Rechtbank te 's-Gravenhage zittinghoudende te Amsterdam enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken Uitspraak artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) jo artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) reg. nr.: AWB 01/30339 en AWB 01/30345 inzake: A, geboren op [...] 1956, eiser, en B, geboren op [...] 1959, eiseres, mede namens hun minderjarige zoon C, geboren op [...] 1991, allen van Srilankaanse nationaliteit, wonende te D, eisers, gemachtigde: mr. L. Sinoo, advocaat te Utrecht, tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken, verweerder, gemachtigde: mr. N. Saanen, juridisch medewerker bij Pels Rijcken & Droogleever Fortuijn, advocaten en notarissen te 's-Gravenhage. I. PROCESVERLOOP 1. Op 25 juli 1998 en op 6 augustus 1998 heeft eiseres respectievelijk eiser een aanvraag om toelating als vluchteling ingediend. Bij besluit van 7 mei 1999 heeft verweerder eisers aanvraag om toelating als vluchteling niet ingewilligd vanwege de kennelijke ongegrondheid ervan en heeft verweerder ambtshalve overwogen geen aanleiding te zien een vergunning tot verblijf vanwege klemmende redenen van humanitaire aard te verlenen. Bij besluit van 24 december 1999 heeft verweerder eenzelfde besluit ten aanzien van eiseres genomen. Bij bezwaarschrift van 11 juni 1999 heeft eiser tegen het besluit van 7 mei 1999 bezwaar gemaakt. De gronden van het bezwaar zijn ingediend bij brief van 21 juni 1999. Eiseres heeft bij bezwaarschrift van 25 februari 2000 tegen het besluit van 24 december 1999 bezwaar gemaakt. De gronden van het bezwaar zijn ingediend bij brief van 13 maart 2000. Op 17 mei 2000 zijn eisers gehoord door de Adviescommissie voor vreemdelingenzaken (ACV). De bezwaren zijn bij afzonderlijke besluiten van 29 juni 2000 ongegrond verklaard. 2. Bij beroepschrift van 26 juli 2000 hebben eisers tegen deze besluiten beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij brief van 23 november 2000 heeft verweerder de besluiten van 29 juni 2000 ingetrokken. Eisers hebben hun beroep bij brief van 27 november 2000 ingetrokken. Nadat het Bureau Medische Advisering van verweerder (BMA) op 21 mei 2001 een door verweerder met betrekking tot eiser gevraagd advies heeft uitgebracht, heeft verweerder bij afzonderlijke besluiten van 8 juni 2001 de bezwaren van eisers opnieuw ongegrond verklaard. 3. Bij afzonderlijke beroepschriften van 9 juli 2001 hebben eisers beroep ingesteld tegen de besluiten van 8 juni 2001. De rechtbank heeft partijen meegedeeld het beroep versneld te zullen behandelen. De gronden van het beroep zijn ingediend bij brief van 20 augustus 2001 met bijlagen en aangevuld bij brieven, eveneens met bijlagen, van 3 oktober 2001 en 8 oktober 2001. Op 28 februari 2002 zijn de op de zaak betrekking hebbende stukken van verweerder ter griffie ontvangen. In het verweerschrift van 30 mei 2002 heeft verweerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van de beroepen. 4. De beroepen zijn gevoegd behandeld. Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 18 september 2002. Eisers zijn aldaar in persoon, met hun zoon, verschenen, bijgestaan door hun gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig T. M. Sabapathy, tolk in de Tamil taal. II. FEITEN In dit geding gaat de rechtbank uit van de volgende feiten. In het advies van het Bureau Medische Advisering (hierna BMA) van 21 mei 2001 is geconcludeerd - voor zover hier van belang - dat de klachten van eiser bij het achterwege blijven van behandeling mogelijk zullen persisteren, doch dat geen aanwijzingen beschikbaar zijn dat in de voorgeschiedenis van eiser sprake