Rechtbank 's-Gravenhage zittinghoudende te Amsterdam meervoudige kamer vreemdelingenzaken Uitspraak artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) jo artikel 71 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) reg. nr.: AWB 05/48036 BEPTDN V-nr.: [nummer] inzake: [eiser], naar eigen zeggen geboren op [geboortedatum] 1983, toegekende geboortedatum [geboortedatum] 1980, van Chinese nationaliteit, wonende te [woonplaats], eiser, gemachtigde: mr. U. Koopmans, advocaat te Haarlem, tegen: de Minister voor Vreemdelingenzaken en Integratie, verweerder, gemachtigde: mr. B.M. Kristel, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND) van het Ministerie van Justitie. I. PROCESVERLOOP 1. Bij besluit van 27 januari 2003 heeft verweerder ambtshalve overwogen dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd onder de beperking “verblijf als alleenstaande minderjarige vreemdeling (amv)” en evenmin voor een verblijfsvergunning onder de beperking “tijdsverloop in de asielprocedure”. Bij bezwaarschrift van 31 januari 2003 heeft eiser tegen dit besluit bezwaar gemaakt. Bij brief van 6 maart 2003 heeft eiser de gronden van het bezwaar ingediend. Bij besluit van 5 oktober 2005 heeft verweerder het bezwaar ongegrond verklaard. 2. Bij beroepschrift van 27 oktober 2005 heeft eiser tegen dit besluit beroep ingesteld bij de rechtbank. De gronden van het beroep zijn ingediend bij brief van 8 november 2005. Op 17 november 2005 zijn de op de zaak betrekking hebbende stukken van verweerder ter griffie ontvangen. In het verweerschrift van 6 maart 2006 heeft verweerder geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep. Bij brief van 3 april 2006 heeft eiser zijn standpunt nader onderbouwd. 3. Het onderzoek ter zitting is aangevangen op 4 april 2006. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door mr. J.P. van der Bos, ambtenaar bij de IND. Tevens was ter zitting aanwezig S. Man als tolk in de Chinese taal (Mandarijn). De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst. Bij brief van 2 mei 2006 heeft eiseres desgevraagd gereageerd op de uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 maart 2006 (AWB 03/47179 en AWB 04/24384). Bij brief van 15 mei 2006 heeft verweerder een reactie daarop ingediend. Vervolgens is de zaak verwezen naar de meervoudige kamer van deze rechtbank en zittingsplaats. 4. Het onderzoek ter zitting van een meervoudige kamer vreemdelingenzaken is hervat op 26 juli 2006. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. Tevens was ter zitting aanwezig S. Man als tolk in de Chinese taal (Mandarijn). 5. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten. II. FEITEN 1. Eiser heeft op 23 juli 1999 een aanvraag ingediend om toelating als vluchteling. Bij besluit van 2 juli 2001 heeft verweerder deze aanvraag afgewezen. Het hiertegen ingestelde beroep is bij uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 15 januari 2004 (AWB 01/34411) niet-ontvankelijk verklaard. 2.1. Op 30 juni 2000 heeft een leeftijdsonderzoek plaatsgevonden. In het rapport van het onderzoek naar eisers leeftijd van 17 september 2000 is - onder meer - geconcludeerd dat eiser niet als minderjarig kan worden beschouwd ten tijde van de asielaanvraag. Eiser wordt een leeftijd van 21 jaar of ouder toegekend op 30 juni 2000, de datum van het röntgenologisch onderzoek. Bij terugrekening had eiser ten tijde van de asielaanvraag de leeftijd van 20,06 jaar of ouder. Op de bij dit rapport gevoegde beoordelingsformulieren is bij het onderdeel sleutelbeen aangegeven dat sprake is van volledige uitrijping. Daarbij is opgemerkt dat het mediale uiteinde van de sleutelbeenderen kennelijk volledig is uitgerijpt. Open en/of gedeeltelijk open epifysairlijnen worden niet waargenomen. Epifysairlijnen zijn gesloten of verdwenen. Aan resten van gesloten epifysairlijnen, zichtbaar als dwarse botlijntjes (of delen ervan), is geen aandacht besteed. Een losse of een gedeeltelijk vergroeide epifysaire botkern wordt niet waargenomen. Randfissuren zijn verdwenen of sluitend. 