Rechtbank 's-Gravenhage sector bestuursrecht eerste afdeling, enkelvoudig Reg. nr. AWB 01/2098 REA UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak in het geding tussen A, wonende te B, eiser, en de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen, als rechtsopvolger van het Landelijk instituut sociale verzekeringen (Lisv), verweerder. Ontstaan en loop van het geding Op 14 april 2000 heeft eiser, werkzaam bij X B.V. te Y, een aanvraag in het kader van de Wet op de (re)integratie arbeidsgehandicapten (Wet REA) ingediend voor een vervoersvoorziening (woon/werk- en leefverkeer). Bij besluit van 21 september 2000 heeft verweerder (GAK Nederland B.V.) naar aanleiding van de uitkomst van een arbeidskundig onderzoek besloten eiser de gevraagde voorziening niet te verstrekken. Bij besluit van 21 mei 2001 heeft verweerder naar aanleiding van het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar het besluit van 21 september 2000 herroepen, maar de vervoersvoorziening geweigerd omdat het inkomen van eiser boven de inkomensgrens ligt. Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 10 juni 2001, ingekomen bij de rechtbank op 12 juni 2001, beroep ingesteld. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. De zaak is op 12 juni 2002 ter zitting behandeld. Eiser is in persoon ter zitting verschenen, bijgestaan door zijn echtgenote. Verweerder heeft zich niet doen vertegenwoordigen. Motivering Eisers aanvraag van 14 april 2000 maakt in algemene termen melding van een verzoek om vergoeding van vervoerskosten. In de bezwaarprocedure heeft eiser de nota van de door hem reeds aanschafte 45 km-wagen (scootmobiel) overgelegd en benadrukt dat in zijn vervoer moet worden voorzien door twee elementen: vergoeding van de aanschaf kosten van de scootmobiel en een vergoeding voor de met de scootmobiel verreden en nog te rijden kilometers. De rechtbank gaat er, mede gelet op de gedingstukken, van uit dat eisers aanvraag op beide elementen betrekking heeft. Ingevolge artikel 31, eerste lid, van de Wet REA kan verweerder aan de arbeidsgehandicapte die arbeid in dienstbetrekking verricht op aanvraag voorzieningen toekennen die strekken tot behoud, herstel of bevordering van de mogelijkheid tot het verrichten van arbeid.Op grond van het tweede lid, aanhef en onder a, van dit artikel worden onder voorzieningen onder meer verstaan vervoersvoorzieningen die ertoe strekken dat de arbeidsgehandicapte werknemer zijn werkplek kan bereiken.In het vijfde lid (destijds zesde lid) van dit artikel is bepaald dat bij of krachtens algemene maatregel van bestuur met betrekking tot dit artikel nadere regels worden gesteld. Ter uitvoering van onder meer dit artikel is vastgesteld het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet REA. Ingevolge artikel 8, eerste lid, van het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet REA worden - voor zover hier relevant - vervoersvoorzieningen niet toegekend, indien het inkomen van de persoon die de voorziening aanvraagt, in het kalenderjaar waarin de voorziening is aangevraagd, meer bedraagt dan 261 maal 70% van het maximum dagloon, bedoeld in artikel 9, eerste lid, en 9a van de Coördinatie wet Sociale Verzekering.Onder vervoersvoorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden blijkens het derde lid van die bepaling in ieder geval verstaan een bruikleenauto, een taxikostenvergoeding en een kilometervergoeding voor het gebruik van een eigen auto of van een bruikleenauto. Verweerder heeft in het bestreden besluit overwogen dat eisers inkomen in het jaar 2000 hoger was dan de hiervoor omschreven inkomensgrens. Eiser heeft dit niet bestreden, zodat de rechtbank van de juistheid van verweerders berekening uitgaat. De inkomensgrens geldt echter niet in alle gevallen. Op grond van artikel van artikel 8, vierde lid, aanhef en onder c, van het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet REA is namelijk bepaald dat bij ministeriële regeling kan worden bepaald dat het eerste lid geen toepassing vindt bij de toekenning van nader te bepalen vervoersvoorzieningen. Ter uitvoering hiervan is de Regeling inkomenstoets vervoersvoorzieningen REA vastgesteld (Regeling van 21 augustus 1998, Stcrt. 1998, 161).Ingevolge artikel 10, aanhef en onder b, van deze regeling, voor zover hier van belang, is artikel 8, eerste lid, van het Reïntegratie-instrumentenbesluit Wet REA onder meer niet van toepassing bij de toekenning van een vervoersvoorziening die betreft:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.