RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht, enkelvoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 06/3515 WOZ Uitspraakdatum: 9 februari 2007 Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen [eiser], wonende te [gemeente A], eiser, en de heffingsambtenaar van de gemeente Leiden, verweerder. De bestreden uitspraken op bezwaar De in één geschrift vervatte uitspraken van verweerder van 3 maart 2006 op het bezwaar van eiser tegen de beschikking waarbij de onroerende zaak, plaatselijk bekend als [adres] te [gemeente A] (hierna: de woning), is gewaardeerd krachtens de Wet waardering onroerende zaken en de met die beschikking in één geschrift bekendgemaakte aanslag onroerende-zaakbelastingen 2005. Zitting Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 26 januari 2007. Namens eiser is daar verschenen [persoon A]. Namens verweerder zijn verschenen [persoon B] en mevrouw [C] (taxateur). 1. Beslissing De rechtbank: - verklaart het beroep gegrond; - vernietigt de uitspraken op bezwaar; - vermindert de vastgestelde waarde tot € 200.000 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit; - vermindert de aanslag onroerende-zaakbelastingen tot een aanslag, berekend naar een waarde van € 200.000 en bepaalt dat deze uitspraak in zoverre in de plaats treedt van het vernietigde besluit; - gelast dat de gemeente Leiden het door eiser betaalde griffierecht van € 38 vergoedt. 2. Gronden 2.1. Verweerder heeft bij beschikking krachtens artikel 22 van de Wet waardering onroerende zaken (hierna: Wet WOZ) de waarde van de woning, naar de waardepeildatum 1 januari 2003 (hierna: de waardepeildatum), voor het tijdvak 1 januari 2005 tot 1 januari 2007 vastgesteld op € 267.000. In het desbetreffende geschrift is ook de aanslag onroerende-zaakbelastingen 2005 bekendgemaakt. In de uitspraken op bezwaar heeft verweerder de beschikking en de aanslag gehandhaafd. 2.2. Eiser is genothebbende krachtens eigendom, bezit of beperkt recht van de woning. De woning is een omstreeks 1900 gebouwd appartement met een oppervlakte van ongeveer 120 m². 2.3. In geschil is de waarde van de woning op de waardepeildatum. Eiser bepleit een waarde van € 192.000. Daartoe wijst eiser op een taxatierapport van de register-taxateur [D] van de rijksbelastingdienst, die de waarde van de woning op de waardepeildatum heeft vastgesteld op € 192.000 alsmede op een taxatierapport van de NVM-makelaar [E], die de waarde van de woning op 21 juni 2006 heeft vastgesteld op € 205.000. Eiser wijst voorts erop dat hij de woning inclusief enige roerende zaken in december 2006 heeft verkocht voor € 212.000. 2.4. Verweerder heeft geen taxatierapport overgelegd, wel een overzicht van gerealiseerde verkoopprijzen van een drietal vergelijkingsobjecten met ongeveer dezelfde oppervlakte en uit dezelfde bouwperiode als de woning. 2.5. Krachtens artikel 17, eerste lid, van de Wet WOZ, wordt aan een onroerende zaak een waarde toegekend. Ingevolge het tweede lid van dit artikel wordt deze waarde bepaald op de waarde die aan de onroerende zaak dient te worden toegekend indien de volle en onbezwaarde eigendom daarvan zou kunnen worden overgedragen en de verkrijger de zaak in de staat waarin die zich bevindt, onmiddellijk en in volle omvang in gebruik zou kunnen nemen. Daarbij heeft als waarde te gelden de waarde in het economische verkeer, ofwel de prijs, die bij aanbieding ten verkoop op de voor die onroerende zaak meest geschikte wijze na de beste voorbereiding door de meest biedende gegadigde voor de onroerende zaak zou zijn betaald. 2.6. De bewijslast inzake de juistheid van de aan de woning toegekende waarde ligt bij verweerder. 2.7. Bij de waardering van de door partijen aangedragen bewijsmiddelen heeft de rechtbank het volgende in aanmerking genomen:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.