RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE SECTOR STRAFRECHT MEERVOUDIGE KAMER (VERKORT VONNIS) parketnummers 09/75262-07; 09/665027-06 (TUL) 's-Gravenhage, 14 september 2007 De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte: [verdachte], geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1979, adres: [adres], thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Haaglanden, P.C.S. Unit 2 te 's-Gravenhage. De terechtzitting. Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 5 juni 2007 en 31 augustus 2007. De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr G. van der Steen, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen en gehoord. De officier van justitie, mr J.A. Lont, heeft gevorderd dat verdachte terzake van het hem bij dagvaarding onder 1. primair (cumulatief), 2. en 3. telastgelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 21 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 7 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, Arrondissement Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een behandeling bij de Waag. De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de blijkens de lijst van inbeslaggenomen, niet teruggegeven voorwerpen - hierna te noemen beslaglijst, waarvan een fotokopie, gemerkt C, aan dit vonnis is gehecht - onder verdachte inbeslaggenomen computer inclusief 5 harde schijven zal worden verbeurdverklaard, en dat de blijkens de beslaglijst inbeslaggenomen laptop, computerkast en harddisk zullen worden bewaard ten behoeve van de rechthebbende. Voorts heeft de officier van justitie gepersisteerd bij de schriftelijke vordering tot tenuitvoerlegging van het voorwaardelijk deel van de gevangenisstraf, waartoe verdachte bij vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 8 augustus 2006 is veroordeeld, te weten 1 maand gevangenisstraf. De telastlegging. Aan de verdachte is telastgelegd - na wijziging van de telastlegging ter terechtzitting van 5 juni 2007 - hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A, en van de vordering wijziging telastlegging, gemerkt A1. De bewijsmiddelen. De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring. In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht. Overweging ten aanzien van het bewijs. Overweging ten aanzien van feit 1: Aangever [A] (geboren [geboortedatum] 1992) heeft tegenover de politie en de rechter-commissaris verklaard dat hij in het weekend van 30 september en 1 oktober 2006 (het weekend van de A1GP autoraces) twee nachten bij verdachte heeft gelogeerd. Volgens aangever heeft verdachte hem in de tweede nacht, in het bed van verdachte, gedwongen tot het ondergaan van de seksuele handelingen zoals deze in de dagvaarding onder feit 1 eerste (en tweede) alternatief/cumulatief zijn omschreven. Aangever heeft voorts verklaard - in zijn tweede verhoor door de politie en tegenover de rechter-commissaris - dat verdachte ook in het weekend van 20-22 oktober 2006, tijdens een tweede logeerpartij van twee nachten, diverse seksuele handelingen bij en met hem heeft verricht. Volgens aangever heeft verdachte hem ook op andere momenten in de telastgelegde periode gezoend en over het lichaam betast. Verdachte heeft bij de politie, de rechter-commissaris en ter zitting verklaard dat aangever inderdaad tweemaal bij hem heeft gelogeerd. Volgens verdachte is aangever in het weekend van 30 september slechts één nacht blijven logeren en is er die nacht geen fysiek intiem contact tussen hen beiden geweest. Verdachte heeft verklaard dat hij ten tijde van het tweede logeerweekend wel met aangever heeft getongzoend en ook met hem heeft "geknuffeld". Een en ander vond plaats op initiatief van aangever, aldus verdachte. Verdachte heeft voorts bekend in de telastgelegde periode vaker met aangever te hebben ge(tong)zoend en hem te hebben aangeraakt, doch dat betrof andere momenten dan waarover aangever heeft verklaard. Blijkens een proces-verbaal van bevindingen hebben de ouders van aangever tegenover de politie, ten tijde van een informatief gesprek op 12 januari 2007, verklaard