beginnen met het traject ‘werkfit vaardigheden’. Hij heeft zich 3 keer afgemeld voor het traject en is uiteindelijk niet gestart. Waar gaat het in deze zaak om?
  5. Stroomopwaarts heeft aan verzoeker een maatregel opgelegd, waardoor hij in de maand december 2025 geen uitkering uitbetaald krijg. Verzoeker is het hier niet mee eens. Hij wil met het verzoek om een voorlopige voorziening bereiken dat het bestreden besluit wordt geschorst, zodat zijn uitkering weer uitbetaald wordt. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af
  6. De voorzieningenrechter wijst in deze uitspraak het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en bindt de rechtbank in een (eventueel) bodemgeding niet. Waarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af?
  7. De voorzieningenrechter overweegt dat verzoeker door de maatregel tot 27 januari 2026 moet wachten voordat zijn bijstandsuitkering weer wordt uitbetaald. Dit is niet heel lang meer. Daarnaast heeft verzoeker de mogelijkheid om aan Stroomopwaarts te vragen of de maatregel kan worden verdeeld over maximaal 3 maanden. Verzoeker zou dan op korte termijn toch nog een gedeelte van zijn uitkering over december 2025 kunnen ontvangen.
  8. De voorzieningenrechter kan alsnog een voorlopige voorziening treffen als het bestreden besluit evident onrechtmatig is. Daarvan is echter niet gebleken.
  9. Verzoeker heeft een dag voor de zitting nieuwe gronden aangevoerd. Volgens verzoeker had Stroomopwaarts onder meer het traject ‘werkfit vaardigheden’ in een besluit aan hem bekend moeten maken en is dit traject bovendien niet afgestemd op zijn persoonlijke omstandigheden. Verzoeker heeft daarbij verwezen naar een uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 26 april 2011, ECLI:NL:CRVB:2011:BQ
  10. Stroomopwaarts heeft tijdens de zitting verklaard dat het traject ‘werkfit vaardigheden’ een vervolg is op het eerder door verzoeker gevolgde traject ‘werkfit ritme’. Stroomopwaarts gaat ervan uit dat er bij het vorige traject een plan van aanpak is gemaakt. Deze zit niet bij de stukken, omdat Stroomopwaarts alleen de stukken met betrekking tot de nu opgelegde maatregel naar de rechtbank heeft opgestuurd. De voorzieningenrechter kan dus niet controleren of het traject tot stand is gekomen conform de jurisprudentie van de Centrale Raad van Beroep. Nu verzoeker deze grond pas een dag voor de zitting naar voren heeft gebracht, kan Stroomopwaarts niet worden verweten dat de voorzieningenrechter niet over deze stukken beschikt. Het ontbreken van de stukken komt dan ook voor risico van verzoeker. Conclusie en gevolgen
  11. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat het Stroomopwaarts verzoekers uitkering over de maand december 2025 vooralsnog niet hoeft uit te betalen. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding. Beslissing De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af. Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Vrolijk, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van E.C. Petrusma, griffier. Uitgesproken in het openbaar op 21 januari
  12. De griffier is verhinderd de uitspraak te tekenen griffier voorzieningenrechter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.