ARRONDISSEMENTSRECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE Zittingsplaats Zwolle Vreemdelingenkamer regnr.: Awb 01/22802 BEPTDN GZ uitspraak: 15 juni 2001 UITSPRAAK inzake: A, geboren op [...] 1969, B, geboren op [...] 1974, mede ten behoeve van hun minderjarige kinderen, verblijvende te C, van Bosnische nationaliteit, IND dossiernummer 9804.05.8031, eisers, gemachtigde: mr. drs. P.B.Ph.M. Bogaers, advocaat te Nieuwegein; tegen: DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE (Immigratie- en Naturalisatiedienst), te 's-Gravenhage, verweerder, vertegenwoordigd door mr. E. Bervoets, ambtenaar ten departemente. 1 Procesverloop 1.1 Op 6 april 1998 hebben eisers aanvragen om toelating als vluchteling en om een vergunning tot verblijf ingediend. Bij beschikkingen van 31 juli 1998 zijn deze aanvragen niet ingewilligd. Hiertegen is op 31 juli 1998 bezwaar gemaakt. 1.2 Bij beschikkingen van 8 oktober 1998 is het bezwaar ongegrond verklaard. Op 2 november 1998 is tegen deze beschikking beroep ingesteld bij de rechtbank. 1.3 Bij uitspraak van 22 juni 2000 is dit beroep door de arrondissementsrechtbank te 's-Gravenhage,zittingsplaats 's-Hertogenbosch, ongegrond verklaard. 1.4 Op 25 mei 2001 hebben eisers aanvragen tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd gedaan. Bij beschikkingen van 28 mei 2001 heeft verweerder de aanvragen niet ingewilligd. 1.5 Bij beroepschrift van 29 mei 2001 hebben eisers beroep ingesteld bij de rechtbank tegen deze beschikkingen. Het beroep is ter zitting van 8 juni 2001 behandeld. Eisers zijn daarbij verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. 2 Toetsingskader 2.1 In deze procedure dient te worden beoordeeld of de bestreden beschikking toetsing aan geschreven en ongeschreven rechtsregels kan doorstaan. Aangezien verweerder de aanvraag heeft afgewezen in het aanmeldcentrum (AC), dient beoordeeld te worden of de aanvraag in het kader van de AC-procedure zonder schending van zorgvuldigheid had kunnen worden afgedaan. 3 Standpunten 3.1 Eisers leggen het volgende aan hun herhaalde aanvraag ten grondslag. Eiseres ondervindt door hetgeen zij in het land van herkomst heeft ondervonden psychische en lichamelijke klachten, waardoor niet van haar kan worden gevergd dat zij terugkeert naar het land van herkomst. 3.2 Verweerder heeft de aanvragen afgewezen. Met betrekking tot de vraag of klemmende redenen van humanitaire aard aanwezig zijn aangezien eiseres psychische problemen heeft, waaronder een post traumatische stress stoornis, door het leven dat zij in Bosnië heeft geleid wordt als volgt overwogen. Niet uitgesloten wordt dat hetgeen eiseres heeft meegemaakt een traumatisch karakter heeft gehad, echter hieruit volgt niet dat eiseres op grond van klemmende redenen van humanitaire aard in het bezit zou behoren te worden gesteld van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Verweerder verwijst hiervoor naar Vc 2000 C1/hoofdstuk 4 waarin het traumatabeleid is vastgelegd. Daarin wordt een limitatieve opsomming gegeven van gebeurtenissen die aanleiding kunnen zijn voor verlening van een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid. De gestelde problemen vallen niet te herleiden tot een van deze gronden. In de vorige procedure is gekeken en geoordeeld dat van eiseres verwacht kan worden dat zij terugkeert naar haar land van herkomst. Uit de verklaringen van eiseres is niet gebleken van veranderde omstandigheden hieromtrent. Het al dan niet lijden van eiseres aan een post traumatische stress stoornis doet hier, hoe betreurenswaardig dit voor eiseres ook is, derhalve niet aan af. Weliswaar stelt eiseres gesproken te hebben met een psychiater en dat een rapportage volgt, echter een vastgestelde medische verklaring behoeft evenmin tot verlening van een verblijfsvergunning op grond van het traumatabeleid te leiden. 3.3 Eisers stellen zich op het volgende standpunt. In de beschikking heeft verweerder niet betrokken het verslag van het gesprek dat eiseres heeft gehad met drs. H. Herngreen, zenuwarts, werkzaam in de neurologisch-psychiatrische expertisepraktijk te Barneveld. In het kader van de zorgvuldigheid kan de beschikking derhalve niet in stand blijven. Bovendien is namens eisers gesteld dat de traumatische ervaringen zijn aan te merken als marteling, subsidiair ernstige mishandeling, dat valt onder het traumatabeleid zoals omschreven in Vc 2000 C1/hoofdstuk
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.