dat hun zoon in het weekend van de autoraces slechts één nacht bij verdachte heeft gelogeerd. De vader van aangever, [vader van aangever A], heeft op 11 april 2007 daarentegen verklaard dat zijn zoon tweemaal twee nachten bij verdachte heeft gelogeerd. De rechtbank heeft kennis genomen van het rapport d.d. 10 augustus 2007 dat professor W.A. Wagenaar, vast gerechtelijk deskundige, heeft uitgebracht naar aanleiding van een onderzoek naar de betrouwbaarheid van de verklaringen van aangever. Professor Wagenaar heeft op basis van het door hem verrichte onderzoek geconcludeerd dat de verklaringen van aangever aspecten vertonen van een werkelijk beleefde gebeurtenis. Het gaat om de volgende aspecten: de gedetailleerdheid, consistentie en accuraatheid van de verklaring van 9 februari 2007 van aangever; de intieme kennis bij aangever van het 'grooming behaviour' van verdachte en de fysieke inbedwanghouding van aangever; het ontbreken van een aantoonbare invloed van de verhoortechniek van de politie op de inhoud van de verklaringen; en tot slot, de afwezigheid van de gelegenheid een valse aangifte te verzinnen en het ontbreken van kennis over het verleden van verdachte (op het gebied van zedenmisdrijven). De raadsman van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat de conclusies van Wagenaar op onjuiste wijze tot stand zijn gekomen omdat Wagenaar bij zijn onderzoek gebruik heeft gemaakt van de dossierstukken en geen kennis heeft kunnen nemen van eventuele beeld- en/of geluidopnames van de verhoren van aangever bij de politie. De rechtbank deelt dit standpunt niet. De onderhavige rapporten van Wagenaar voldoen aan de eisen die aan een deskundigenrapport moeten worden gesteld. Overigens heeft Wagenaar, anders dan door de raadsman gesuggereerd, er in zijn rapporten geen blijk van gegeven dat zijn onderzoek(smogelijkheden) beperkt was (waren) omdat hij niet beschikte over audiovisueel materiaal. De rechtbank kan zich verenigen met de inhoud van de rapporten, zij neemt de bevindingen en de conclusies van de deskundige over en maakt deze tot de hare. Nu er geen bevindingen zijn op grond waarvan aan de betrouwbaarheid van de aangifte zou dienen te worden getwijfeld, acht de rechtbank de verklaringen van de aangever betrouwbaar. De rechtbank acht op grond van de verklaringen van aangever, bezien in het licht van de rapporten van professor Wagenaar, en de verklaringen van verdachte wettig en overtuigend bewezen dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de onder 1 telastgelegde feiten. Terzake van de seksuele handelingen die tijdens het weekend van 30 september en 1 oktober 2006 hebben plaatsgevonden en die zowel onder 1 primair eerste als tweede cumulatief bewezenverklaarde zijn opgenomen is sprake van eendaadse samenloop. Overweging ten aanzien van feit 2: Aangever [B] (verder: [B]) heeft bij de politie verklaard dat verdachte hem op 9 januari 2007 zijn piemel heeft getoond via de webcam en dat hij zag dat verdachte aan zijn piemel zat en trok. Verdachte heeft erkend regelmatig msn-contact met aangever te hebben gehad en in het bezit te zijn van een webcam, doch heeft ontkend het telastgelegde feit te hebben gepleegd. De verklaring van [B] vindt steun in de verklaring van zijn moeder, [moeder aangever B]. Zij heeft tegenover de politie verklaard dat haar zoon [B] haar in de nacht van 9 januari 2007 wakker maakte en een zenuwachtige en geschrokken indruk maakte. [B] vertelde haar dat hij dacht dat verdachte via de webcam zijn piemel had laten zien en dat hij dacht dat verdachte pedofiel was. Uit de woorden van [B] kon zij opmaken dat verdachte een seksuele handeling voor de webcam had verricht. [Moeder aangever B] heeft voorts verklaard dat [B] haar vertelde over zg. spycams die verdachte mogelijk in [B]'s kamer had geïnstalleerd. De volgende dag heeft zij met [B] het huis doorzocht, doch geen spycams aangetroffen. Verdachte heeft tegenover de politie en ter zitting erkend met [B] over spycams te hebben gesproken en bij wijze van grap tegen hem te hebben gezegd dat hij deze in [B]'s kamer zou