RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE KAMER (VERKORT VONNIS) parketnummer 09/926003-01 's-Gravenhage, 15 juli 2002 De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren op [geboortedatum] te [geboorteplaats], wonende te [woonplaats], [adres], thans gedetineerd in het Penitentiair Centrum Scheveningen, Unit 1, Huis van Bewaring, 's-Gravenhage. De terechtzitting. Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 1 juli 2002 . De verdachte, bijgestaan door de raadsman mr P.J. Hoogendam, is verschenen en gehoord. Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd. De officier van justitie mr Van der Heem heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding primair telastgelegde (moord) wordt vrijgesproken en terzake van het (impliciet) subsidiair telastgelegde wordt veroordeeld wegens doodslag tot een gevangenisstraf voor de duur van 5 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, dat verdachte ter beschikking wordt gesteld en dat verdachte van overheidswege wordt verpleegd. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de Lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen Beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2, 6, 11, 13 en 14 zullen worden onttrokken aan het verkeer, en dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 3, 4, 5, 8, 22 en 23 zullen worden verbeurdverklaard, dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 12, 15, 16, 17, 18, 19, 20 en 21 zullen worden terugggeven aan verdachte en dat de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 7, 9 en 10 zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende(n). De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [benadeelde partij1] tot een bedrag van € 2.456,35 en tot niet-ontvankelijk verklaring van deze benadeelde partij voor het overige. Voorts vordert de officier van justitie dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 2.456,35 subsidiair 37 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [benadeelde partij1]. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij [benadeelde partij2]. De officier van justitie heeft geconcludeerd tot afwijzing van de vordering van de benadeelde partijen [belanghebbende3], [benadeelde partij4], [benadeelde partij5], [benadeelde partij6], [benadeelde partij7], [benadeelde partij8], [benadeelde partij9], [benadeelde partij10], [benadeelde partij11], [benadeelde partij12], [benadeelde partij13], [benadeelde partij14]. De telastlegging. Aan verdachte is telastgelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A. Vrijspraak. De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen verdachte primair is telastgelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken. De bewijsmiddelen. P.M. De bewezenverklaring. Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat verdachte het bij dagvaarding (impliciet) subsidiair telastgelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht -en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad- de inhoud van de telastlegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B. Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte. Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf oplevert. Verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden. Motivering straf en maatregel. Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit, de omstandigheden, waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals van een en ander tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken. Verdachte heeft de vrouw met wie hij gedurende enkele weken een relatie heeft gehad met een mes althans een scherp/puntig voorwerp gestoken en/of gesneden in de hals, en haar zodoende om het leven gebracht. Verdachte moet daarbij - gelet op de bij het slachtoffer aangetroffen verwondingen - op gruwelijke wijze te werk zijn gegaan. Verdachte is kennelijk tot zijn daad gekomen vanwege de (voor hem duidelijk geworden definitieve) beëindiging van de relatie, die hij niet kon verwerken c.q. aanvaarden. Verdachte heeft zich dusdoende schuldig gemaakt aan een zeer ernstig misdrijf, te weten het opzettelijk van het leven beroven van een medemens. Hij heeft daarmee groot verdriet en onherstelbaar leed voor de nabestaanden teweeggebracht. De rechtbank heeft acht geslagen op het voorlichtingsrapport d.d. 25 oktober 2001, dat Reclassering Nederland omtrent verdachte heeft uitgebracht. De reclassering acht behandeling van verdachte in een verplicht kader noodzakelijk om recidive te voorkomen. De rechtbank heeft voorts acht geslagen op de rapporten van M.H. de Groot, psycholoog te 's-Gravenhage, d.d. 8 november 2001 en J.A. Westendorp, psychiater in opleiding en J.J.F.M. de Man, zenuwarts te 's-Gravenhage, d.d. 15 november 2001, waarin onder meer is geadviseerd verdachte voor klinisch onderzoek op te nemen in het Pieter Baan Centrum. De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport van J. Loerakker, psychiater en A.J. de Groot, psycholoog, beiden verbonden aan het Pieter Baan Centrum, Psychiatrische Observatiekliniek te Utrecht, d.d. 20 juni 2002 van. Deze concluderen daarindat verdachte ten tijde van het plegen van het hem telastgelegde feit lijdende was aan een zodanige gebrekkige ontwikkeling zijner geestvermogens dat dit feit - indien bewezen - hem slechts in verminderde mate kan worden toegerekend. Rapporteurs adviseren, gezien het gevaar van herhaling van ernstig agressieve delicten, om aan verdachte op te leggen de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege. De rechtbank neemt de conclusie omtrent de toerekeningsvatbaarheid, zoals neergelegd in voormeld rapport van het pieter Baan Centrum over, en maakt deze tot de hare. Het voorafgaande in aanmerking genomen acht de rechtbank een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Met name vanwege de ernst van het feit en de omstandigheden waaronder het is begaan acht de rechtbank een zwaardere straf dan de officier van justitie heeft gevorderd op zijn plaats. Daarbij is meegewogen dat de toerekenbaarheid van verdachte verhoudingsgewijs groot was. Daarnaast is de rechtbank op grond van het voorgaande met de deskundigen van oordeel dat het opleggen van de maatregel van terbeschikkingstelling met bevel tot verpleging van overheidswege geboden is. De rechtbank neemt hierbij in aanmerking dat uit de rapportage, mede bezien in het licht van het thans bewezenverklaarde feit, volgt dat de veiligheid van anderen in de omgeving van verdachte dan wel de algemene veiligheid van personen of goederen het opleggen van die maatregel eist. Inbeslaggenomen voorwerpen. De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 1, 2, 6, 11, 13 en 14 onttrekken aan het verkeer, zijnde deze voorwerpen voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien deze aan de dader of verdachte toebehorende voorwerpen bij gelegenheid van het onderzoek naar het door hem begane feit, dan wel het feit waarvan hij wordt verdacht, zijn aangetroffen en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met het algemeen belang. De rechtbank zal de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 3, 4, 5, 8, 22 en 23 verbeurdverklaren, zijnde deze voorwerpen voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien met deze voorwerpen het bewezenverklaarde feit is begaan. De rechtbank zal de teruggave aan verdachte gelasten van de blijkens de Beslaglijst inbeslaggenomen voorwerpen genummerd 12, 15, 16, 17, 18, 19, 20 en
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.