RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE Sector familie- en jeugdrecht Meervoudige Kamer Gerechtelijke vaststelling vaderschap rekestnummer: FA RK 04-486 zaaknummer: 214829 datum beschikking: 10 maart 2008 BESCHIKKING op het op 28 januari 2004 ingekomen verzoek van: [de vrouw], de vrouw, wonende te [land], procureur: mr. W.B. Teunis, advocaat: mr. H.K. Jap-A-Joe. Als belanghebbenden worden aangemerkt: [de man], de man, wonende te [woonplaats] De minderjarigen: - [minderjarige 1], geboren - blijkens de gelegaliseerde geboorteakte - op [datum] 1995 te No. [No.] [plaats], Ghana, of - blijkens de niet gelegaliseerde geboorteakte - op [datum] 1997, te [plaats], Ghana; - [minderjarige 2], geboren op [datum] 1998 te [plaats], Ghana; - [minderjarige 3], geboren op [datum] 2001 te [plaats], Ghana, wettelijk vertegenwoordigd door mr. A.J. van Steensel, advocaat te 's-Gravenhage, in zijn hoedanigheid van bijzonder curator over voornoemde minderjarigen, procureur: mr. A.J. van Steensel. PROCEDURE Bij beschikking van 21 november 2005 van deze rechtbank en kamer is de behandeling van het verzoek aangehouden tot 1 augustus 2006 pro forma teneinde de vrouw in de gelegenheid te stellen nadere uitlatingen te doen en nadere stukken te overleggen. De rechtbank heeft vervolgens de volgende stukken ontvangen: - een brief met bijlagen d.d. 20 juli 2006 van de zijde van de vrouw; - een brief met bijlagen d.d. 12 maart 2007 van de zijde van de vrouw; - een faxbericht d.d. 31 mei 2007 van de zijde van de bijzonder curator; - een brief met bijlagen d.d. 9 oktober 2007 van de zijde van de vrouw; - een brief met bijlagen d.d. 6 november 2007 van de zijde van de vrouw. Op 4 februari 2008 is de behandeling ter terechtzitting voortgezet. Hierbij zijn verschenen: de vrouw, bijgestaan door mr. F.W. Verweij (kantoorgenoot van mr. Jap-A-Joe), de man en de bijzonder curator. De vrouw is - hoewel behoorlijk opgeroepen via haar procureur - niet ter terechtzitting verschenen. BEOORDELING De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikking is overwogen en beslist. Toepasselijk recht In de beschikking van 21 november 2005 heeft de rechtbank overwogen dat uit artikel 6 van de Wet conflictenrecht afstamming (WCA) volgt dat het Ghanese recht van toepassing is, zijnde het recht van de gemeenschappelijke nationaliteit van de man en de vrouw. Ter terechtzitting heeft de bijzonder curator betoogd dat de man bij de verkrijging van de Nederlandse nationaliteit op [datum] 1996 de Ghanese nationaliteit heeft verloren, doch dat alsdan ten aanzien van de twee jongste kinderen eveneens het Ghanese recht van toepassing blijft, zijnde het recht van de gewone verblijfplaats van de minderjarigen. De rechtbank maakt deze conclusie van de bijzonder curator tot de hare. Inhoudelijke beoordeling De vraag die voor ligt is of, gelet op de status en de bewijskracht van de Ghanese geboorteakten, naar Ghanees recht het vaderschap van de man en de afstamming van de minderjarigen naar Ghanees recht vaststaan en of tussen de man en de minderjarigen naar Ghanees recht reeds een familierechtelijke band bestaat. Daarbij neemt de rechtbank het volgende in aanmerking: In de beschikking van 21 november 2005 heeft de rechtbank overwogen dat van belang is het antwoord op de vraag of de vrouw gehuwd was ten tijde van de geboorte van ieder van de minderjarigen. Hiertoe heeft de vrouw in het geding gebracht een gelegaliseerde verklaring van de vrouw, gedaan ten overstaan van een notaris betreffende haar ongehuwde staat. De rechtbank acht deze verklaring voldoende om aan te nemen dat de vrouw ongehuwd was ten tijde van de geboorte van ieder van de minderjarigen. Voorts is in voornoemde beschikking van 21 november 2005 overwogen dat - onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Amsterdam, sector bestuursrecht, d.d. 15 december 1995 - naar het oordeel van de rechtbank Amsterdam naar Ghanees recht geen onderscheid wordt gemaakt tussen kinderen geboren binnen of buiten het huwelijk en dat tussen een vader en zijn (biologische) kind naar Ghanees recht bij de geboorte van het kind een familierechtelijke betrekking ontstaat. Echter is - blijkens een uitspraak van het gerechtshof Leeuwarden d.d. 30 juli 2003 (LJN: AI0710) - de enkele omstandigheid dat een man in een geboorteakte van een kind als de vader van het kind is vermeld, naar Ghanees recht niet voldoende om aan te nemen dat tussen deze man en het kind een familierechtelijke betrekking bestaat die op één lijn kan worden gesteld met de familierechtelijke betrekking die naar Nederlands recht ontstaat als gevolg van de erkenning door een man van een kind. In een concreet geval moeten mede in aanmerking worden genomen - naar Ghanees recht - relevante feiten en omstandigheden om vast te stellen of een familierechtelijke betrekking daadwerkelijk is ontstaan. De vaststelling van het vaderschap in Ghana is geregeld in de artikelen 9 en 10 van de 'Maintenance of Children Decree 1977', in werking getreden op 1 maart 1978. De rechtbank zoekt aansluiting bij deze wet om vast te stellen of de man naar Ghanees recht als de juridische vader van de minderjarigen wordt aangemerkt. Als relevante feiten en omstandigheden worden naar Ghanees recht als zodanig beschouwd:
AI-uitleg op basis van de officiële wettekst. Indicatief, vervangt geen juridisch advies.