RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht Nevenzittingsplaats Haarlem zaaknummer: AWB 06 / 25529 uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 18 juni 2007 in de zaak van: [Eiser], geboren op [geboortedatum] 1950, van Indiase nationaliteit, eiser, gemachtigde: mr. A.G. Kleijweg, advocaat te 's-Gravenhage, tegen: de minister van Buitenlandse Zaken, verweerder, gemachtigde: mr. P.P. Zweedijk, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage. 1. Procesverloop 1.1 Eiser heeft op 18 februari 2005 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor het doel ‘verblijf bij echtgenote [echtgenote]’, verder te noemen de hoofdpersoon. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 9 mei 2005 afgewezen. Eiser heeft tegen het besluit op 18 mei 2005 bezwaar gemaakt. Bij besluit van 4 mei 2006 is het bezwaar ongegrond verklaard. Eiser heeft tegen dit besluit op 24 mei 2006 beroep ingesteld. Tevens heeft hij op die datum gevraagd een voorlopige voorziening te treffen. 1.2 Het verzoek om voorlopige voorziening is bij uitspraak van 9 januari 2007 (Awb 06/25531) van deze rechtbank en nevenzittingsplaats afgewezen. 1.3 Verweerder heeft een verweerschrift ingediend. 1.4 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 24 april 2007. Eiser en verweerder zijn vertegenwoordigd door hun gemachtigden. 2. Overwegingen 2.1 In beroep toetst de rechtbank het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid en ambtshalve aan voorschriften van openbare orde. 2.2 Ingevolge artikel 72, tweede lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) wordt een beschikking omtrent de afgifte van een visum, waaronder begrepen een mvv, voor de toepassing van hoofdstuk 7 “Rechtsmiddelen” van de Vreemdelingenwet 2000 gelijkgesteld met een beschikking omtrent een verblijfsvergunning regulier gegeven krachtens deze wet. 2.3 Verweerder pleegt de aanvraag tot het verlenen van een mvv te toetsen aan de voorwaarden die worden gesteld voor het verlenen van een verblijfsvergunning in Nederland. 2.4 Verweerder heeft de aanvraag afgewezen omdat de hoofdpersoon niet over voldoende middelen van bestaan beschikt. Het netto salaris dat op de werkgeversverklaring staat vermeld is, in combinatie met de uitkering die de hoofdpersoon krachtens de Werkloosheidswet (WW) ontvangt, lager dan de norm die geldt voor gezinsvorming. Zorgtoeslag wordt niet als zelfstandig inkomensbestanddeel aangemerkt. De loonheffingskorting wordt ook niet als zelfstandig inkomensbestanddeel aangemerkt, omdat deze korting door de werkgever is verrekend met het maandelijkse loon. Bovendien is niet aangetoond dat de betreffende heffingskorting aan de hoofdpersoon is toegekend. 2.5 Eiser heeft hiertegen het volgende aangevoerd. De zorgtoeslag dient als zelfstandig inkomensbestanddeel te worden aangemerkt. De zorgtoeslag betreft een fiscale maatregel die aan een ieder met een laag inkomen, werkend of niet werkend, wordt toegekend. Het is dus geen uitkering die ten laste van de algemene middelen komt. Verder is aangevoerd dat het niet mogelijk is om aan te tonen dat de heffingskorting aan de hoofdpersoon is toegekend. De beschikking van de Belastingdienst inzake de heffingskorting over 2006 wordt pas in 2007 vastgesteld. Wel is overgelegd een voorlopige aanslag over 2006 van de Belastingdienst. Hieruit kan worden afgeleid wat de hoogte van de heffingskorting over 2006 is. De rechtbank overweegt als volgt. 2.6 In geschil is of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat de zorgtoeslag en de heffingskorting die de hoofdpersoon stelt te ontvangen, niet als zelfstandig inkomensbestanddeel wordt aangemerkt en daarom niet bij het inkomen van de hoofdpersoon wordt opgeteld. Ten aanzien van wat onder meer wordt aangemerkt als zelfstandige inkomsten voert verweerder een beleid. 2.7 Ten tijde van het nemen van het bestreden besluit was in B1/2.2.3.1 Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc) niet de zorgtoeslag benoemd. Per 1 januari 2007 is de Vc gewijzigd en is in B1/4.3.1 Vc neergelegd dat zorg-, huur- en kinderopvangtoeslagen, uitgekeerd door de Belastingdienst, niet als (bestanddeel van
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.