RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Enkelvoudige Kamer Wijziging gezagsvoorziening, omgang rekestnummer: FA RK 05-885 zaaknummer: 237602 datum beschikking : 28 juni 2006 BESCHIKKING op het op 11 februari 2005 ingekomen verzoek van: [de vrouw], de vrouw, wonende te [woonplaats], procureur: mr. E.A. Kazzaz-de Hoog. Als belanghebbende wordt aangemerkt: [de man], de man, zonder bekende woon- of verblijfplaats binnen of buiten Nederland, procureur: mr. --. PROCEDURE Bij beschikking van 14 september 2005 van deze rechtbank en kamer is een beslissing ter zake van de verzoeken van de vrouw tot wijziging van het gezamenlijk gezag over de minderjarige [minderjarig kind], geboren op [geboortedatum] 2001 te [geboorteplaats], Italië, en tot bepaling dat de man geen recht op omgang zal hebben met de minderjarige, aangehouden. Daarbij is de vrouw in de gelegenheid gesteld om binnen één maand na de beschikking zich uit te laten over het adres van de man en om adres-gegevens van de advocaat van de man in Italië te verstrekken, alsmede om de door haar overgelegde stukken in de Italiaanse taal, waaronder de geboorteakte van de minderjarige, de beschikking van de rechtbank te [plaats A] d.d. 25 oktober 2004 en de tussen partijen op 1 oktober 2004 gesloten overeenkomst terzake de minderjarige, te voorzien van een beëdigde vertaling in de Nederlandse taal aan de rechtbank over te leggen. De rechtbank heeft wederom kennis genomen van de stukken, waaronder thans ook de brief d.d. 10 oktober 2005 van de zijde van de vrouw, met bijlagen. Op 31 mei 2006 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vrouw en haar procureur. Namens de raad voor de kinderbescherming is verschenen mevrouw [A]. De rechtbank heeft de man doen oproepen zowel per gewone als per aantekende post op de door de vrouw in haar brief van 10 oktober 2005 opgegeven adressen, te weten op twee adressen van de man in Italië, alsmede op het adres van zijn Italiaanse advocaat te [plaats A]. De aangetekende brieven zijn terugbezorgd bij de rechtbank zonder dat uitreiking aan de man heeft plaatsgevonden. Vervolgens heeft de rechtbank een advertentie doen plaatsen in de krant. De man is, hoewel behoorlijk opgeroepen, niet verschenen. BEOORDELING De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. Uit de door de vrouw bij schrijven van 10 oktober 2005 ingezonden (in het Nederlands vertaalde) beschikking van de rechtbank voor minderjarigen te [plaats A] van 25 oktober 2004 is het volgende gebleken. Na een door de vader op 29 juli 2004 ingediende klacht, dat de vrouw met de minderjarige uit de woning van partijen was vertrokken en was ingetrokken bij haar familie te [Q], heeft de rechtbank te [plaats A] bij beschikking van 12 augustus 2004 een voorlopige voorziening getroffen, inhoudend een verbod voor de vrouw om de minderjarige buiten het gebied van de Italiaanse staat te brengen en vaststelling van een voorlopige omgangsregeling tussen de man en de minderjarige. Vervolgens heeft op 1 oktober 2004 een zitting plaatsgevonden, waarbij partijen ieder door een advocaat werden bijgestaan en waarbij partijen hebben verklaard dat zij overeenstemming hebben bereikt ten aanzien van - kort gezegd - handhaving van het gezamenlijke ouderlijk gezag, samenwerking tussen partijen bij de uitoefening van het ouderlijk gezag, bepaling van de gewone verblijfplaats van de minderjarige bij de vrouw, door te man te betalen kinderalimentatie van (tenminste) € 300,-- per maand en een omgangsregeling tussen de vader en de minderjarige, met de verplichting voor de moeder om de minderjarige ten minste twee maal per jaar naar de woonplaats van de vader te brengen, en met de verplichting voor beide partijen om de minderjarige niet naar het buitenland te brengen zonder toestemming van de andere ouder. De rechtbank te [plaats A] heeft in zijn beschikking van 25 oktober 2004 beslist conform deze door partijen onderling getroffen regeling. De vrouw heeft gesteld dat zij destijds in Italië onder bedreiging een verklaring heeft moeten tekenen, waarin zij de man toestond om de minderjarige bij zich te hebben en dat zij vervolgens met de minderjarige uit Italië is gevlucht. De vrouw heeft gesteld dat zij de minderjarige dient te beschermen tegen het risico van ontvoering door de man. Zij acht het onverantwoord om de minderjarige voor bezoeken naar Italië te laten gaan omdat de man in Italië een zeer dominante positie heeft en de minderjarige bij zich zal kunnen houden. Om de minderjarige zo goed mogelijk te beschermen acht de vrouw het van belang dat zij alleen met het gezag wordt belast en dat de man geen recht op omgang met de minderjarige zal hebben. De rechtbank overweegt het volgende. Blijkens de beschikking van de rechtbank te [plaats A] van 25 oktober 2004 was de gewone verblijfplaats van de minderjarige destijds in Italië. De vrouw heeft ter terechtzitting verklaard dat zij na die beschikking nog enkele maanden in Italië is gebleven en vervolgens in januari 2005 met de minderjarige naar Nederland is gereisd om zich hier te vestigen, aangezien zij in Italië economisch gezien geen toekomst had. Zij heeft vervolgens door tussenkomst van haar procureur op 11 februari 2005 het onderhavige verzoekschrift ingediend. De vrouw heeft verklaard dat de minderjarige, die op [geboortedatum] 2005 vier jaar is geworden, naar school gaat, Nederlands spreekt en Nederlandse vriendinnetjes heeft. De rechtbank is van oordeel dat nu de minderjarige zich in januari 2005 met haar moeder in Nederland heeft gevestigd en de man kennelijk daarin heeft berust, althans niet om teruggeleiding van de minderjarige naar Italië heeft verzocht, en de minderjarige inmiddels reeds (bijna) anderhalf jaar in Nederland woont, moet worden aangenomen dat de minderjarige haar gewone woonplaats heeft in Nederland. De Nederlandse rechter is derhalve krachtens de artikelen 1 en 2 van het Haags Kinder-beschermingsverdrag van 5 oktober 1961, Trb. 1968, 101, bevoegd om naar Nederlands recht te beslissen op de verzoeken van de vrouw. De vrouw heeft haar stelling, dat zij in Italië onder bedreiging een verklaring heeft getekend waarin zij de man toestaat om de minderjarige bij zich te hebben, niet nader onderbouwd. Zij heeft ter terechtzitting verklaard dat zij destijds werd bijgestaan door een advocaat en dat zij, nadat de man een klacht had ingediend bij de officier van justitie na haar vertrek met de minderjarige naar haar ouders, geen andere keus zag dan akkoord te gaan met de onderling getroffen regeling, zoals weergegeven in de beschikking van de rechtbank te [plaats A] van 25 oktober
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.