RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector bestuursrecht, meervoudige belastingkamer Procedurenummer: AWB 05/6895 IBP/VV Uitspraakdatum: 27 juni 2007 Uitspraak als bedoeld in afdeling 8.2.6 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen ir. [X], wonende te [Z], eiser, en de inspecteur van de Belastingdienst [te P], verweerder. 1. Ontstaan en loop van het geding 1.1.Verweerder heeft aan eiser voor het jaar 2001 een aanslag inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen (aanslagnummer [nummer]) opgelegd, berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 383.252 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 32.970. 1.2.Verweerder heeft bij uitspraak op bezwaar van 28 september 2005 de aanslag verminderd tot één berekend naar een belastbaar inkomen uit werk en woning van € 322.379 en een belastbaar inkomen uit sparen en beleggen van € 32.970. 1.3.Eiser heeft daartegen bij brief van 28 september 2005, ontvangen bij de rechtbank op 30 september 2005, beroep ingesteld. 1.4.Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend. Eiser heeft, na daartoe door de rechtbank in de gelegenheid te zijn gesteld, schriftelijk gerepliceerd. Verweerder heeft niet gedupliceerd. 1.5.Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 9 maart 2007 te 's-Gravenhage. Namens eiser zijn verschenen: mr. [A] en [B]. Namens verweerder zijn verschenen: mr. [C] en drs. [D]. 2. Feiten Op grond van de stukken van het geding en het verhandelde ter zitting staat het volgende vast: 2.1.Eiser is stedenbouwkundig ingenieur. Hij is enig aandeelhouder en directeur van het architectenbureau ir. [X] BV (hierna: BV). 2.2.Begin 1999 heeft het Industrieschap '[E]' grond te koop aangeboden voor de bouw van een tweetal kantoorpanden (hierna: [a-straat 1] en [a-straat 2]). Eiser heeft in februari en maart 1999 enkele oriënterende gesprekken gevoerd met het industrieschap. In deze gesprekken gingen eiser en het industrieschap ervan uit dat één van de panden verhuurd zou worden aan de BV en één aan derden. In het kader van deze gesprekken heeft eiser op een situatieschets (plattegrond) van het industrieschap een impressie (schets) gemaakt van het vooraanzicht van de kantoorpanden, zoals deze er in zijn visie uit zouden komen te zien. 2.3.Op 26 februari 1999 heeft Frisia Makelaars (hierna: Frisia) op basis van een ontwerp van de kantoorpanden een taxatierapport opgesteld. Op basis van dit rapport heeft eiser met de FGH Bank gesproken over de financiering. 2.4.Op 30 maart 1999 heeft het industrieschap aan eiser een optie verleend op de aankoop van twee percelen, kadastraal bekend als gemeente Rijswijk, sectie E, nummers [nummers], groot respectievelijk 1.486 en 568 centiare. Eiser heeft deze percelen in 2000 gekocht voor € 467.472. 2.5.In maart 2000 heeft eiser opdracht gegeven aan Frisia te bemiddelen bij de verhuur van de kantoorpanden. Frisia heeft daartoe reclamebureau Keen ingeschakeld. Er is een brochure vervaardigd en er zijn enkele advertenties geplaatst. Eind oktober 2000 heeft Frisia, namens eiser, met betrekking tot één van de panden een verhuurcontract gesloten met [F]. Een huurcontract was een voorwaarde voor de financiering door de FGH Bank. 2.6.Op 29 november 2000 heeft FGH Bank een financiering verstrekt voor de bouw van de kantoorpanden. Eiser heeft daarbij aanvullende zekerheid verstrekt door verlening van een hypotheek op het pand [b-straat 1]. Uit de gedingstukken blijkt voorts dat eiser de bouwaanvragen van de kantoorpanden heeft gecoördineerd en zich heeft beziggehouden met aannemersselectie en prijs-en contractvorming. Eiser heeft voorts - in samenwerking met ir. [G], zelfstandig architect - de directie van de bouw gevoerd, de opzichter begeleid en diverse bouwmanagementwerkzaamheden verricht. In het kader hiervan heeft eiser onder meer gecorrespondeerd met de gemeente Rijswijk, het hoogheemraadschap en de brandweer. Eiser heeft op zijn eigen naam vergunningen in verband met de bouw aangevraagd bij het hoogheemraadschap en de gemeente. Het ontwerp van de panden is gemaakt door [G]. Een werknemer van de BV, ing. [I], heeft op basis van het ontwerp van [G] - naar aanleiding van een 'ruwe schets' van eiser - en in samenwerking met [G] de bouwvoorbereidingstekeningen, de technische omschrijving en de bouwuitvoeringstekeningen vervaardigd. Ten slotte heeft eiser op eigen naam offertes gevraagd voor de in de panden aan te brengen ventilatievoorzieningen. 