RECHTBANK ROTTERDAM Bestuursrecht zaaknummer: ROT 25/3816 uitspraak van de enkelvoudige kamer van 30 januari 2026 in de zaak tussen [naam eiseres] , uit [plaats 1] , eiseres, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, het UWV (gemachtigde: mr. S. Celiköz). Als derde-partij neemt aan de zaak deel: [naam ex-werkgever] . uit [plaats 2] , de ex-werkgever (gemachtigde: [persoon A] ). Samenvatting 1. Deze uitspraak gaat over de aan eiseres toegekende uitkering op grond van de Wet werk en arbeid naar inkomensvermogen (Wet WIA). Eiseres is het niet eens met het vastgestelde arbeidsongeschiktheidspercentage waarop deze uitkering is gebaseerd. Zij voert hiertoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank beoordeelt deze beroepsgronden en komt in deze uitspraak tot het oordeel dat het beroep van eiseres ongegrond is. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft. Procesverloop 2. Met het besluit van 28 november 2023 (het primaire besluit) heeft het UWV met ingang van 11 oktober 2023 (de datum in geding) een loongerelateerde WGA-uitkering aan eiseres toegekend. De mate van arbeidsongeschiktheid is daarbij vastgesteld op 62,76%. 2.1. Met het besluit van 11 april 2025 (het bestreden besluit) heeft het UWV het bezwaar van eiseres ongegrond verklaard. 2.2. Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. 2.3. Het UWV heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift. 2.4. Eiseres heeft een aanvullend beroepschrift ingediend en daarbij stukken overgelegd die zien op haar medische situatie. 2.5. De rechtbank heeft het beroep op 7 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: eiseres, vergezeld door haar partner, en de gemachtigde van het UWV. Totstandkoming van het bestreden besluit 3. Eiseres heeft de rechtbank geen toestemming gegeven om gedingstukken die medische gegevens bevatten ter kennisname aan de ex-werkgever te brengen. Gelet hierop zal de rechtbank de motivering van de uitspraak voor zover nodig beperken om te voorkomen dat die gegevens langs deze weg alsnog in de openbaarheid worden gebracht. 3.1. Eiseres, laatstelijk werkzaam als cateringmanager voor gemiddeld 30,80 uur per week, heeft zich op 13 oktober 2021 ziekgemeld voor dit werk wegens belemmerende gezondheidsklachten. 3.2. Op 10 oktober 2023 is het einde van de wachttijd bereikt. In het kader van de WIA-beoordeling per einde wachttijd heeft een verzekeringsgeneeskundig en arbeidsdeskundig onderzoek plaatsgevonden. 3.3. Op 27 september 2023 is eiseres op het spreekuur gezien door een arts, werkende onder supervisie van een verzekeringsarts. Deze arts heeft een Functionele mogelijkhedenlijst (FML) opgesteld, die geldig is vanaf 27 september 2023. Hierin zijn beperkingen opgenomen ten aanzien van de rubrieken: 3. Fysieke omgevingseisen, 4. Dynamische handelingen, 5. Statische houdingen en 6. Werktijden. 3.4. De arbeidsdeskundige heeft in de rapportage van 11 november 2023, met inachtneming van de beperkingen van eiseres, geconcludeerd dat eiseres niet meer geschikt is voor het verrichten van haar eigen werk, maar wel geschikt is voor de functies van telefonisch verkoper (SBC-code 315173), telefonist, medewerker callcenter (SBC-code 315174) en administratief ondersteunend medewerker (SBC-code 315100). Het loon dat eiseres met de middelste van de drie eerstgenoemde functies (de mediaanfunctie) kan verdienen, ligt 62,76% lager dan het loon dat eiseres met haar eigen werk zou kunnen verdienen (het maatmaninkomen). 3.5. Vervolgens heeft het UWV het primaire besluit genomen. Eiseres heeft bezwaar gemaakt tegen deze beslissing. 3.6. In het kader van de heroverweging in bezwaar heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep in de rapportage van 17 maart 2025 geconcludeerd dat de belastbaarheid zoals deze is vastgesteld door de primaire arts enige wijziging behoeft. De FML is hierop aangepast. 3.7. De arbeidsdeskundige bezwaar en beroep heeft, met inachtneming van de beperkingen zoals opgenomen in de (aangepaste) FML van 17 maart 2025, geconcludeerd tot handhaving van de geduide functies. Daartoe wordt aangevoerd dat de aanvullend gestelde beperkingen de geschiktheid niet beïnvloeden. De mate van arbeidsongeschiktheid wordt na heroverweging daarom ongewijzigd vastgesteld op 62,76%. 3.8. Vervolgens heeft het UWV het bestreden besluit genomen. Standpunt eiseres 4. In beroep voert eiseres – kort samengevat – aan dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek onzorgvuldig is geweest. Eiseres heeft last van verschillende aandoeningen. Volgens eiseres heeft de verzekeringsarts hier echter nauwelijks aandacht aan besteed bij het lichamelijk onderzoek. Eiseres is bovendien meer beperkt dan eerder is aangenomen. Bij het opstellen van de FML is onvoldoende rekening gehouden met haar klachten en beperkingen. Eiseres is in 2017 80% tot 100% afgekeurd en is er nu slechter aan toe dan toen. Het is daarom onbegrijpelijk dat de mate van haar arbeidsongeschiktheid nu is vastgesteld op 62,76%. Eiseres voelt zich niet gehoord door het UWV en wil graag een herkeuring. Toetsingskader 5. De wet- en regelgeving die van belang is voor deze zaak, staat in de bijlage bij deze uitspraak. Beoordeling door de rechtbank 6. De rechtbank dient te beoordelen of het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid van eiseres met ingang van 11 oktober 2023 terecht heeft vastgesteld op 62,76%. Daartoe dient de rechtbank aan de hand van de aangevoerde beroepsgronden te toetsen of het UWV de medische beperkingen correct heeft vastgesteld. 6.1. De rechtbank constateert dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van de verzekeringsarts bezwaar en beroep gebaseerd is op de bestudering van de dossiergegevens en een hoorzitting met aansluitend een medisch onderzoek. Daarbij heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep alle informatie die op dat moment voorhanden was meegewogen in haar oordeel. De omstandigheid dat geen uitgebreid(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.