Rekestnummer 276160 HA RK 06.1108 28 maart 2007 RECHTBANK 's-GRAVENHAGE Sector civiel recht - afdeling II (meervoudige kamer) Beschikking in de zaak van: De gemeente Rijnwoude, zetelend te Hazerswoude-Rijndijk, verzoekster, procureur: mr. A.P. van Delden, tegen 1. [verweerder sub 1.] en [verweerder 2 sub 1.], beiden wonende te [woonplaats], 2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid [verweerder sub 2.] B.V., statutair gevestigd te [Q.], 3. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid Frontdoor B.V., statutair gevestigd te Apeldoorn, verweerders, advocaat: mr. A.J.N. Kolsters, procureur: mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt. Partijen worden hierna genoemd de gemeente en verweerders, dan wel [verweerder sub 1.], [verweerder sub 2.] en Frontdoor. Het verzoekschrift is ingekomen ter griffie op 8 november 2006. De rechtbank heeft kennisgenomen van de processtukken en hetgeen partijen ter gelegenheid van de mondelinge behandeling van het verzoek op 12 februari 2007, onder overlegging van stukken, hebben aangevoerd. RECHTSOVERWEGINGEN 1. De feiten 1.1 [verweerder sub 1.] is eigenaar van een perceel grasland, kadastraal bekend gemeente Hazerswoude, sectie H, nummer 54, groot 5 hectare, 56 are en 11 centiare (hierna: het perceel). 1.2 Bij besluit van 1 juli 2004 heeft de gemeenteraad van Rijnwoude dit perceel aangewezen als grond waarop de artikelen 10 tot en met 24, 26 en 27 van de Wet voorkeursrecht gemeenten (Wvg) van toepassing zijn. Het voorkeursrecht is bij besluit van burgemeester en wethouders van Rijnwoude van 13 juni 2006 en raadsbesluit van 9 november 2006 bestendigd. In het structuurplan is aan het perceel en omliggende gronden een bedrijfsbestemming toegedacht. 1.3 Op 19 april 2005 is in het kadastraal register ingeschreven een notariële akte, opgemaakt op 15 april 2005, waaruit blijkt dat [verweerder sub 1.] ten behoeve van Frontdoor een recht van hypotheek op het perceel (en een pandrecht op de in de akte omschreven goederen) heeft verleend tot een bedrag van € 3.750.000,- tot zekerheid van de nakoming van de op 15 april 2005 tussen [verweerder sub 1.] en Frontdoor gesloten onderhandse koopovereenkomst en de op dezelfde dag gesloten "aanvullende overeenkomst met betrekking tot het perceel grond in Hazerswoude". 1.4 Op 30 november 2005 is in het kadastraal register ingeschreven een notariële akte, opgemaakt op 28 november 2005, waaruit blijkt dat [verweerder sub 1.] ten behoeve van [verweerder sub 2.] recht van hypotheek en pand op het perceel heeft verleend tot een bedrag van € 1.000.000,- tot zekerheid van de nakoming van een op 15 april 2005 tussen [verweerder sub 1.] en [verweerder sub 2.] gesloten koopovereenkomst en alle daarop overeen te komen aanvullingen, aanpassingen en wijzigingen. Partijen zijn overeengekomen dat het recht van hypotheek van [verweerder sub 2.] voorrang heeft boven dat van Frontdoor. In beide hypotheekovereenkomsten is onder meer bepaald dat het onderpand niet zonder schriftelijke toestemming van de hypotheeknemer mag worden vervreemd. Indien de hypotheekgever in verzuim is met de voldoening van hetgeen waarvoor de hypotheek tot waarborg strekt is de hypotheeknemer bevoegd het onderpand met toepassing van artikel 3:268, lid 1 of 2 BW te doen verkopen. 2. Het verzoek en het verweer daartegen 2.1 De gemeente stelt op 15 september 2006 kennis te hebben genomen van bovengenoemde hypotheekakten. De onderliggende overeenkomsten zijn bij aangetekende brieven van 16 januari 2007 opgevraagd, maar niet ontvangen. Het verzoek strekt tot nietigverklaring van de uit de akten blijkende rechtshandelingen met betrekking tot het perceel, te weten de koop- en aanvullende overeenkomsten van 15 april 2005 met eventuele wijzigingen en aanvullingen en de hypotheekovereenkomsten met de daarbij behorende bedingen. 2.2 Volgens de gemeente is evident dat, gelet op de koopovereenkomsten en de daarmee samenhangende hypotheekovereenkomsten, de beschikkingsmacht over en het economisch belang bij de grond niet meer bij de eigenaar berusten. In dit verband wijst de gemeente op het vervreemdingsverbod. Bovendien volgt uit de inhoud van de hypotheekakten dat de hypotheekhouders gerechtigd zijn over te gaan tot executoriale verkoop van het perceel wanneer [verweerder sub 1.] zijn leveringsplicht, wegens het gevestigde voorkeursrecht, niet kan nakomen. Omdat executoriale verkoop is vrijgesteld van de aanbiedingsplicht aan de gemeente, kan op deze wijze het voorkeursrecht worden omzeild. De rechtshandelingen hebben daarom de kennelijke strekking afbreuk te doen aan het voorkeursrecht van de gemeente. 2.3 Verweerders verzetten zich niet tegen nietigverklaring van de koopovereenkomsten van 15 april 2005 en van de aanvullende overeenkomst van dezelfde datum, met uitzondering van twee onderdelen daarvan. Verweerders beogen naar eigen zeggen primair het perceel te ontwikkelen door zelfrealisatie in de zin van de Onteigeningswet. Ten aanzien van twee in de aanvullende overeenkomst vastgelegde afspraken menen verweerders dat deze niet voor nietigverklaring in aanmerking komen. Het gaat om de volgende passages: "De eigenaar levert hierbij aan de ontwikkelaar onvoorwaardelijk en onherroepelijk alle rechten en aanspraken welke de eigenaar met betrekking tot het vastgoed jegens (een) derde(
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.