2.2. Blijkens het rapport van herbeoordeling van 12 augustus 2005 wordt de juistheid van de oorspronkelijke beoordelingen door de herbeoordeling onderstreept. De beoordelingen blijven over de hele lijn eensluidend. De conclusies betreffende de leeftijd worden derhalve gehandhaafd, zoals deze verwoord werden in het rapport van 17 september 2000. Op de bij dit rapport gevoegde beoordelingsformulieren is mogelijkheid I, volledige uitrijping, aangekruist. Daarbij is vermeld dat het mediale uiteinde van één van de sleutelbeenderen volledig is uitgerijpt. Hierbij wordt geen open en/of gedeeltelijk open epifysairlijn waargenomen. Voorts is de epifysairlijn gesloten of verdwenen. Aan resten van gesloten epifysairlijnen, zichtbaar als dwarse botlijntjes (of delen ervan), wordt geen aandacht besteed. Randfissuren zijn verdwenen of sluitend. III. STANDPUNTEN PARTIJEN 1.1. Verweerder heeft zich in het bestreden besluit in de eerste plaats op het standpunt gesteld dat eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning onder de beperking “verblijf als amv”. Uit het uitgevoerde leeftijdsonderzoek is gebleken dat eiser ten tijde van de asielaanvraag 19,06 jaar was. Er heeft een herbeoordeling door de radiologen plaatsgevonden van de röntgenfoto’s van eiser. De onderzoeker heeft zijn eerdere conclusies bevestigd. Het onderzoek is derhalve zorgvuldig verlopen en volledig geweest. De conclusies uit het primaire besluit op basis van het leeftijds-onderzoek in 2000 worden gehandhaafd. De uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats ’s-Hertogenbosch, van 10 oktober 2000, waarnaar eiser verwijst, bevestigt slechts dat niet valt uit te sluiten dat volledige sleutelbeensluitingen ook voorkomen bij 20-jarigen en in de toekomst wellicht ook bij 19-jarigen blijken voor te komen. Met het woord “wellicht” heeft de rechter slechts de mogelijkheid open gehouden dat in de toekomst volledige sleutelbeensluitingen bij minderjarigen worden aangetroffen en niet vastgesteld dat dit reeds thans het geval is. In het verslag van het leeftijdsonderzoek staat dat - voor zover bekend - nog nimmer sleutelbeensluiting bij 19-jarigen is voorgekomen. Mitsdien is voldoende gemotiveerd waarom niet hoeft te worden afgeweken van het standpunt dat eiser dat tijde van het leeftijdsonderzoek minimaal 20 jaar was. Er is reeds rekening gehouden met foutmarges. Dat het leeftijdsonderzoek geen onfeilbaar instrument is heeft in het onderhavige geval geen gevolgen, nu eiser de conclusies van het leeftijdsonderzoek niet middels bijvoorbeeld originele documenten of een contra-expertise heeft weerlegd. Verweerder heeft voldoende gemotiveerd waarom eiser niet in aanmerking komt voor een verblijfsvergunning regulier onder de beperking “verblijf als amv”, reeds nu uit het leeftijdsonderzoek is gebleken dat eiser meerderjarig was ten tijde van de asielaanvraag. Eiser komt voorts niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning op grond van het zogeheten driejarenbeleid, aangezien er sprake is van een contra-indicatie als bedoeld in het beleid dat is neergelegd in paragraaf C2/9.3 van de Vreemdelingencirculaire (Vc) 2000. Gelet op de conclusies van het leeftijdsonderzoek dient immers te worden geconcludeerd dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt. Nu eiser blijft ontkennen dat hij onjuiste gegevens over zijn leeftijd heeft verstrekt, is in casu geen sprake van relevant tijdsverloop. Het verstrekken van onjuiste gegevens over de leeftijd leidt ook tot ernstige twijfel over eisers identiteit, hetgeen eveneens een contra-indicatie is. Eiser kan wel degelijk het ontbreken van documenten ter staving van zijn identiteit worden verweten, nu in het besluit van 2 juli 2001, dat inmiddels in rechte onaantastbaar is, reeds is overwogen dat eiser toerekenbaar ongedocumenteerd is. Op grond van artikel 7:3, onder b, van de Awb is van het horen van eiser afgezien. 