← Nederland

ECLI:NL:RBSGR:2002:AE1732

wet bestuursrecht (Awb) jo artikel 71 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) reg. nr.: AWB 01/18249 BEPTDN inzake: A, geboren op [...] 1972, van gestelde Algerijnse nationaliteit, zonder bekende woon- of ver

§ 208

van het „Handbook on procedures and criteria for determining refugee status“ van de UNHCR (Handbook) dient plaats te vinden. Het is in strijd met het Vluchtelingenverdrag, het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM) en het Antifolterverdrag eiser te refouleren zonder onderzoek te doen naar zijn vluchtmotieven. Bij dat onderzoek had tevens moeten worden betrokken of de psychische klachten van eiser samenhangen met traumatische ervaringen in zijn land van herkomst.

  1. Verweerder stelt zich blijkens het bestreden besluit op het standpunt dat eiser niet in aanmerking komt voor verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Niet wordt gevolgd dat eiser door de door hem gestelde problemen in Algerije thans nog steeds psychische problemen ondervindt waardoor hij niet over zijn asielmotieven kan praten. Eiser heeft tijdens de eerdere procedure in België inhoudelijke verklaringen afgelegd ter ondersteuning van zijn asielrelaas. Uit het Belgische dossier blijkt niet dat eiser tijdens de gehoren psychische problemen had. Eveneens heeft eiser tijdens het eerste gehoor in Nederland kort verklaard welke problemen ten grondslag liggen aan zijn vertrek uit Algerije. Uit dit eerste gehoor valt evenmin af te leiden dat eiser op dat moment moeite had over zijn verleden te spreken. Ook heeft eiser gehoor gegeven aan de oproep te verschijnen voor het nader gehoor op 13 februari
  2. Dit gehoor is afgebroken nadat bekend was geworden dat eiser in België asiel had aangevraagd en hiernaar nader onderzoek gewenst was. Daarbij komt dat de medische behandeling op eisers verzoek is stopgezet en dat hij geen gebruik heeft gemaakt van de mogelijkheid tot verdere behandeling. Er rust geen plicht op verweerder om nader onderzoek te doen naar de asielmotieven van eiser nu niet wordt aangenomen dat de psychische toestand van eiser met die motieven verband houdt. Het is derhalve niet mogelijk om inhoudelijk een oordeel te geven over eisers asielmotieven. Er is geen sprake van schending van artikel 3 van het EVRM nu eiser niet heeft aangegeven aan welke behandeling hij bij terugkeer naar Algerije zal worden blootgesteld.
  3. Ter zitting heeft verweerder nog aangevoerd dat het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard nu eiser geen belang meer heeft bij toetsing van het bestreden besluit omdat hij met onbekende bestemming is vertrokken en de gemachtigde van eiser geen contact meer met hem heeft gehad. Verweerder heeft gehandeld overeenkomstig §

§ 208

van het Handbook nu advies aan de MA is gevraagd, er geen contra-expertise heeft plaatsgevonden en eiser manifest bedrog heeft gepleegd. Ondanks dat er in Nederland geen toetsing van het vluchtrelaas heeft plaatsgevonden kan eiser terugkeren naar het land van herkomst nu het Commissariat General aux Refugiés et aux Apatrides in België heeft geconcludeerd dat eiser geen vluchteling is, zodat hij kan worden gerefouleerd. IV. OVERWEGINGEN

  1. Verweerder stelt zich op het standpunt dat eiser in het beroep niet-ontvankelijk dient te worden verklaard omdat eiser geen procesbelang meer heeft nu hij volgens de M-100 verklaring met onbekende bestemming is vertrokken en sinds 11 mei 2001 geen contact meer heeft gehad met zijn voormalige gemachtigde. Dit volgt de rechtbank niet. Gelet op de verklaring die namens de psychiater J.M.V. Mulder op 28 oktober 1997 is opgesteld en op het verblijf van eiser in twee verschillende psychiatrische ziekenhuizen is de enkele omstandigheid dat sinds 21 augustus 2001 niet meer bekend is waar eiser verblijft onvoldoende om er van uit te gaan dat eiser geen belang meer hecht aan de toetsing van het bestreden besluit.
  2. In het bestreden besluit stelt verweerder zich op het standpunt dat aan eiser is toe te rekenen dat hij niet over zijn asielmotieven heeft verklaard. Met eiser is de rechtbank van oordeel dat dit standpunt niet houdbaar is nu verweerder heeft nagelaten de §

§ 208van het Handbook in zijn onderzoek en zijn standpuntbepaling te betrekken.

