RECHTBANK TE 's-GRAVENHAGE Zitting houdende te Assen Vreemdelingenkamer Regnr.: Awb 04/19074 VRONTN A 04 G32 S4 uitspraak: 10 mei 2004 U I T S P R A A K op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd althans zich noemende: A, geboren op [...] 1983, van Guinese nationaliteit, alias A, geboren op [...] 1979, van Guinese nationaliteit, alias A, geboren op [...] 1974, van Congolese nationaliteit, IND-dossiernummer: 0104.14.8005, thans verblijvende in het huis van bewaring te Ter Apel, eiser, gemachtigde: mr N. Mulders, werkzaam bij de Stichting Rechtsbijstand Asiel noord-oost Groningen te Groningen, tegen DE MINISTER VOOR VREEMDELINGENZAKEN EN INTEGRATIE te 's-Gravenhage, verweerder, gemachtigde: drs. C.L.W. van Dort, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst. PROCESVERLOOP Bij besluit van 16 maart 2004 is eiser op de voet van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, Vw 2000 in bewaring gesteld. Bij uitspraak van 31 maart 2004 heeft de rechtbank geoordeeld dat het voortduren en de tenuitvoerlegging van de maatregel van bewaring niet onrechtmatig zijn. Namens verweerder is de rechtbank op 23 april 2004 op grond van artikel 96, eerste lid, Vw 2000 in kennis gesteld van het voortduren van de maatregel van bewaring. Deze kennisgeving moet worden gelijkgesteld met een door eiser ingesteld beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring. Verweerder heeft de bewaring op 28 april 2004 opgeheven. Eiser is op 3 mei 2004 niet ter zitting verschenen. De rechtbank heeft kennis genomen van de brieven van 28 en 29 april 2004 van de gemachtigde van eiser, waarin om schadevergoeding wordt verzocht. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. OVERWEGINGEN Naar aanleiding van een eerder ingediende kennisgeving heeft de rechtbank bij uitspraak van 31 maart 2004 (het voortduren van) de bewaring niet onrechtmatig geoordeeld. De rechtbank stelt vast dat verweerder de maatregel van bewaring op 28 april 2004 heeft opgeheven, zodat de rechtbank ingevolge artikel 106 Vw 2000 nog slechts heeft te beslissen op het verzoek om schadevergoeding. Verweerder heeft ter terechtzitting meegedeeld dat de bewaring is opgeheven omdat onvoldoende voortvarendheid is betracht. De rechtbank is van oordeel dat de bewaring onrechtmatig is (geweest) vanaf veertien dagen na 24 maart 2004, dat wil zeggen vanaf 8 april
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.