RECHTBANK 's-GRAVENHAGE sector civiel recht - voorzieningenrechter Vonnis in kort geding van 11 juni 2007, gewezen in de zaak met rolnummer KG 07/514 van: 1. de stichting Stichting Werkgroep Minnelijk Overleg (WMO), statutair gevestigd en kantoorhoudende te Gouda, 2. [eiser sub 2], wonende te [woonplaats], eisers, procureur mr. R.Th.R.F. Carli, advocaat mr. L.G.M. Delahaije te Breda, tegen: de publiekrechtelijke rechtspersoon Nederlandse Orde van Accountants-Administratieconsulenten (NOvAA), statutair gevestigd en kantoorhoudende te 's-Gravenhage, gedaagde, procureur mr. E.J. Daalder. Partijen worden hierna ook genoemd: de WMO, [eiser sub 2] en de NOvAA. 1. De feiten Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 5 juni 2007 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan. 1.1. De NOvAA is een bij wet ingesteld openbaar lichaam voor het beroep van accountant-administratieconsulent (AA). AA's, die in het register voor Accountants-Administratieconsulenten staan ingeschreven, zijn op grond van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten (hierna: Wet AA) lid van de NOvAA. In artikel 2 lid 2 van de Wet AA is bepaald dat de NOvAA tot taak heeft de bevordering van een goede beroepsuitoefening door AA's en de behartiging van hun gemeenschappelijk belang. 1.2. De WMO is in januari 2007 opgericht door [eiser sub 2] (lid van de NOvAA en voorzitter van de WMO) en andere leden van de NOvAA naar aanleiding van onvrede over besluitvorming op de algemene ledenvergadering op 11 december 2006 van de NOvAA. 1.3. De artikelen 10 tot en met 32 van de Wet AA zien op de werkwijze en de organen van de NOvAA. In artikel 10 is het volgende bepaald: Het bestuur roept de ledenvergadering bijeen, zo dikwijls het zulks nodig oordeelt en voorts indien tenminste veertig leden van de NOvAA, onder opgaaf van de te behandelen punten, om haar bijeenroeping verzoeken. 1.4. Artikel 21 van de Wet AA luidt als volgt: 1. De ledenvergadering kan bij verordening nadere regelen stellen betreffende haar werkwijze en die van het bestuur. 2. Het bestuur kan nadere regelen stellen betreffende zijn werkwijze, voor zover niet de ledenvergadering daarin bij verordening heeft voorzien. 1.5. Door de ledenvergadering vastgestelde verordeningen binden de bij de NOvAA geregistreerde AA's. Ingevolge artikel 21 heeft de ledenvergadering op 14 oktober 1993 de Verordening op de ledenvergadering vastgesteld. Deze Verordening regelt de bijeenroeping van de vergadering. Artikel 1 van de Verordening luidt als volgt: 1. De oproeping tot een bijeenkomst van de ledenvergadering geschiedt -de dag van verzending daaronder begrepen- ten minste veertien volle dagen tevoren door toezending aan alle leden van de NOvAA van een agenda, met vermelding van plaats, dag en aanvangsuur van de vergadering. 2. In spoedeisende gevallen ter beoordeling van het bestuur kan de in het eerste lid van dit artikel genoemde termijn worden bekort met dien verstande, dat de termijn van oproeping ten minste vijf volle dagen zal moeten zijn. 3. In een bijeenkomst van de ledenvergadering kunnen geen besluiten worden genomen ten aanzien van onderwerpen, welke niet op de agenda zijn vermeld. 1.6. In artikel 2 van de Verordening op de ledenvergadering is het volgende bepaald: Indien het bestuur met het bijeenroepen van een vergadering binnen een maand na ontvangst van een verzoek daartoe, als bedoeld in artikel 10 van de Wet op de Accountants-Administratieconsulenten, in gebreke blijft, zijn de aanvragende leden bevoegd de vergadering zelf bijeen te roepen. 1.7. Artikel 6 lid 2 van de Verordening op de ledenvergadering bepaalt dat het bestuur, gehoord de ledenvergadering, nadere regelen vaststelt betreffende de wijze van behandeling van ontwerpverordeningen door de ledenvergadering. Deze bepaling is uitgewerkt in de Regelen ter uitvoering van de Verordening op de ledenvergadering (hierna: de Regelen). 1.8. In artikel 7 van de Regelen is bepaald dat het vaststellen van de uitslag van een stemming door de voorzitter van de vergadering geschiedt. De artikelen 8 tot en met 10 van de Regelen zien op de bevoegdheid van de leden om op een ontwerpverordening amendementen voor te stellen en de wijze waarop dat dient te geschieden. 1.9. Ingevolge artikel 24 van de Wet AA stelt de ledenvergadering ten behoeve van een goede uitoefening van de werkzaamheden bij verordening gedrags- en beroepsregels vast die gelden voor alle AA's. Een dergelijke verordening behoeft, ingevolge het zesde lid van dit artikel, de goedkeuring van de Minister van Financiën (de Minister). 