Rechtbank Rotterdam – ECLI:NL:RBROT:2026:6918
RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/5984 uitspraak van de meervoudige kamer van 18 juni 2026 in de zaak tussen Ruban Holding B.V . ( Ruban ), uit Zaandam , eiseres (gemachtigden: [naam 1] , [naam 2] en [naam 3] ), en Autoriteit Consument & Markt (ACM), (gemachtigden: L.M. Brokx, LLM, mr. W. Sauter en mr. S. Thönissen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
Koninklijke KPN N.V. (KPN), uit Rotterdam (gemachtigden: mr. J.W. Fanoy en mr. M. Lanters).
Procesverloop 1.1.
Bij besluit van 27 december 2024 heeft de ACM het verzoek van L-Mobi Mobile B.V. (L-Mobi) om handhaving van de Mededingingswet (Mw) tegen KPN afgewezen. Het daartegen gemaakte bezwaar is bij besluit van 8 juli 2025 (bestreden besluit) ongegrond verklaard.
1.2.
Ruban heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
1.3.
De ACM heeft voor een deel van de door haar verplicht over te leggen stukken verzocht om beperkte kennisneming als bedoeld in artikel 8:29 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
1.4.
De ACM heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
1.5.
Met de beslissing van 1 april 2026 heeft de rechter-commissaris - behalve voor een gedeelte van dossierstuk 1 en dossierstuk 2 - de gevraagde beperking van de kennisneming gerechtvaardigd geacht. Naar aanleiding van deze beslissing heeft de ACM een nieuwe versie van dossierstukken 1 en 2 ingediend.
1.6.
Ruban heeft de rechtbank geen toestemming verleend om kennis te nemen van de vertrouwelijke stukken.
1.7.
Ruban heeft desgevraagd op 2 april 2026 gereageerd op een deel van het verweerschrift van de ACM.
1.8.
KPN heeft op 8 april een zienswijze ingediend.
1.9.
Ruban heeft op 13 april 2026, 19 april 2026 en 1 mei 2026 nadere stukken ingediend.
1.10.
De ACM heeft op 30 april 2026 een nadere reactie ingediend. Ruban heeft daarop bij brief van 1 mei 2026 gereageerd.
1.11.
KPN heeft op 6 mei 2026 nadere stukken ingediend. Daar heeft Ruban op 7 mei 2026 bezwaar tegen gemaakt. Bij e-mail van 7 mei 2026 heeft de rechtbank partijen meegedeeld geen aanleiding te zien die nadere stukken van KPN buiten beschouwing te laten omdat die stukken al bekend zijn bij zowel Ruban als de ACM.
1.12.
Ruban heeft op 8 mei 2026 nadere stukken ingediend waarbij zij heeft aangegeven dat die stukken al eerder bij de ACM zijn ingediend en zich ook in de door de ACM overgelegde stukken bevinden.
1.13.
Op 11 mei 2026 heeft Ruban nog een aantal stukken ingediend (vertrouwelijke versie van (deel van de) stukken ingediend op 19 april 2026) met het verzoek dat alleen de rechtbank van die stukken kennisneemt. De rechtbank heeft partijen bij e-mail van 11 mei 2026 meegedeeld dat zij die stukken vooralsnog niet bekijkt en dat de toezending van deze stukken op de zitting zal worden besproken.
1.14.
De rechtbank heeft het beroep op 12 mei 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigden van eiseres, de gemachtigden van ACM, [naam 4] en de gemachtigden van KPN.
Beoordeling door de rechtbank Indiening stukken door Ruban met verzoek om beperkte kennisname 2. De indiening van de stukken door Ruban op 11 mei 2026 is op de zitting besproken. Dat heeft geleid tot de conclusie dat volstaan kan worden met de (eerder ingediende) geschoonde versie van - kort gezegd - die stukken en dat de stukken retour zullen worden gezonden aan Ruban .
Handhavingsverzoek en besluit van de ACM 3. Volgens het handhavingsverzoek van L-Mobi zou KPN misbruik maken van haar economische machtspositie op de wholesalemarkt voor telecommunicatiediensten door het toepassen van marge-uitholling en prijsdiscriminatie tegen L-Mobi om L-Mobi uit de markt te drukken en haar eigen marktaandeel ten koste van L-Mobi en andere onafhankelijke Mobile Virtual Network Operators (MVNO’s) te vergroten.