2.7.In maart 2001 is de bouw van de kantoorpanden van start gegaan, begin 2002 is de bouw afgerond. De bouw is uitgevoerd door [I] Bouw. De supervisie over de feitelijke uitvoering van de bouw is uitbesteed aan [J], zelfstandig bouwopzichter. Het pand [a-straat 1] is reeds voor de afronding van de bouw in gebruik genomen; het pand [a-straat 2] op 1 februari 2002. Op het moment van het indienen van het beroepschrift waren de kantoorpanden nog steeds verhuurd. 2.8.Eiser heeft bij zijn beroepschrift een kopie van de volgende facturen overgelegd: -Een factuur, afkomstig van de BV, gericht aan eiser, gedateerd 2 april 2001, ten bedrage van € 70.000 exclusief BTW, waarin, voor zover van belang, is vermeld: "Hierbij brengen wij u het architectenhonorarium in rekening voor de werkzaamheden: het maken van een ontwerp, bouwvoorbereidingstekeningen met principedetails, een technische omschrijving, presentatietekeningen, de bouwaanvrage, de aannemersselectie en prijs- en contractvorming. Deze werkzaamheden omvatten ongeveer 70% van de architectwerkzaamheden. U heeft de bouwvergunning - afgegeven op 10 oktober 2000 door de gemeente RIJSWIJK op basis van de door ons gemaakte bestektekeningen - reeds geruime tijd in uw bezit en inmiddels is met de bouw een aanvang gemaakt." -Een factuur, afkomstig van de BV, gericht aan eiser, gedateerd 2 februari 2002, ten bedrage van € 13.613,41 exclusief BTW, waarin, voor zover van belang, is vermeld: "Hierbij brengen wij u het architectenhonorarium voor de volgende werkzaamheden in rekening: directievoering en het begeleiden van de opzichter, diverse bouwuitvoeringstekeningen, de oplevering en diverse bouwmanagement-werkzaamheden." - Een factuur, van [G], gericht aan eiser, gedateerd 15 februari 2002, ten bedrage van € 9.076 exclusief BTW, waarin, voor zover van belang, is vermeld: "Hierbij de honorariumrekening voor bovengenoemd werk ten behoeve van diverse architectenwerkzaamheden" 2.9.Eiser heeft over de jaren 1999 tot en met 2001 het volgende salaris van de BV ontvangen: Loon in 1999: € 6.352 Loon in 2000: € 6.352 Loon in 2001: € 17.243 2.10.In het besluit van de staatssecretaris van 29 april 2004, nr. CPP2003/2360M is bij vraag 6 het volgende opgenomen: "6. Tijdstip aanvang terbeschikkingstelling Vraag De heer X en zijn echtgenote Y houden alle aandelen in XY BV. In januari 2001 sluiten zij een koopaannemingsovereenkomst ten behoeve van een te realiseren bedrijfsruimte. Van meet af zijn X en Y van plan om de bedrijfsruimte aan XY BV te verhuren. De bedrijfsruimte wordt eind februari 2003 opgeleverd en per 1 maart 2003 aan XY BV verhuurd. Is de bedrijfsruimte in aanbouw (inclusief de grond) een vermogensbestanddeel in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001? Antwoord Nee, de bedrijfsruimte in aanbouw (inclusief de grond) is vanaf januari 2001 geen vermogensbestanddeel in de zin van artikel 3.92 Wet IB 2001. Op basis van de wettelijke bepalingen kwalificeert een terbeschikkingstelling van een vermogensbestanddeel pas als een werkzaamheid als hiermee vermogen rendabel wordt gemaakt. Op het moment waarop de bedrijfsruimte daadwerkelijk wordt verhuurd aan XY BV, 1 maart 2003, is voor het eerst sprake van terbeschikkingstelling. Bij aanvang van de werkzaamheid wordt de bedrijfsruimte geactiveerd voor de waarde in het economische verkeer." 2.11.Op 29 maart 2002 heeft eiser zijn aangifte inkomstenbelasting/premie volksverzekeringen 2001 ingediend. In deze aangifte heeft eiser de inkomsten die betrekking hebben op de kantoorpanden tot zijn belastbare inkomen uit sparen en beleggen gerekend. 2.12.Verweerder heeft het na bezwaar vastgestelde belastbare inkomen uit werk en woning als volgt berekend: aangegeven bedrag in de aangifte: € 13.887 correctie: resultaat uit overige werkzaamheden: € 308.492 vastgesteld belastbaar inkomen uit werk en woning € 322.379 3. Geschil 3.1.In geschil is het antwoord op de vragen of: (
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.