1.10. De Wet AA maakt een onderscheid tussen wettelijke controles en niet-wettelijke controles. Gedrags- en beroepsregels met betrekking tot wettelijke controles van de NOvAA dienen, ingevolge artikel 25 van de Wet AA, in overeenstemming te zijn met de regels die door haar zusterorganisatie het Nederlands Instituut voor Registeraccountants (NIVRA) worden opgesteld voor wettelijke controles voor registeraccountants. Met het oog hierop wordt door een uit beide beroepsgroepen samengestelde commissie een ontwerp betreffende gedrags- en beroepsregels opgesteld. Ingevolge artikel 26 van de Wet AA wordt een ontwerp-verordening door het bestuur in de Staatscourant geplaatst, waartegen een ieder bedenkingen naar voren kan brengen die ter kennis van de leden gebracht worden. 1.11. Tot 1 januari 2007 was voor de NOvAA-leden de Verordening op de Gedrags- en beroepsregels voor Accountants-Administratieconsulenten (laatstelijk gewijzigd op 23 juni 2003) van kracht. In een beleidsnota van de NOvAA voor 2006-2009 is als uitgangspunt vastgelegd om de voorschriften in de gedragscodes voor de AA en de RA (registeraccountant) met elkaar in overeenstemming te brengen, dit gezien de overeenkomsten tussen hun werkzaamheden. Reden voor het opstellen van een nieuwe Verordening Gedragscode Accountants (VGC) was onder meer de wens om aansluiting te zoeken bij de Code of Ethics van het IFAC (International Federation of Accountants). Deze Code of Ethics bevat gedragsregels voor accountants bij het uitvoeren van al hun werkzaamheden en is daarmee niet alleen van toepassing op accountants die wettelijke controles uitvoeren. 1.12. In mei 2002 heeft een eerste bijeenkomst van de werkgroep gedrags- en beroepsregels NIVRA-NOvAA plaatsgevonden. De uitkomst van dit overleg is in juni 2003 aan de leden voorgelegd. In 2005 heeft een vertegenwoordiger van de NOvAA alle afdelingen bezocht en aan de hand van een power point-presentatie het voorliggende concept toegelicht. Naar aanleiding van commentaar op het concept is in 2006 een nieuw gevormde NIVRA-NOvAA werkgroep ingesteld die vervolgens een gewijzigd ontwerp heeft opgesteld dat meer aansluit bij de Code of Ethics. Nadat dit concept ter consultatie aan de leden is voorgelegd, is het concept opnieuw gewijzigd en vervolgens als voorstel op de agenda van de ledenvergadering van 11 december 2006 geplaatst. 1.13. In de vergadering van 11 december 2006 is eerst gestemd over door een aantal leden ingebrachte amendementen. Vervolgens is over de verordening mondeling gestemd. Nadat de voorzitter had vastgesteld dat de verordening bij meerderheid van stemmen was aangenomen, is op verzoek van een aantal leden nog twee keer gestemd over de verordening. De voorzitter heeft telkens daarna opnieuw vastgesteld dat de verordening bij meerderheid van stemmen door de ledenvergadering is aangenomen. 1.14. De Minister heeft op 21 december 2006 goedkeuring aan de VGC gegeven. De VGC is vervolgens in de Staatscourant geplaatst en met ingang van 1 januari 2007 in werking getreden. 1.15. De WMO is een beroepsprocedure gestart bij het College van Beroep voor het Bedrijfsleven (CBB) met als inzet de beantwoording van de vraag of de VGC al dan niet op rechtsgeldige wijze tot stand is gekomen. 1.16. Op 11 juni 2007 vindt een algemene ledenvergadering van de NOvAA plaats. Daarbij is onder meer de verkiezing van de nieuwe voorzitter aan de orde. [Eiser sub 2] heeft zich kandidaat gesteld voor het voorzitterschap. Op de ledenvergadering zal ook worden gesproken over een te verwachten rapport over de toegenomen regeldruk en in hoeverre deze druk onredelijk bezwarend is voor AA's die geen assuranceopdrachten verrichten (opdrachten waarbij de accountant een conclusie formuleert die bedoeld is het vertrouwen van een ander dan de opdrachtgever te versterken). 2. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer Eisers vorderen -zakelijk weergegeven- het NOvAA-bestuur te gelasten: 1. om de VGC en haar belangrijkste uitvoeringsbesluiten zoals de NVAK (Nadere voorschriften inzake accountantskantoren), de Periodieke Preventieve Toetsing en de verplichte VGC-cursussen voorshands niet van toepassing te verklaren voor leden die geen wettelijke controles uitvoeren in afwachting van de uitkomst van een bodemprocedure; 2. om geen beroep te doen op enig artikel uit de Wet AA anders dan de artikelen 10 en 24, welk beroep zou kunnen verhinderen dat de ledenvergadering zelfstandig kan besluiten -ongeacht de mening van de voorzitter of een ingehuurde notaris- om moties c.q. verordeningen dan wel amendementen op bestaande verordeningen of nadere voorschriften in stemming te brengen; 3. dat wanneer meer dan 40 leden een vergadering bijeen willen roepen of bijeen roepen, die leden te faciliteren als volgt:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.