installeren om hem goed in de gaten te kunnen houden. De aangifte van [B] vindt voorts bevestiging in de inhoud van de msn-gesprekken die verdachte in de periode van 7 t/m 9 januari 2007, dat wil zeggen in dezelfde periode als het incident waarover [B] heeft verklaard, heeft gevoerd met [C], een vriend van [B] en [A]. Uit die gesprekken valt af te leiden dat verdachte zijn piemel voor de webcam aan [C] heeft getoond en zich, in ieder geval in de buurt van die webcam, heeft afgetrokken. Ter zitting heeft verdachte zich - voor het eerst - op het standpunt gesteld [C] deze chatgesprekken achteraf heeft gemanipuleerd en hem aldus in een slecht daglicht heeft willen plaatsen. De rechtbank acht dit standpunt niet aannemelijk gelet op de eerdere verklaring van verdachte tegenover de politie van 13 maart 2007 waarbij hij, geconfronteerd met de inhoud van de msn-gesprekken, heeft verklaard dat het "heel goed zou kunnen" dat hij die gesprekken met [C] heeft gevoerd. De rechtbank is van oordeel dat de aangifte van [B], de verklaring van zijn moeder en de chatgesprekken tussen verdachte en [C] voldoende wettig en overtuigend bewijs opleveren voor het onder 2 telastgelegde. De bewezenverklaring. Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan is de rechtbank tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig bewezen, dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1. primair, eerste en tweede cumulatief, 2. en 3. telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de telastlegging, zoals hieronder weergegeven. 1. hij omstreeks 30 september 2006 en/of 1 oktober 2006 te [plaats 1], door geweld en andere feitelijkheden [A] (geboren [geboortedatum] 1992) heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende verdachte (meermalen) die [A] op zijn hoofd gezoend en zijn tong in de mond van die [A] gebracht en die [A] over zijn lichaam betast en de penis van die [A] gepakt en die penis afgetrokken en de penis van die [A] in zijn, verdachte's, mond genomen en afgezogen, en bestaande dat geweld cq die andere feitelijkheden hierin dat verdachte die [A] (stevig) bij de armen heeft beetgepakt en die armen heeft vastgehouden en die [A] heeft omgedraaid en met zijn lichaam op die [A] is gaan liggen en de onderbroek van die [A] (onverhoeds en met kracht) heeft uitgetrokken en misbruik heeft gemaakt van een uit de feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht van hem, verdachte, op die [A] (welk overwicht is veroorzaakt door het leeftijdsverschil en de lichamelijke en geestelijke verschillen tussen verdachte en die [A] en de omstandigheid dat die [A] zich in de slaapkamer en in de hoogslaper van verdachte bevond) en aldus voor die [A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan; en hij op tijdstippen in de periode van 1 september 2006 tot en met 1 januari 2007 te [plaats 1], respectievelijk te [plaats 2], respectievelijk elders in Nederland, (telkens) met [A] (geboren [geboortedatum] 1992), die toen de leeftijd van twaalf jaren maar nog niet die van zestien jaren had bereikt, ontuchtige handelingen heeft gepleegd, die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende verdachte (meermalen) die [A] op zijn hoofd en zijn mond gezoend en zijn tong in de mond van die [A] gebracht en die [A] over zijn lichaam betast en die [A] zijn, verdachte's, penis laten vasthouden en de penis van die [A] gepakt en die penis afgetrokken en de penis van die [A] in zijn, verdachte's, mond genomen en afgezogen; 2. hij op 9 januari 2007, te [plaats 1] en te [plaats 2] opzettelijk oneerbaar op een niet openbare plaats, te weten in zijn, verdachte's, woning, voor zijn, verdachte's, webcam, met ontbloot geslachtsdeel heeft bevonden en aan zijn ontblote geslachtdeel heeft gezeten en heeft getrokken, terwijl daarbij middels zijn, verdachte's, webcam, (de 13-jarige) [B] (geboren [geboortedatum] 1993) zijns ondanks tegenwoordig was; 3. hij in de periode van 1 december 2006 tot en met 27 februari 2007 te [plaats 1], afbeeldingen (te weten: digitale foto'
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.