In §

§ 208van het Handbook is het volgende neergelegd: „207.

It frequently happens that an examiner is confronted with an applicant having mental or emotional disturbances that impede a normal examination of his case. A mentally disturbed person may, however, be a refugee, and while his claim cannot therefore be disregarded, it will call for different techniques of examination.

  1. The examiner should, in such cases, whenever possible, obtain expert medical advise. The medical report should provide information on the nature and degree of mental illness and should assess the applicant’s ability to fulfil the requirements normally expected of an applicant in presenting his case (see paragraph 205 (a) above). The conclusions of the medical report will determine the examiner’s further approach.“ Verweerder heeft op 1 september 1998 aan de MA gevraagd of een medische behandeling van eiser in Nederland moet plaatsvinden. De MA heeft in zijn advies van 30 december 1999 aangegeven dat eiser aan psychische klachten lijdt, dat de klachten in het land van herkomst behandeld kunnen worden en dat eiser in staat is te reizen met gangbare vervoermiddelen. Niet is gebleken dat verweerder advies heeft ingewonnen teneinde te bepalen of eiser in staat is op een normale wijze zijn relaas naar voren te brengen. Hieraan doet niet af dat eiser volgens verweerder ten tijde van de asielprocedure in België zijn relaas naar voren heeft gebracht, nu verweerder de documenten die betrekking hebben op die procedure niet volledig heeft overgelegd. Dat eiser in het eerste gehoor hier te lande een summiere verklaring heeft afgelegd ten aanzien van de reden van vertrek uit het land van herkomst leidt evenmin tot een andere conclusie, nu uit dit gehoor – gelet op de aard en het summiere karakter ervan – niet kan worden afgeleid of eiser al dan niet problemen had om zijn relaas naar voren te brengen, en uit de stukken blijkt dat eiser kort nadien in een psychiatrisch ziekenhuis werd opgenomen.
  2. Tenslotte kan, anders dan verweerder betoogt, evenmin beslissende betekenis toekomen aan het gegeven dat het bestuursorgaan dat in België in 1994 was belast met de behandeling van bezwaarschriften gericht tegen de weigering van toelating van vreemdelingen die zich er op beriepen verdragsvluchteling te zijn, destijds tot afwijzing van dit bezwaar concludeerde.
  3. Gezien het vorenstaande is het bestreden besluit genomen in strijd met het in artikel 3:2 van de Awb opgenomen zorgvuldigheidsbeginsel. Dit leidt er toe dat het beroep gegrond dient te worden verklaard en dat het bestreden besluit vernietigd zal worden. Gelet hierop kunnen de overige gronden onbesproken blijven. De rechtbank ziet geen aanleiding de rechtsgevolgen in stand te laten.
  4. De rechtbank ziet geen aanleiding verweerder te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken nu zijn gemachtigde zich heeft onttrokken. V. BESLISSING De rechtbank
  5. verklaart het beroep gegrond;
  6. vernietigt het bestreden besluit;
  7. bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt met inachtneming van deze uitspraak; Deze uitspraak is gedaan door mr. W.J. van Bennekom, voorzitter, en mr. L. van Es en mr. J.S. Reid, rechters, en uitgesproken in het openbaar op 29 februari 2002, door voornoemde voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. N. Jacobsz, griffier. Afschrift verzonden op: 28 februari 2002 Conc: NJ Bp: - D: B Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

🔗 Naar officiële bron

AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.