1.2. In het verweerschrift heeft verweerder voorts nog aangevoerd dat verweerder aan de vergewisplicht heeft voldaan, nu het verslag van de radiologen is geparafeerd en gedateerd, en bovendien voorzien van een lettercode zodat de verantwoordelijkheid voor de radiologische bevindingen door verweerder kan worden vastgesteld. Voorts beschikt verweerder over een lijst van namen met radiologen, alsmede over hun werkadressen en telefoonnummers. Het feit dat dhr. [achternaam] niet over radiologische deskundigheid beschikt brengt niet met zich dat het leeftijdsonderzoek onbetrouwbaar is. Dhr. [achternaam] vertaalt de beoordelingen van de radiologen slechts naar een leeftijd. Dit betreft een deskundigheid die fysisch-antropologisch van aard is, waarover dhr. [achternaam] beschikt. 1.3. Verweerder heeft ter zitting op 4 april 2006 verklaard dat hij geen verklaring kan geven voor de verschillen in bewoording tussen de eerste beoordeling en de herbeoordeling. 1.4. Verweerder heeft bij brief van 15 mei 2006 verwezen naar zijn standpunt in de uitspraak van de meervoudige kamer (MK) van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 maart 2006. 1.5. Verweerder heeft ter zitting van 26 juli 2006 aangevoerd dat eiser zijn identiteit of leeftijd niet heeft aangetoond. Verweerder is eiser tegemoetgekomen door een leeftijdsonderzoek te laten verrichten. Het standpunt van verweerder over eisers leeftijd is niet gewijzigd door de herbeoordeling noch door de MK-uitspraak van 22 maart 2006. Eiser heeft geen contra-expertise laten verrichten. De conclusies van het leeftijdsonderzoek en de herbeoordeling zijn door drs. Van der Pas wetenschappelijk onderbouwd. In dit verband verwijst verweerder naar de brief van Van der Pas van 26 januari 2006, die betrekking heeft op de wijziging in het beoordelingsformulier. Als één uitgerijpt sleutelbeen wordt aangetroffen is sprake van meerderjarigheid. Als sprake is van bilaterale asymmetrie is nog altijd geen sprake van minderjarigheid. De reden voor de wijziging van het beoordelingsformulier was dat de radiologen hebben aangegeven dat zij op het beoordelingsformulier meer ruimte willen hebben voor nuancering van de conclusie dat een vreemdeling meerderjarig is in het theoretische geval dat niet beide, maar slechts één sleutelbeen is uitgerijpt. Het huidige beoordelingsformulier is in die zin dus uitgebreider dan het vorige. Nu uit het leeftijdsonderzoek, dat naar verweerders mening zorgvuldig is geweest en dus gebruikt mocht worden, is gebleken dat eiser aantoonbaar onjuiste gegevens heeft verstrekt over zijn leeftijd, is dat voldoende om als contra-indicatie in het kader van het driejarenbeleid tegen te werpen. 2.1. Eiser heeft in beroep het volgende naar voren gebracht. Uit de verklaringen van de radiologen blijkt niet dat de radiologen die de beoordeling hebben verricht zich tevens hebben uitgelaten over de uitrijping van de mediale uiteinden van de sleutelbeenderen van eiser ten tijde van de indiening van de asielaanvraag. Vorenstaande klemt te meer nu het leeftijdsonderzoek eerst bijna één jaar na indiening van de asielaanvraag heeft plaatsgevonden. De onderzoeker die conclusies heeft getrokken uit de beoordelingsresultaten van het radiologisch onderzoek beschikt niet over de vereiste (radiologische) deskundigheid en is ook niet onderworpen aan toezicht dat