was van een ernstige psychiatrische crisis. Tevens werd de verwachting uitgesproken dat „op korte termijn geen medische noodsituatie“ zal intreden. Bij het beroepschrift zijn onder meer de volgende stukken overgelegd: Een brief van 19 juni 2001 van Medische Opvang Asielzoekers. Een brief van 20 juni 2001 van Vluchtelingenwerk Slagharen. Een brief van 2 juli 2001 van J. Sallants, maatschappelijk werkster bij Thuiszorg Salland. In deze brieven is, kort gezegd, vermeld dat de bij deze instellingen werkzame hulpverleners zich grote zorgen maken over het psychische en lichamelijke welzijn van het gezin van eisers. Bij brief van 3 oktober 2001 hebben eisers een brief van 18 september 2001 van J. Lely, psycholoog/ psychotherapeut i.o., overgelegd. In deze brief is opgenomen dat het van belang is dat de RIAGG-behandeling van eiser wordt voortgezet, maar dat geen uitspraken kunnen worden gedaan over de mogelijke gevolgen voor eiser van gedwongen terugkeer naar Sri Lanka. Bij brief van 8 oktober 2001 is het intakeverslag van eiser bij ‘de Vonk’ overgelegd. Daaruit blijkt onder meer dat eisers soms met de gedachte aan gezinssuïcide rondlopen, maar dat een traumabehandeling aldaar niet aangewezen werd geacht. III. STANDPUNTEN PARTIJEN 1.1 Eisers stellen dat zij te vrezen hebben voor vervolging in vluchtelingenrechtelijke zin. Kort weergegeven komt het asielrelaas van eisers op het volgende neer. Eisers hebben onder druk van de Tamil Tijgers strijders van die groepering moeten verzorgen. In 1987 is eiser bovendien onder dwang bloed afgenomen door de Tamil Tijgers. Eisers werkten in een textielweverij. Zij hebben met de hulp van een vriend, die daar ‘weaving master’ was, brancardstof in opdracht en ten behoeve van de Tamil Tijgers gemaakt. Toen dit in 1991 bekend werd bij het leger, is eerst het huis van eisers – dat door de Tamil Tijgers gebruikt werd als uitkijkpost op het tegenoverliggende legerkampement – door een bom vernield en meteen daarna zo’n vijftien omringende huizen. Waarschijnlijk gebeurde dit opdat het legerkamp zijn verdedigingslinie kon uitbreiden. Sedert het bombardement zijn eisers vaak verhuisd, met name ook in verband met de veiligheid van hun kind dat in 1991 geboren is. In december 1993 is eiser, samen met zo’n vijftien tot twintig anderen, aangewezen door zogenoemde verklikkers en vervolgens opgepakt door het leger. Na ongeveer tien dagen in een legerkamp te zijn vastgehouden, waarbij eiser tevens op zijn hoofd is geslagen, is eiser door eiseres vrijgekocht. Eisers zijn in datzelfde jaar vaak lastiggevallen en mishandeld door het leger. Als het leger in het huis van eisers kwam, waren de militairen op zoek naar wapens. Eiseres is bij een van die huiszoekingen door een militair in haar buik geschopt, waardoor zij ernstige klachten aan haar baarmoeder heeft ontwikkeld. Eisers zijn ook vele malen door de Tamil Tijgers afgeperst. In ruil voor hun land en eigendomspapieren hebben eisers van de Tamil Tijgers reisdocumenten verkregen. Eisers zijn op 25 augustus 1994 uit Sri Lanka vertrokken. Op 25 september 1994 zijn eisers Duitsland ingereisd alwaar zij tot hun vertrek naar Nederland hebben verbleven. Eiseres is met haar minderjarige zoon op 23 juli 1998 Nederland ingereisd, eiser op 3 augustus 1998. Eisers hebben geen vestigingsalternatief in een ander gedeelte van Sri Lanka, omdat zij zowel van de zijde van de Tamil Tijgers als van de Srilankaanse autoriteiten te vrezen hebben voor vervolging. 1.2. Verweerder moet eisers ten aanzien van de geloofwaardigheid van hun relaas het voordeel van de twijfel geven, omdat eisers voor eventuele tegenstrijdigheden afdoende verklaring hebben gegeven. 