Rechtbank 's-Gravenhage sector bestuursrecht eerste afdeling, enkelvoudige kamer Reg.nr. AWB 07/285 ZW UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:55 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) Uitspraak op het verzet van [opposant], wonende te [woonplaats], opposant. Ontstaan en loop van het geding Bij uitspraak van 26 april 2007 heeft de rechtbank het beroep van opposant tegen het besluit van de Raad van Bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen van 3 december 2006 niet-ontvankelijk verklaard. Bij brief van 29 mei 2007 heeft opposant verzet gedaan tegen deze uitspraak. Het verzet is behandeld ter zitting van 9 oktober 2007. Motivering Ingevolge artikel 8:55, eerste lid, Awb, heeft de verzetsmogelijkheid alleen betrekking op de vraag of de rechtbank terecht tot vereenvoudigde behandeling is overgegaan. Verzet levert dus geen behandeling ten gronde van de hoofdzaak op (MvT, Parl. Gesch. Awb II, p. 452). Het gaat alleen om een beoordeling van de "kennelijkheid" van het door de rechtbank uitgesproken niet-ontvankelijkheid. De rechtbank is gelet op de stukken en hetgeen opposant in verzet heeft aangevoerd van oordeel dat het beroep ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 van de Awb niet-ontvankelijk is verklaard. Vastgesteld moet worden dat, terwijl het beroepschrift namens opposant door haar gemachtigde mr. I. de Vink is ingediend, de correspondentie met betrekking tot het verschuldigde griffierecht uitsluitend aan opposant is verzonden. Deze blijkt de Nederlandse taal niet machtig en heeft in verband daarmee zich juist laten vertegenwoordigen door een gemachtigde. Ingevolge artikel 8:24, eerste lid van de Awb juncto artikel 6:17 van de Awb is de rechtbank gehouden alle processtukken in ieder geval naar de gemachtigde te zenden. Dat is blijkens het voorgaande niet gebeurd. Hierin ziet de rechtbank aanleiding eiseres met betrekking tot de niet tijdige voldoening van het verschuldigde griffierecht niet in verzuim te achten. Het verzet is daarom gegrond. Dat betekent dat de uitspraak waartegen verzet is gedaan vervalt en het onderzoek wordt voortgezet in de stand waarin het zich bevond. Het bestuursorgaan wordt in de door opposant gemaakte proceskosten in verzet veroordeeld. Deze kosten zijn op de voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 161,00 voor het indienen van het verzetschrift (0,5 punt x € 322,00) bij een zaak van gemiddeld gewicht
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.