Rechtbank Rotterdam – ECLI:NL:RBROT:2026:5563
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 24/5879 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 mei 2026 in de zaak tussen [naam eiser] , uit [plaats] , eiser en de heffingsambtenaar van de gemeente Rotterdam (gemachtigde: [persoon A] ) Procesverloop 1. Met het besluit van 4 november 2023 heeft de heffingsambtenaar de waarde van de onroerende zaak [adres] in Rotterdam voor het belastingjaar 2022 vastgesteld op € 694.000,- op grond van de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ) en een aanslag onroerendezaakbelasting opgelegd.
1.1.
Met de uitspraak op bezwaar van 8 mei 2024 heeft de heffingsambtenaar het bezwaar van eiser tegen het besluit van 4 november 2023 niet-ontvankelijk verklaard.
1.2.
Eiser heeft beroep ingesteld tegen de uitspraak op bezwaar.
1.3.
De heffingsambtenaar heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.4.
De rechtbank heeft het beroep op 20 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiser, de gemachtigde van de heffingsambtenaar, vergezeld door [persoon B] , taxateur.
Beoordeling door de rechtbank Ontvankelijkheid bezwaar 2. Tussen partijen is in beroep niet langer in geschil dat het bezwaar ten onrechte niet-ontvankelijk is verklaard. De rechtbank zal het beroep daarom gegrond verklaren. De rechtbank leidt uit hetgeen eiser heeft verklaard ter zitting af dat hij een inhoudelijke beoordeling van het geschil wenst. De rechtbank zal de zaak daarom inhoudelijk beoordelen.
Woning of niet-woning 3. In geschil is of de heffingsambtenaar de aanslag terecht heeft vastgesteld naar het tarief voor niet-woningen. De WOZ-waarde van de onroerende zaak is niet in geschil.
Conclusie en gevolgen 8. Het beroep is gegrond, omdat de uitspraak in strijd is met artikel 6:9 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). De uitspraak op bezwaar zal daarom worden vernietigd. Met toepassing van artikel 8:72, derde lid, aanhef en onder b, van de Awb zal de rechtbank zelf in de zaak voorzien door het bezwaar ongegrond te verklaren en te bepalen dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar. Dit betekent dat de opgelegde aanslag onroerendezaakbelasting in stand blijft.
Beslissing De rechtbank: verklaart het beroep gegrond; vernietigt de uitspraak op bezwaar van 8 mei 2024; verklaart het bezwaar ongegrond; bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van de vernietigde uitspraak op bezwaar; bepaalt dat de heffingsambtenaar het griffierecht van € 51,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.P. Ferwerda, rechter, in aanwezigheid van mr. J.I. Kamp, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 12 mei 2026. griffier rechter Een afschrift van deze uitspraak is in Mijn Rechtspraak geplaatst. Indien u niet digitaal procedeert, is een afschrift aangetekend per post verzonden.
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het gerechtshof Den Haag waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is bekendgemaakt.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het gerechtshof Den Haag (belastingkamer), Postbus 20302, 2500 EH Den Haag.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het gerechtshof Den Haag vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Op grond van artikel 220f van de Gemeentewet.
Kamerstukken II 1996/97, 25037, nr. 3, p. 20.
HR 12 augustus 2005, ECLI:NL:HR:2005:AU0874.
HR 21 januari 2022, ECLI:NL:HR:2022:49.