1.3 Gelet op het voorgaande lopen eisers bij terugkeer naar Sri Lanka het risico te worden behandeld in strijd met artikel 3 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). 1.4. Eisers stellen zich voorts subsidiair op het standpunt dat verweerder ten onrechte het beroep van eisers op het traumatabeleid niet heeft gehonoreerd. Eisers zijn met het oog op de veiligheid van henzelf en hun kind na de - onder III.1.1 weergegeven - gebeurtenissen zo snel mogelijk vertrokken uit hun woonplaats. De mishandeling van eiseres door het leger was doorslaggevend voor dit vertrek. Eiseres lijdt nog steeds aan ernstige fysieke en psychische klachten, mede als gevolge van de schoppen in haar buik. De baarmoeder van eiseres is zelfs verwijderd. Eiser lijdt als gevolg van hetgeen eiseres en hij hebben meegemaakt in Sri Lanka aan een posttraumatische stress stoornis. Als gevolg van het bestreden besluit zijn eisers in een crisissituatie komen te verkeren, waarin zij gezinssuïcide overwegen. Eisers zijn inmiddels onder behandeling gesteld. Het advies van het BMA was niet gehecht aan het bestreden besluit waardoor eisers niet adequaat op het advies hebben kunnen reageren. Eisers bestrijden het advies niettemin en kunnen de conclusie in het advies dat bij (gedwongen) terugkeer naar Sri Lanka geen medische noodsituatie zal ontstaan, dan ook niet volgen. Adequate medische behandeling van eisers is in het land van herkomst niet voorhanden, hetgeen verweerder ook had moeten meenemen bij de beoordeling van de vraag of eisers in aanmerking komen voor toelating op grond van het traumatabeleid. 2.1 Verweerder stelt zich op het standpunt dat eisers niet in aanmerking komen voor de gevraagde verblijfsvergunning. Eisers hebben geen documenten overgelegd ter ondersteuning van hun identiteit, nationaliteit en/of reisverhaal. Bovendien is hun asielrelaas vervat in weinig concrete, vage termen en derhalve ongeloofwaardig. 2.2 Eisers hebben niet aannemelijk gemaakt dat zij persoonlijk in de negatieve belangstelling van de Sri Lankaanse autoriteiten staan. Gelet op het feit dat ook vijftien omringende huizen door het leger zijn vernield, is niet aannemelijk dat het legerbombardement op het huis van eisers op hen persoonlijk was gericht. Het feit dat het huis van eisers als eerste is geraakt doet er niet aan af dat de legeractie - naar alle waarschijnlijkheid - gericht was op het versterken van de verdedigingslinie van het, tegenover de huizen liggende, legerkampement. Bovendien is van belang dat eisers, nadat zij zijn verhuisd, geen problemen meer hebben ondervonden van de zijde van het leger. Voorts is van belang dat eiser eerst twee jaar na het bombardement, tegelijk met vijftien tot twintig andere mensen, gearresteerd is door het leger. Eiser is tijdens de daarop volgende detentie niet beschúldigd van betrokkenheid bij de Tamil Tijgers, maar hem is gevraagd óf hij de Tamil Tijgers heeft geholpen. Eiser is bovendien na slechts tien dagen gevangenhouding op relatief eenvoudige wijze vrijgekocht, hetgeen evenmin wijst op een bijzondere op de persoon van eiser gerichte belangstelling. De huiszoekingen door het leger waren, blijkens de verklaring van eiseres, gericht op het vinden van wapens. Eiser heeft zich weliswaar verstopt, maar als de zoekacties tegen eiser persoonlijk en op zijn arrestatie waren gericht, is aannemelijk dat het leger andere - doeltreffendere - methodes zou hebben aangewend. Gelet op het voorgaande en op het feit dat eisers op een op hun naam gesteld paspoort, voorzien van een pasfoto, via het vliegveld van Colombo Sri Lanka hebben (kunnen) verlaten, is niet aannemelijk dat eisers in de specifieke negatieve belangstelling van de autoriteiten staan. 