3.1.
De ACM heeft een initieel inventariserend onderzoek verricht op grond waarvan zij heeft vastgesteld dat het niet aannemelijk is dat sprake is van de door L-Mobi gestelde marge-uitholling en het niet aannemelijk is dat sprake kan zijn van misbruikelijke prijsdiscriminatie. Met toepassing van haar prioriteringsbeleid heeft de ACM besloten geen volledig handhavingsonderzoek te zullen verrichten en voorrang te geven aan andere zaken, gezien de geringe schade aan markten en het niet doelmatig en doeltreffend kunnen optreden. De ACM heeft het verzoek tot handhaving van de Mw daarom afgewezen. Bij het bestreden besluit heeft de ACM die afwijzing gehandhaafd.
3.2.
Ruban heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld. L-Mobi heeft tegen het bestreden besluit geen beroep ingesteld. Op 21 oktober 2025 is L-Mobi failliet verklaard.
Ontvankelijk beroep?
Toerekening van het beroep van Ruban aan L-Mobi?
Is Ruban belanghebbende bij het bestreden besluit?
6.1.
Het enkele feit dat sprake is van een contractuele relatie (zoals de contractuele relatie tussen de aandeelhouder en diens dochteronderneming) tussen degene tot wie een besluit is gericht en een derde (zoals de aandeelhouder), betekent niet dat het belang van die derde bij dat besluit reeds daarom als een afgeleid belang moet worden aangemerkt. Onderzocht moet worden of die derde los van die contractuele relatie ook een zelfstandig eigen belang heeft bij dat besluit.
Is er sprake van een afgeleid belang?
Heeft Ruban een zelfstandig eigen belang bij het bestreden besluit?
8.1.
In haar brief van 2 april 2026 stelt Ruban dat zij een belang heeft bij het bestreden besluit omdat het faillissement van L-Mobi samenhangt met de gestelde misbruikelijke gedragingen van KPN. De schade die L-Mobi heeft geleden als gevolg van de gedragingen van KPN heeft geleid tot haar faillissement. Door haar financiële betrokkenheid bij L-Mobi (zie hiervoor onder 7.) leidt ook Ruban hierdoor aanzienlijke schade. Ruban stelt een rechtstreeks belang te hebben bij het bestreden besluit, omdat een beoordeling door de ACM van het handelen van KPN essentieel is om de schade die Ruban leidt te kunnen verhalen. Ter zitting heeft Ruban verduidelijkt dat pas als rechtens vast komt te staan dat de afwijzing van het handhavingsverzoek en daarmee dus het afzien van het uitvoeren van een volledig handhavingsonderzoek onrechtmatig is, zij de mogelijkheid heeft tot het vorderen van schadevergoeding van KPN.
Belang van mogelijk verhalen schade 9. De rechtbank overweegt dat Ruban voldoende aannemelijk moet maken dat zij zelf schade heeft geleden door dit besluit. Daarin is zij niet geslaagd. Voor zover dat gaat om de schade die L-Mobi leidt als gevolg van het gesteld misbruikelijke gedrag van KPN, is de schade van Ruban (zoals aandeelhoudersfinanciering) gelegen in haar positie als aandeelhouder en is deze afgeleid van de positie van L-Mobi. De terugkoopverplichting van aandelen van L-Mobi in de aandeelhoudersovereenkomst waar Ruban naar verwezen heeft, gold tot en met tot 30 september 2024. Dat Ruban daadwerkelijk aandelen heeft teruggekocht en dat dit financieel nadeel heeft opgeleverd (dat dan ook nog zou volgen uit gedragingen van KPN) blijkt niet uit de stellingen van Ruban of overigens uit het dossier. Verder valt niet in te zien hoe Ruban eventuele schade van L-Mobi zou kunnen verhalen op KPN. Uit het faillissementsverslag van 21 november 2025 van L-Mobi blijkt dat de vorderingen tegen KPN in de failliete boedel van L-Mobi zitten en niet bij Ruban . Uit dit verslag blijkt ook dat de curator cessie aan Ruban van de vorderingen van L-Mobi op KPN op grond van de faillissementspauliana buitengerechtelijk heeft vernietigd, dat de werkzaamheden van L-Mobi zijn gestaakt en dat de curator van mening is dat de onderneming zich niet leent voor een doorstart.