wordt uitgeoefend op medici die wel over die deskundigheid beschikken. Deze onderzoeker kan derhalve - bij gebrek aan deskundigheid - niet de verantwoordelijkheid voor de beoordeling van de röntgenfoto’s van de radiologen overnemen. Verweerder heeft niet aan haar vergewisplicht voldaan en het bestreden besluit is derhalve in strijd met artikel 3:2 van de Awb tot stand gekomen. Gelet op het vorenstaande kan voorts niet worden volgehouden dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt. Evenmin is sprake van ‘ernstige twijfel’ aan de identiteit van eiser. De verwijtbaarheid van het ontbreken van een identiteitsdocument – Chinezen zouden volgens verweerder vanaf hun 18e jaar immers dienen te beschikken over een identiteitsdocument – kan in het onderhavige geval niet worden volgehouden, omdat het leeftijdsonderzoek dat verweerder aan dit verwijt ten grondslag legt niet zorgvuldig tot stand is gekomen. Verweerder heeft, gelet op het vorenstaande, ten onrechte geoordeeld dat er sprake is van een contra-indicatie als bedoeld in paragraaf C2/9.3, onder b en onder e van de Vc 2000. Verweerder had eiser moeten horen, nu het bezwaar niet kennelijk ongegrond was. 2.2. Bij brief van 3 april 2006 heeft eiser zich beroepen op de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (AbRS) van 20 november 2003 (20030578/1). 2.3. Ter zitting op 4 april 2006 heeft eiser aangevoerd dat dhr. [achternaam] niet de conclusie had mogen trekken dat de beoordelingen van het leeftijdsonderzoek en de herbeoordeling eensluidend zijn. Blijkens het onderzoek op 30 juni 2000 zou het mediale uiteinde van de sleutelbeenderen kennelijk volledig uitgerijpt zijn, terwijl dit blijkens de herbeoordeling voor één van de sleutelbeenderen zou gelden. Dit zou kunnen betekenen dat één sleutelbeen nog niet volledig is uitgerijpt. De radiologen hebben zich niet uitgelaten over het mediale uiteinde ten tijde van de asielaanvraag. Voorts is er sprake van een discrepantie op het punt van de epifysairlijnen: gaat het om één of om meerdere epifysairlijnen? Tot slot staat in het verslag van 30 juni 2000 dat een losse of gedeeltelijk vergroeide epifysaire botkern niet wordt waargenomen, terwijl het verslag van de herbeoordeling daar niets over zegt. 2.4. Bij brief van 2 mei 2006 heeft eiser in reactie op de MK-uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 22 maart 2006 het volgende aangevoerd. Het meest recente onderzoek (herbeoordeling) omvat niet de resultaten van het onderzoek naar beide uiteinden van de sleutelbeenderen en voldoet daarmee dus niet aan de zorgvuldigheidswaarborg als weergegeven in rechtsoverweging IV.4.16 van de MK-uitspraak. Voorts gaat de MK-uitspraak niet in op de overige gesignaleerde discrepanties tussen beide onderzoeken, namelijk de kwestie van de epifysairlijn en de kwestie van de losse of gedeeltelijk volgroeide epifysaire botkern. 2.5. Ter zitting op 26 juli 2006 heeft eiser aangevoerd dat indien men op een IND-foto geen groeischijf kan waarnemen dit niet automatisch mag leiden tot de conclusie dat die groeischijven er niet zijn. Het nieuwe criterium is minder betrouwbaar dan het oude. Voorts gaat het terugrekenen van het moment van het leeftijdsonderzoek tot het moment van de asielaanvraag uit van de veronderstelling dat de groei zich net zo geleidelijk voltrekt als het verstrijken van de dagen in een jaar. Deze veronderstelling is door verweerder niet onderbouwd. Eiser verkeert in bewijsnood, hij kan zijn leeftijd en identiteit niet aantonen. Dat verweerder eiser in zijn bewijslast tegemoetkomt mag geen vrijbrief zijn voor een onzorgvuldig onderzoek. Eiser noch zijn gemachtigde heeft contact opgenomen met een radioloog over de (deugdelijkheid van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.