2.3 Wat hier ook van zij, eisers hebben gelet op het ambtsbericht van 30 september 1999 van de Minister van Buitenlandse Zaken een binnenlands vestigingsalternatief in de door de regering beheerste gebieden. 2.4 Gelet op het voorgaande is niet aannemelijk dat eisers bij terugkeer naar Sri Lanka het risico lopen te worden onderworpen aan een behandeling als bedoeld in artikel 3 EVRM. 2.5 Het beroep van eisers op het traumatabeleid kan niet slagen. Voor zover al geloofwaardig zijn de gestelde mishandelingen door de Tamil Tijgers niet door de autoriteiten geïnspireerde handelingen, waaraan eisers zich niet kunnen onttrekken door zich te vestigen in door de regering beheerst gebied. Gelet op het tijdsverloop tussen de gestelde mishandelingen door de autoriteiten eind 1987/ begin 1988 en in 1993 enerzijds en het vertrek van eisers anderzijds, vormen ook deze mishandelingen geen aanleiding voor het verlenen van een vergunning op grond van artikel 29, eerste lid, onder c, van de Vw 2000. Hierbij is bovendien van belang dat uit het onderzoek van het BMA blijkt dat eisers posttraumatische stress stoornis in belangrijke mate voortkomt uit onzekerheid over de procedure en dat behandeling van eisers stoornis in Sri Lanka beschikbaar is. Ook overigens vormen de medische klachten van eiser geen beletsel voor terugkeer naar Sri Lanka. IV. OVERWEGINGEN 1. Op grond van artikel 29, eerste lid, van de Vw 2000 kan -voor zover hier van belang- een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 Vw 2000 worden verleend aan de vreemdeling: a. die verdragsvluchteling is; b. die aannemelijk heeft gemaakt dat hij gegronde redenen heeft om aan te nemen dat hij bij uitzetting een reëel risico loopt om te worden onderworpen aan folteringen, aan onmenselijke of vernederende behandelingen of bestraffingen; c. van wie naar het oordeel van Onze Minister op grond van klemmende redenen van humanitaire aard die verband houden met de redenen van zijn vertrek uit het land van herkomst, in redelijkheid niet kan worden verlangd dat hij terugkeert naar het land van herkomst; d. voor wie terugkeer naar het land van herkomst naar het oordeel van Onze Minister van bijzondere hardheid zou zijn in verband met de algehele situatie aldaar. 2. Artikel 31, eerste lid, van de Vw 2000 bepaalt dat een aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 van de Vw 2000 wordt afgewezen indien de vreemdeling niet aannemelijk heeft gemaakt dat zijn aanvraag is gegrond op omstandigheden die, hetzij op zich zelf, hetzij in verband met andere feiten, een rechtsgrond voor verlening vormen. Ingevolge het tweede lid van genoemd artikel worden bij het onderzoek naar de aanvraag de daar genoemde omstandigheden betrokken. 3. Voorop wordt gesteld dat de algemene, de politieke en de mensenrechtensituatie in Sri Lanka (ook) ten tijde van de bestreden besluiten niet zodanig waren dat vreemdelingen die afkomstig zijn uit dat land zonder meer als vluchteling zijn aan te merken. Het beroep op het vluchtelingschap moet worden beoordeeld aan de hand van eisers persoonlijk betreffende feiten en omstandigheden. 4. De rechtbank overweegt in dit verband als volgt. Verweerder heeft met name ten aanzien van de door eiser gestelde mishandelingen door het Srilankaanse leger de te betrachten zorgvuldigheid onvoldoende in acht genomen. Op pagina 10 van het nader gehoor is immers opgenomen dat eiser nooit mishandeld () is geweest „behalve de mishandeling(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.