Belang van (in toekomst) kunnen afnemen van MVNO diensten bij KPN 10. De rechtbank overweegt dat Ruban zelf geen activiteiten in de telecomsector ontplooit en dat door Ruban op de zitting is bevestigd dat de door haar genoemde dochterondernemingen op het moment van instellen van beroep niet actief zijn op de Nederlandse markt voor MVNO diensten. De enkele registratie als aanbieder van telecommunicatiediensten bij de ACM is daarvoor onvoldoende. Het belang van het in de toekomst door dochterondernemingen van Ruban kunnen afnemen van MVNO diensten bij KPN is geen eigen (persoonlijk) belang van Ruban . Bovendien gaat het om onvoldoende concrete plannen voor de toekomst, zodat ook geen sprake is van een actueel belang. Ruban onderscheidt zich hierin niet van enige andere partij in de markt die eventueel MVNO diensten bij KPN zou willen afnemen. Van een eigen belang is dan ook in die zin geen sprake.
Belanghebbende door indiening van het handhavingsverzoek?
Conclusie en gevolgen 12. Ruban is geen belanghebbende bij het bestreden besluit zodat het beroep niet-ontvankelijk is. De rechtbank beoordeelt dus de zaak niet inhoudelijk. Ruban krijgt daarom het griffierecht niet terug. Zij krijgt ook geen vergoeding van haar proceskosten.
Beslissing De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. S.M. Goossens, voorzitter, en mr. J.J.R. Lautenbach en mr. Y.E. de Muynck, leden, in aanwezigheid van mr. M. Traousis-van Wingaarden, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 18 juni 2026. griffier voorzitter Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over hoger beroep Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar het College van Beroep voor het bedrijfsleven waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden.
Digitaal hoger beroep instellen kan via “Formulieren en inloggen” op www.rechtspraak.nl. Hoger beroep instellen kan eventueel ook nog steeds door verzending van een brief aan het College van Beroep voor het bedrijfsleven, Postbus 20021, 2500 EA ’s-Gravenhage.
Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van het College van Beroep voor het bedrijfsleven vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.
Volgens het KVK Handelsregister historie is W-Tone B.V. sinds 21 mei 2024 de (nieuwe) statutaire naam van L-Mobi. W-Tone B.V. is - zo blijkt uit het faillissementsverslag van 21 november 2025 - op 21 oktober 2025 failliet verklaard.
De e-mail van 11 mei 2026 en bijgevoegde stukken zijn na de zitting retour gezonden aan Ruban .
MVNO biedt mobiele telecommunicatiediensten aan op basis van toegang tot het netwerk van een Mobile Network Operator (MNO). In Nederland zijn als MNO’s actief: KPN, Odido en VodafoneZiggo.
Beleidsregel Prioritering van handhavingsonderzoeken door de Autoriteit Consument en Markt 2023, Stcrt. 2023 nr. 15184.
Zie de conclusie van de raadsheer advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven, ECLI:NL:CRVB:2018:3474 onder 8.14. Vuistregel 5: in plaats van de verwevenheidscorrectie die de Afdeling thans soms toepast om de bestuurder/enig aandeelhouder als belanghebbende aan te merken als alleen hij en niet de vennootschap zelf beroep tegen het besluit heeft ingesteld, moet zij dat beroep toerekenen aan de vennootschap.
Stuk 16 van de door de ACM overgelegde stukken.
Zie de uitspraak van 5 maart 2019 van de Centrale Raad van Beroep, ECLI:NL:CRVB:2019:655 onder 5.1.1 en 5.1.2. In deze zaak heeft de raadsheer advocaat-generaal mr. R.J.G.M. Widdershoven op 7 november 2018 zijn conclusie genomen, ECLI:NL:CRVB:2018:3474.
De rechtbank heeft vastgesteld dat NL-TravelerSIM niet is geregistreerd als telecomaanbieder en NL-Mobile pas als zodanig is geregistreerd na het door Ruban instellen van het beroep.
Vergelijk CBb 17 december 2024, ECLI:NL:CBB:2024:916 onder 7.4.